OrhtoKennis
home | research | nieuws | cursussen | links | contact Nederlands Duits

Item

Langeketen omega-3-vetzuren EPA en DHA

Een indrukwekkende hoeveelheid epidemiologische, preklinische en klinische studies heeft aangetoond dat een optimale inname van omega-3-vetzuren, in het bijzonder EPA en DHA, helpt bij het voorkomen en/of verlichten van uiteenlopende klachten en (chronische) ziekten. Omega-3-vetzuren zijn onder meer van belang voor hart en bloedvaten, (foetale) hersenontwikkeling, gezichtsvermogen, mentale en emotionele gezondheid, afweersysteem, bewegingsapparaat, glucose- en vetstofwisseling en huid.

(Woorden met een sterretje worden aan het eind van de tekst verklaard)

Essentiële vetzuren*
De langeketen omega-3-vetzuren* die in vette vis (zoals zalm, haring, makreel, sardines) voorkomen zijn EPA (eicosapentaeenzuur*) en DHA (docosahexaeenzuur*). Deze voor de gezondheid uitermate belangrijke vetzuren kunnen in principe worden gemaakt uit de precursor* alfalinoleenzuur* (18:3n-3*), het essentiële omega-3-vetzuur dat aanwezig is in lijnzaad-, hennep-, walnoten-, koolzaad-, tarwekiem- en sojaolie. In de praktijk is de omzetting van alfalinoleenzuur in EPA (20:5n-3) en vooral DHA (22:6n-3) zo beperkt - en wordt EPA moeizaam omgezet in DHA - dat onderzoekers tot de slotsom zijn gekomen dat EPA en DHA ook kunnen worden beschouwd als essentiële omega-3-vetzuren.(1-6)

De inname van (langeketen) omega- 3-vetzuren is heel belangrijk voor de juiste vetzuurbalans, vooral omdat onze voeding naar verhouding veel linolzuur* en arachidonzuur* bevat, meervoudig onverzadigde omega-6-vetzuren die de tegenspelers zijn van omega-3-vetzuren. De ratio tussen omega-6- en omega-3-vetzuren in de huidige voeding is ongeveer 10:1 tot 20:1 terwijl deze circa 4:1 dient te zijn. Het lichaam komt in een betere conditie door de linolzuur- en arachidonzuurinname te beperken en regelmatig vette vis te eten of een visoliesupplement te gebruiken. Een indrukwekkende hoeveelheid epidemiologische, preklinische en klinische studies heeft aangetoond dat een optimale inname van omega-3-vetzuren, in het bijzonder EPA en DHA, helpt bij het voorkomen en/of verlichten van uiteenlopende klachten en (chronische) ziekten. Omega-3-vetzuren zijn onder meer van belang voor hart en bloedvaten, (foetale) hersenontwikkeling, gezichtsvermogen, mentale en emotionele gezondheid, afweersysteem, bewegingsapparaat, glucose- en vetstofwisseling en huid.

Werkingsmechanismen
Omega-3-vetzuren hebben een veelzijdige werking; ze zijn in alle lichaamscellen aanwezig en hebben invloed op het functioneren van de cel en het weefsel waar ze deel van uitmaken. Globaal zijn er vier werkingsmechanismen te onderscheiden die sterk met elkaar zijn verweven:(3,7,8)

1. Omega-3-vetzuren (voornamelijk DHA) worden ingebouwd in fosfolipiden* en sfi ngolipiden* in het celmembraan waardoor de structuur (vloeibaarheid, dikte, vervormbaarheid) en functie van het celmembraan verandert. Het DHAgehalte verschilt per weefsel en orgaan en is het hoogste in de hersenen en het oog.

2. Omega-3-vetzuren (vooral EPA) moduleren de eicosanoïdenstofwisseling* (synthese van prostaglandines, tromboxanen, leukotriënen) waardoor de ontstekingsrespons wordt beïnvloed. De verhouding tussen de verschillende vetzuren in de membranen (DHA, EPA, alfalinoleenzuur, arachidonzuur) bepaalt welke vetzuren beschikbaar komen na afsplitsing door fosfolipase (= een enzym dat fosfolipiden kan splitsen) als substraat voor cyclooxygenase- (COX)* en lipoxygenase- (LOX)* enzymen en daarmee de balans tussen proen anti-infl ammatoire eicosanoïden en andere anti-infl ammatoire producten zoals resolvinen*. Een hoge ratio tussen omega-6- en omega-3-vetzuren veroorzaakt een ongewenste toename van de (systemische en/of lokale) ontstekingsactiviteit in het lichaam.

3. Omega-3-vetzuren reguleren moleculen of enzymen die zorgen voor het doorgeven van signalen binnen de cel in normale en pathologische omstandigheden.

4. Omega-3-vetzuren beïnvloeden de genexpressie in de cel(kern) en hebben onder meer eff ect op de glucose- en vetstofwisseling.

Optimale (preventieve) dosis
Eerdere aanbevelingen voor de inname van langeketen omega-3-vetzuren waren gebaseerd op het voorkomen of opheffen van defi ciëntiesymptomen zoals huidklachten. Onlangs zijn aanbevelingen geformuleerd voor volwassenen, die zijn gebaseerd op het behoud van een goede gezondheid. Het gaat hierbij om een optimale (preventieve) dosis die niet alleen defi ciëntiesymptomen voorkomt, maar ook helpt om de kans te verlagen op ziekte (morbiditeit) en sterfte (mortaliteit) door chronische (ontstekings)ziekten zoals hart- en vaatziekten en neuropsychiatrische ziekten.(5,8)

Idealiter bevatten de weefsels in ons lichaam langeketen vetzuren die voor 60% bestaan uit omega-3-vetzuren (vooral DHA) en voor 40% uit omega-6-vetzuren. De dosis omega-3-vetzuren die hiervoor nodig is hangt af van de inname van omega- 6-vetzuren met de voeding. Japanners hebben genoeg aan 750 mg langeketen omega-3-vetzuren per dag; Amerikanen die een (extreem) linolzuur- en arachidonzuurrijk dieet consumeren, hebben maar liefst 3,5 gram langeketen omega-3-vetzuren per dag nodig voor de juiste vetzuurbalans.( 8)

De Nederlandse situatie
De Nederlandse Gezondheidsraad adviseert wekelijks 200 mg langeketen omega- 3-vetzuren (DHA, EPA) in te nemen wat overeen met 150 gram haring, makreel of zalm per dag. Volgens de nieuwste inzichten biedt deze dagdosis onvoldoende bescherming tegen chronische ziekten. Nederlanders consumeren dagelijks op basis van een dieet met 2000 kilocalorie gemiddeld 4,23 energieprocent linolzuur, 0,08 energieprocent arachidonzuur en 0,28 energieprocent alfalinoleenzuur per dag (zie tabel 1). Voor de juiste balans is een inname van 0,88 energieprocent langeketen omega-3-vetzuren nodig in plaats van de huidige 0,09 energieprocent, wat neerkomt op 1956 mg EPA en DHA per dag. Als echter de linolzuurinname wordt verlaagd naar 2 energieprocent en de alfalinoleenzuurinname wordt verhoogd, kan worden volstaan met 750 mg langeketen omega-3-vetzuren per dag (0,34 energieprocent).( 1,8)

Een groot deel van de Nederlandse bevolking heeft een (te) lage inname van langeketen omega-3-vetzuren en haalt de offi ciële (minimale) aanbeveling van 200 mg EPA en DHA per dag niet eens. Risicogroepen voor een tekort aan langeketen omega-3-vetzuren zijn vooral vrouwen die zwanger zijn of borstvoeding geven, kinderen tot 2 jaar, ouderen en mensen die (bijna) nooit vis eten.

Moeder en kind
Tijdens de zwangerschap (vooral het derde trimester) en de lactatieperiode is de behoefte aan DHA bij de moeder hoger dan gebruikelijk; sommige onderzoekers denken dat een dagdosis van circa 1 gram DHA (naast EPA) wenselijk is.(9,10) De omega- 3-vetzuurstatus daalt signifi cant bij vrouwen die tijdens de zwangerschap en het geven van borstvoeding niet zorgen voor een adequate inname van omega-3- vetzuren. Dit is niet goed voor haar eigen gezondheid; mogelijk komt haar kind op den duur ook tekort, aangezien de omega- 3-vetzuurstatus van een kind sterk is gecorreleerd met die van de moeder. Het kind ontvangt via de placenta en later via borstvoeding dagelijks ongeveer 70 mg DHA voor de ontwikkeling van de hersenen en ogen; ook zijn omega-3-vetzuren onder meer van belang voor een optimale ontwikkeling van het immuunsysteem en de botopbouw bij het kind.

Uit onderzoek is gebleken dat een goede inname van omega-3-vetzuren door de aanstaande moeder een positieve invloed heeft op de zwangerschapsduur en het geboortegewicht van het kind, de kans op vroeggeboorte verkleint en de visuele en neurologische ontwikkeling van het kind verbetert; ook heeft de moeder waarschijnlijk minder kans op pre-eclampsie* en perinatale/postnatale depressie.(2,9,11)

In een studie scoorden kinderen van moeders die tijdens de zwangerschap visolie gebruikten (10 ml per dag met 1183 mg DHA en 803 mg EPA) op vierjarige leeftijd signifi cant beter in intelligentietesten dan kinderen uit de placebogroep.(12) Een vetzuurdisbalans bij kinderen met een lage inname van langeketen omega-3-vetzuren is geassocieerd met leer- en gedragsproblemen zoals ADHD, agressie, dyslexie, dyspraxie en autistische stoornissen.(7,13,14)

Hart- en vaatziekten
Een recente review bevestigt dat langeketen omega-3-vetzuren beschermen tegen kransvatziekte, fataal en niet-fataal hartinfarct, beroerte en plotse hartdood en tevens de kans op sterfte (door alle oorzaken) verlagen.(15) Het beschermende eff ect van omega-3-vetzuren is dosisafhankelijk. Voor primaire preventie van hart- en vaatziekten wordt een dosis van minimaal 750 mg per dag genoemd, voor secundaire preventie (bij bestaande harten vaatziekten) minimaal 1 gram DHA en EPA per dag.(5,6,16,17) Uit een systematische review komt tevens naar voren dat omega- 3-vetzuren beter beschermen tegen sterfte door hart- en vaatziekten dan de veelgeprezen statines (medicijnen die het cholesterolgehalte verlagen).(18) Omega-3-vetzuren:(16,17,19-22) • Remmen atherosclerose, mede door ontstekingsremming, verbetering van de endotheelfunctie* en remming van oxidatieve stress;
• Verbeteren de elasticiteit van de vaatwand en verlagen hoge bloeddruk;
• Verminderen bloedplaatjesaggregatie, verbeteren de fl exibiliteit van de rode bloedcellen en gaan trombose tegen;
• Verlagen de triglyceridenspiegel*;
• Verbeteren de hartspierfunctie, verlagen de hartslag en gaan (fatale) hartritmestoornissen tegen.

Ziekten met acute of chronische ontstekingscomponent
Een hogere inname van omega-3-vetzuren zorgt voor daling van ontstekingsbevorderende arachidonzuurmetabolieten (PGE2, LTB4, TXB2, 5-HETE en LTE4), ontstekingsbevorderende cytokinen* (TNF-α, IL-1, IL-6, IL-8) en adhesiemoleculen die een rol spelen in het ontstekingsproces.(23) EPA is precursor van type-3-prostaglandines en tromboxanen en type-5-leukotriënen, die veel onschuldiger zijn dan type-2-eicosanoïden uit arachidonzuur; ook worden uit EPA serie-E resolvinen gevormd met een ontstekingsremmende activiteit. DHA is precursor van serie-D resolvinen, docosatriënen en neuroprotectines met een ontstekingsremmende werking. Waarschijnlijk hebben omega- 3-vetzuren (vooral EPA) ook invloed op het ontstekingsproces door remming van transcriptiefactor NF-kB* (nuclear factor kappa-B).(23,24) Een hogere omega-3-status is geassocieerd met een lagere bloedspiegel van C-reactief proteïne (CRP), een onafhankelijke indicator voor een laaggradig ontstekingsproces zoals atherosclerose en een sterke onafhankelijke risicofactor voor hart- en vaatziekten.(25)

De ontstekingsremmende en immunomodulerende werking van EPA en DHA is van grote waarde bij (de preventie van) ziekten met een acute of chronische ontstekingscomponent, waaronder reumatoïde artritis, infl ammatoire darmziekten (colitis ulcerosa, ziekte van Crohn), lupus erythematodes, diabetes mellitus, kanker, metabool syndroom, cystische fi brose, astma, allergie, COPD, psoriasis, obesitas, hart- en vaatziekten, neurodegeneratieve ziekten (Alzheimer, multiple sclerose) en de systemische ontstekingsrespons na operatie of trauma.(7,9,23,24,26,28) De combinatie van EPA en DHA heeft een 9 keer sterkere ontstekingsremmende werking dan alfalinoleenzuur, gemeten bij gezonde proefpersonen.(24)

Reumatoïde artritis
Reuma is geassocieerd met een lage consumptie van vette vis; suppletie met omega- 3-vetzuren heeft signifi cante invloed op het ontstekingsproces met daling van pro-infl ammatoire eicosanoïden, cytokinen (waaronder IL-1β) en CRP. In klinische studies zijn doseringen gebruikt tussen 1,6 en 7,1 gram omega-3-vetzuren (DHA, EPA) per dag met een gemiddelde van ongeveer 3,5 gram per dag.(24) Een beter resultaat wordt bereikt als de inname van omega- 6-vetzuren (vooral arachidonzuur uit vlees en zuivel) wordt beperkt en als naast visolie olijfolie wordt ingenomen.(29,30) Resultaten van suppletie zijn minder ochtendstijfheid, afname van het aantal gezwollen en gevoelige gewrichten, minder gewrichtspijn, minder snel uitgeput zijn, grotere kracht in de handen en afgenomen gebruik van pijnstillers zoals NSAID’s.

Inflammatoire darmziekten
Ulceratieve colitis en de ziekte van Crohn zijn ontstekingsziekten van het maagdarmkanaal. Bij ulceratieve colitis zijn vooral de slijmvliezen van de dikke darm aangetast; bij de ziekte van Crohn kan elk gedeelte van het spijsverteringskanaal zijn aangetast (meestal ileum en colon). Bij beide ziekten worden in de darmslijmvliezen verhoogde concentraties pro-infl ammatoire cytokinen en eicosanoïden (zoals LTB4) aangetroff en. Er zijn aanwijzingen dat een hoge inname van omega-6-vetzuren (en een lage omega-3-inname) bijdraagt aan het ontstaan en voortduren van deze ontstekingsziekten.(7,24) Het is bovendien aangetoond dat omega-3-vetzuren na inname worden ingebouwd in de darmslijmvliezen en ontstekingscellen waardoor de productie van PGE2, TXB2 en LTB4 daalt. De gebruikte doseringen in klinische studies variëren tussen 2,7 en 5,6 gram omega-3-vetzuren per dag (gemiddeld 4,5 gram per dag). In een aantal klinische studies zijn verbeteringen waargenomen door suppletie met omega- 3-vetzuren met afname van klachten, afgenomen gebruik van corticosteroïden, histologisch aangetoonde verbetering en minder recidieven.(24,31)

Neuropsychiatrische aandoeningen
DHA is het belangrijkste omega-3-vetzuur in celmembranen (fosfolipiden) en neuronale synapsen; EPA heeft een belangrijke ontstekingsremmende werking in de hersenen.( 30) Een lage omega-3-vetzuurstatus (in hersenen, bloed) en een lage inname van (langeketen) omega-3-vetzuren met de voeding is geassocieerd met cognitieve achteruitgang en een toegenomen kans op diverse neuropsychiatrische aandoeningen, waaronder de ziekte van Alzheimer, schizofrenie, psychose en unien bipolaire depressie.(2,7,32-36) Depressieve mensen hebben gemiddeld een lager gehalte omega-3-vetzuren in celmembranen en plasmafosfolipiden en een lage inname van omega-3-vetzuren; onderzoek heeft aangetoond dat suppletie met omega- 3-vetzuren (bijvoorbeeld 3 gram EPA en DHA) depressie kan verlichten.(34,36)

Met het ouder worden neemt het DHAen EPA-gehalte in de hersenen geleidelijk af, mede door toenemende oxidatieve beschadiging van deze vetzuren. Onderzoekers hebben berekend dat inname van 180 mg DHA per dag de kans op dementie mogelijk met 50% verlaagt; ook zouden mensen die minimaal een keer per week vis eten 60% minder kans hebben dement te worden dan mensen die zelden of nooit vis eten.(35,37) In een diermodel voor dementie zorgde suppletie met DHA voor uitstel van het tot uiting komen van de ziekte.(38) Het is de vraag in welke mate omega-3-vetzuren het bestaande ziekteproces van cognitieve achteruitgang en dementie beïnvloeden; dit moet nog beter worden onderzocht. Er zijn aanwijzingen dat suppletie met DHA leidt tot cognitieve verbetering en minder agressief gedrag bij dementerende ouderen.

Veroudering van het oog
DHA beschermt waarschijnlijk tegen leeftijdsgerelateerde maculadegeneratie (AMD), de belangrijkste oorzaak van blindheid.( 35) DHA is een belangrijk vetzuur in de retina (fotoreceptoren) en is essentieel voor het gezichtsvermogen. Mogelijk speelt atherosclerose van de bloedvaten die de retina van bloed voorzien een belangrijke rol bij het ontstaan van AMD en helpt DHA dit proces te remmen. Mensen die 4 keer of vaker vette vis eten per week hebben 35% minder kans op AMD verge leken met degenen die minder vis eten. Ook speelt de omega-6/omega-3 ratio een rol: hoe hoger deze ratio, des te hoger de kans op AMD. DHA en EPA beschermen de (vasculaire en neuronale) retina tegen pathologische veranderingen geïnduceerd door ischemie, licht, zuurstof, ontsteking en veroudering.(39)

Gezonde botten
Omega-3-vetzuren ondersteunen de botopbouw en botmineralisatie, wat vooral van belang is tijdens de groei(spurt) en bij vrouwen in de (post)menopauze. Omega- 3-vetzuren zijn goed voor de calciumstofwisseling en bevorderen in botweefsel de mineralisatie en collageensynthese.(40) Daarnaast hebben ze een ontstekingsremmende werking en beschermen ze het bot tegen afbraak door osteoclasten. Een goede omega-3-vetzuurstatus bij ouderen verlaagt vermoedelijk de kans op osteoporose en is geassocieerd met een hogere botmineraaldichtheid.(41)

Immuunrespons en allergie
De kans op atopische allergie (hooikoorts, astma, eczeem) neemt toe bij een hoge ratio tussen omega-6-vetzuren en omega-3- vetzuren in de voeding, waardoor de PGE2- productie toeneemt.(42) PGE2 stimuleert het immuunsysteem in de richting van een allergische immuunrespons die wordt gedomineerd door type 2 T-helpercellen (Th2-cellen) doordat PGE2 de activiteit van type 1 T-helpercellen onderdrukt en de balans tussen Th2- en Th1-cellen verstoort. Voldoende inname van omega-3-vetzuren kan de PGE2-productie onderdrukken; mogelijk wordt de allergische immuunrespons ook voorkomen of afgezwakt door beïnvloeding van de signaaloverdracht en genexpressie in (immuun)cellen. De kans op het ontwikkelen van allergie bij een kind is vermoedelijk kleiner als de moeder al tijdens de zwangerschap meer omega-3-vetzuren gebruikt en haar kind na de geboorte ook voldoende omega- 3-vetzuren geeft. Het eten van vis in het eerste levensjaar is geassocieerd met daling van de kans op allergie en sensibilisatie voor voedsel- en inhalatieallergenen in de eerste vier levensjaren.(43) Een bestaande allergie zoals atopisch eczeem kan in hevigheid afnemen door suppletie met omega-3-vetzuren; mogelijk neemt daarbij de kans af dat atopisch eczeem* wordt gevolgd door andere (atopische) allergieën zoals astma en hooikoorts. In een prospectieve cohortstudie* is aangetoond dat een hogere ratio tussen omega-6- en omega-3-vetzuren de kans op astma bij kinderen vergroot en bestaande astma verergert.(7,24)

Metabool syndroom en diabetes type 2
Omega-3-vetzuren verkleinen de kans op metabool syndroom; ze verbeteren de insulinegevoeligheid, verlagen de triglyceridenspiegel, verkleinen het percentage kleine, atherogene* LDL-deeltjes (zonder de LDL-spiegel te beïnvloeden), zorgen voor een lichte verhoging van de HDL-spiegel, verbeteren de endotheelfunctie, verlagen de bloeddruk, hebben een ontstekingsremmende en antitrombotische werking en verbeteren de cellulaire antioxidantstatus.(44) Het effect van omega-3-vetzuren is minder uitgesproken bij aanwezigheid van metabool syndroom; waarschijnlijk helpen omega-3-vetzuren wel om de kans te verlagen op diabetes type 2. In landen waar de bevolking veel zeevoedsel eet (Groenland, Alaska, Japan) komen glucose-intolerantie en diabetes type 2 signifi cant minder voor dan in landen met een ‘westers’ voedingspatroon. De laatste 15 jaar neemt ook in deze landen de incidentie van diabetes type 2 snel toe door toenemende consumptie van niet-traditionele westerse voeding en veranderingen in leefstijl. Bij diabetici hebben omega-3-vetzuren geen invloed op de glycemische controle en insuline-activiteit; wel verlagen omega-3-vetzuren (1-2 gram per dag) de toegenomen kans op sterfte door hart- en vaatziekten.(27,45)

Maximale dosis
Visolie is heel veilig en hoge doses zijn geen probleem; wel moet worden opgepast wanneer iemand antistollingsmiddelen gebruikt, omdat visolie bloedverdunnend werkt en de bloedingstijd kan verlengen. Hoger doseren dan 2 gram DHA per dag of 4 gram EPA per dag heeft overigens geen zin vanwege het verzadigingseff ect; bij gecombineerde suppletie met EPA en DHA (in een verhouding van 3:2) treedt verzadiging op bij 1,2 gram DHA per dag en 3 gram EPA per dag.(3) Hoe hoger de dosis EPA en DHA, des te meer omega-6-vetzuren uit de celmembranen verdrongen worden; een eff ect dat niet kan worden bereikt door suppletie met alfalinoleenzuur.

Verklarende woordenlijst
18:3n-3 – deze formule zegt iets over de vorm van een vetzuur (hier alfalinoleen zuur). Het eerste cijfer geeft het aantal koolstofatomen aan in de keten (in dit geval 18). Het cijfer achter de dubbele punt is het aantal dubbele bindingen in het onverzadigde vetzuur (in dit geval dus 3). De “n” staat voor het einde van de keten, en “n-3” betekent dat de laatste dubbele binding in het vetzuur zich bevindt op drie koolstofatomen van het einde van de keten (dit is hetzelfde als omega-3; “omega” betekent ook het einde van de keten).

Alfalinoleenzuur (ALA) – een essentieel omega-3-vetzuur met 18 koolstofatomen en 3 dubbele bindingen. ‘Essentieel’ wil zeggen dat het lichaam dit vetzuur niet zelf kan maken en dat het uit voeding gehaald moet worden. Het lichaam gebruikt ALA om EPA en DHA te vormen, maar deze omzetting vindt in praktijk beperkt plaats.

Arachidonzuur – dit is een vetzuur dat in het lichaam wordt gevormd uit andere vetzuren (o.a. linolzuur). Verder zit het vooral in dierlijk vet en rood vlees. Het is een meervoudig onverzadigd omega- 6-vetzuur, met 20 koolstofatomen en 4 dubbele bindingen. Arachidonzuur speelt een belangrijke rol in vele stofwisselingsprocessen en bij ontstekingsreacties.

Atherogeen – atherosclerose (aderverkalking) bevorderend.

Atopisch eczeem – een IgE-gemedieerde allergische huidontsteking die meestal al op jonge leeftijd optreedt – bij een baby wordt deze huidaandoening dauwworm genoemd.

COX- en LOX-enzymen – enzymen die een rol spelen bij ontstekingsprocessen (zorgen mede voor de aanmaak van eicosanoïden). Zie voor meer informatie over ontstekingsprocessen pagina 1 van de Complementair over groenlipmosselextract.

Cytokinen – klasse van lokaal actief regulerende glycoproteïnen met hormoonachtige werking.

Docosahexaeenzuur (DHA) – een omega- 3-vetzuur. De koolstofketen van DHA bevat 22 koolstofatomen en 6 dubbele bindingen (de term is afgeleid uit het Grieks; ‘docosa’ betekent 22 en ‘hexa’ betekent 6).

Eclampsie – acute aanval van krampen, niet te onderscheiden van het epileptisch insult; komt voor in de laatste maanden van de zwangerschap, tijdens baring of hierna.
Eicosanoïden – lokaal gevormde, krachtige, hormoonachtige stoff en, die een korte levensduur hebben en alleen dicht in de buurt waar ze gevormd worden werkzaam zijn. Tot de eicosanoïden behoren de prostaglandines (PG), prostacyclines, tromboxanen (TX) en leukotriënen (LT). Prostaglandines danken hun naam aan het feit dat zij het eerst werden ontdekt in de prostaat, terwijl leukotriënen het eerst werden aangetroff en in leukocyten (witte bloedcellen) en tromboxanen in trombocyten (bloedplaatjes). Nu is bekend dat alle lichaamscellen behalve rode bloedcellen eicosanoïden produceren. Eicosanoïden zijn betrokken bij ontstekingen, koorts, bij de regulatie van de bloeddruk en bloedstolling, bij de functie van de voortplantingsorganen, bij de celgroei en het slaap-waakritme.

Eicosapentaeenzuur (EPA) – een omega- 3-vetzuur. De koolstofketen van EPA bevat 20 koolstofatomen en 5 dubbele bindingen (de term is afgeleid uit het Grieks; ‘eicosa’ betekent 20 en ‘penta’ betekent 5).

Endotheel – de inwendige bekleding van bloed- en lymfevaten.

Fosfolipiden – moleculen bestaande uit glycerol met daaraan gekoppeld twee vetzuren en een fosfaatgroep (met aan de fosfaatgroep ethanolamine, choline of serine). Twee rijen fosfolipiden vormen de lipiden dubbellaag, de karakteristieke basisstructuur van alle celmembranen.

Glycerol – (ook wel glycerine) verbinding in de categorie ‘alcoholen’; een verbinding van een koolstofketen met een OH-groep (zuurstofatoom-waterstofatoom).

Linolzuur – een meervoudig onverzadigd omega-6-vetzuur (de laatste dubbele binding zit aan het zesde koolstofatoom van het einde van de keten). Linolzuur bevat 18 koolstofatomen en 2 dubbele bindingen. Dit vetzuur zit vooral in plantaardige oliën zoals lijnzaadolie (= vlaszaadolie; ‘linon’ is Grieks voor ‘vlas’).

Lipiden – vetten of vetachtige stoff en van uiteenlopende chemische samenstelling.

Omega-3-vetzuren – ‘omega’ is de laatste letter van het Griekse alfabet en wordt in dit verband gebruikt om het uiteinde van de vetzuurketen aan te duiden. Bij omega-3-vetzuren bevindt de laatste dubbele binding van het meervoudig onverzadigde vetzuur zich op drie koolstofatomen van het einde van de keten.

Precursor – voorloperstof, voorstadium van een in het lichaam gevormde stof.

Pre-eclampsie – periode voorafgaand aan de eclamptische aanval, gekenmerkt door onder meer hoofdpijn, problemen met zien, misselijkheid, braken en bloeddrukstijging.

Prospectieve cohortstudie – een studie waarbij een bevolkingsgroep, waarvan de individuen gedefinieerd zijn door een of meer dezelfde kenmerken (= een cohort), gedurende langere tijd wordt gevolgd om te kijken wat er met ze gebeurt (i.t.t. retrospectief, waarbij terug wordt gekeken naar gebeurtenissen die in het verleden hebben plaatsgevonden).

Resolvinen – pas ontdekte metabolieten van omega-3-vetzuren (DHA, EPA) die een ontstekingsproces tot staan brengen en helpen opruimen.

Sfingolipiden – groep van lipiden die sfingosine, een bepaalde verbinding van een amine met een alcohol, bevatten.

Transcriptiefactor NF-kB – nucleaire factor kappa-B is een eiwit dat de productie van andere eiwitten (waaronder cytokinen) aanstuurt door het reguleren van de gentranscriptie (het omzetten van genetische informatie in RNA); activering van NF-kB speelt een belangrijke rol bij ontstekingsprocessen.

Triglyceridenspiegel – het gehalte van triglyceriden in het bloed. Dit zijn verbindingen van drie vetzuren met glycerol. Triglyceriden vormen het belangrijkste bestanddeel van vetten.

Vetzuur – vetzuren vormen samen met glycerol de bouwstenen van een vet. Ze bestaan uit een keten van koolstofatomen waar waterstof- en zuurstofatomen aan vast zitten. Meestal bestaat de keten van een vetzuur uit 14 tot 22 koolstofatomen, maar kan zelfs tot 30 koolstofatomen bevatten. Er zijn drie soorten vetzuren: verzadigd (er zijn geen dubbele bindingen), enkelvoudig onverzadigd (de koolstofketen bevat één dubbele binding) en meervoudig onverzadigd (de koolstofketen bevat meerdere dubbele bindingen).

Referenties
1. Simopoulos AP et al.. Workshop on the essentiality of and recommended dietary intakes for omega-6 and omega-3 fatty acids. J Am Coll Nutr. 1999;18(5):487-9. 2. Akabas SR et al. Summary of a workshop on n-3 fatty acids: current status of recommendations and future directions. Am J Clin Nutr. 2006;83(6Sl):1536S-1538S. 3. Arterburn LM et al. Distribution, interconversion, and dose response of n-3 fatty acids in humans. Am J Clin Nutr. 2006;83(6S):1467S-1476S. 4. Goyens PL et al. Compartmental modeling to quantify alpha-linolenic acid conversion after longer term intake of multiple tracer boluses. J Lipid Res. 2005;46(7):1474-83. 5. Gebauer SK et al. n-3 Fatty acid dietary recommendations and food sources to achieve essentiality and cardiovascular benefi ts. Am J Clin Nutr. 2006;83(6S1):1526S-1535S. 6. Wang C et al. n-3 Fatty acids from fi sh or fi sh-oil supplements, but not alpha-linolenic acid, benefi t cardiovascular disease outcomes in primary- and secondary-prevention studies: a systematic review. Am J Clin Nutr. 2006;84(1):5-17. 7. Seo T et al. Omega-3 fatty acids: molecular approaches to optimal biological outcomes. Curr Opin Lipidol. 2005;16(1):11-8. 8. Hibbeln JR et al. Healthy intakes of n-3 and n-6 fatty acids: estimations considering worldwide diversity. Am J Clin Nutr. 2006;83(6Sl):1483S-1493S. 9. Jensen CL. Eff ects of n-3 fatty acids during pregnancy and lactation. Am J Clin Nutr. 2006;83(6Sl):1452S-1457S. 10. Decsi T et al. N-3 fatty acids and pregnancy outcomes. Curr Opin Clin Nutr Metab Care. 2005;8(2):161-6. 11. Freeman MP. Omega-3 fatty acids and perinatal depression: A review of the literature and recommendations for future research. Prostaglandins Leukot Essent Fatty Acids. 2006;doi:10.1016/j.plefa.2006.07.007. 12. Helland IB et al. Maternal supplementation with very-long-chain n-3 fatty acids during pregnancy and lactation augments children’s IQ at 4 years of age. Pediatrics. 2003;111(1):e39-44. 13. Antalis CJ et al. Omega-3 fatty acid status in attention-defi cit/hyperactivity disorder. Prostaglandins Leukot Essent Fatty Acids. 2006;Sep 7. 14. Richardson AJ. Clinical trials of fatty acid treatment in ADHD, dyslexia, dyspraxia and the autistic spectrum. Prostaglandins Leukot Essent Fatty Acids. 2004;70(4):383-90. 15. Psota TL et al. Dietary omega-3 fatty acid intake and cardiovascular risk. Am J Cardiol. 2006;98(4A):3i-18i. 16. Dietary supplementation with n-3 polyunsaturated fatty acids and vitamin E after myocardial infarction: results of the GISSIPrevenzione trial. Gruppo Italiano per lo Studio della Sopravvivenza nell’Infarto miocardico. Lancet. 1999;354(9177):447-55. 17. Mori TA. Omega-3 fatty acids and hypertension in humans. Clin Exp Pharmacol Physiol. 2006;33(9):842-6. 18. Studer M et al. Eff ect of diff erent antilipidemic agents and diets on mortality: a systematic review. Arch Intern Med. 2005;165(7):725-30. 19. Appel LJ et al. Does supplementation of diet with ‘fi sh oil’ reduce blood pressure? Arch Intern Med. 1993;153:1429–38. 20. Geleijnse JM et al. Blood pressure response to fi sh oil supplementation: Meta regression analysis of randomized trials. J Hypertens. 2002;20:1493–9. 21. Vandongen R et al. Eff ects on blood pressure of Ω3 fats in subjects at increased risk of cardiovascular disease. Hypertension 1993;22:371–9. 22. Breslow JL. n-3 fatty acids and cardiovascular disease. Am J Clin Nutr. 2006;83(6Sl):1477S-1482S. 23. Calder PC. Polyunsaturated fatty acids and infl ammation. Prostaglandins Leukot Essent Fatty Acids. 2006;75(3):197-202. 24. Calder PC. n-3 polyunsaturated fatty acids, infl ammation, and infl ammatory diseases. Am J Clin Nutr. 2006;83(6Sl):1505S- 1519S. 25. Niu K et al. Dietary long-chain n-3 fatty acids of marine origin and serum C-reactive protein concentrations are associated in a population with a diet rich in marine products. Am J Clin Nutr. 2006;84(1):223-9. 26. McGeer PL et al. Infl ammation, antiinfl ammatory agents and Alzheimer disease: The last 12 years. J Alzheimers Dis. 2006;9(3S):271-6. 27. Nettleton JA et al. n-3 long-chain polyunsaturated fatty acids in type 2 diabetes: a review. J Am Diet Assoc. 2005;105(3):428- 40. 28. Hardman WE. (n-3) fatty acids and cancer therapy. J Nutr. 2004;134(12S):3427S- 3430S. 29. Adam O et al. Anti-infl ammatory eff ects of a low arachidonic acid diet and fi sh oil in patients with rheumatoid arthritis. Rheumatol Int. 2003;23(1):27-36. 30. Berbert AA et al. Supplementation of fi sh oil and olive oil in patients with rheumatoid arthritis. Nutrition. 2005;21(2):131-6. 31. Belluzzi A. Polyunsaturated fatty acids (n-3 PUFAs) and infl ammatory bowel disease (IBD): pathogenesis and treatment. Eur Rev Med Pharmacol Sci. 2004;8(5):225-9. 32. Young G et al. Omega-3 fatty acids and neuropsychiatric disorders. Reprod Nutr Dev. 2005;45(1):1-28. 33. Kalmijn S. Fatty acid intake and the risk of dementia and cognitive decline: a review of clinical and epidemiological studies. J Nutr Health Aging. 2000;4(4):202-7. 34. Tiemeier H et al. Plasma fatty acid composition and depression are associated in the elderly: the Rotterdam Study. Am J Clin Nutr. 2003;78(1):40-6. 35. Johnson EJ et al. Potential role of dietary n-3 fatty acids in the prevention of dementia and macular degeneration. Am J Clin Nutr. 2006;83(6Sl):1494S-1498S. 36. Parker G et al. Omega-3 fatty acids and mood disorders. Am J Psychiatry. 2006;163(6):969-78. 37. Morris MC et al. Consumption of fi sh and n-3 fatty acids and risk of incident Alzheimer disease. Arch Neurol. 2003;60(7):940-6. 38. Calon F et al. Docosahexaenoic acid protects from dendritic pathology in an Alzheimer’s disease mouse model. Neuron. 2004;43(5):633-45. 39. SanGiovanni JP et al. The role of omega- 3 long-chain polyunsaturated fatty acids in health and disease of the retina. Prog Retin Eye Res. 2005;24(1):87-138. 40. Watkins BA et al. Nutraceutical fatty acids as biochemical and molecular modulators of skeletal biology. J Am Coll Nutr. 2001;20(5S):410S-416S. 41. Weiss LA et al. Ratio of n-6 to n-3 fatty acids and bone mineral density in older adults: the Rancho Bernardo Study. Am J Clin Nutr. 2005;81(4):934-8. 42. Calder PC. Polyunsaturated fatty acids and cytokine profi les: a clue to the changing prevalence of atopy? Clin Exp Allergy. 2003;33(4):412-5. 43. Kull I et al. Fish consumption during the fi rst year of life and development of allergic diseases during childhood. Allergy. 2006;61(8):1009-15. 44. Carpentier YA et al. n-3 fatty acids and the metabolic syndrome. Am J Clin Nutr. 2006;83(6S1):1499S-1504S. 45. Sirtori CR et al. One-year treatment with ethyl esters of n-3 fatty acids in patients with hypertriglyceridemia and glucose intolerance reduced triglyceridemia, total cholesterol and increased HDL-C without glycemic alteration. Atherosclerosis 1998;137:419– 427.
naar researchoverzicht
Research