Gesponsord door:

Mariadistel

Mariadistel (Silybum marianum) is bij uitstek een leverkruid of levertonicum. In Europa wordt mariadistel al meer dan 2000 jaar ingezet bij uiteenlopende ziekten van lever en galblaas en ter bescherming van lever en galblaas tegen toxines en andere schadelijke invloeden. Minder bekend is dat mariadistel de glucose- en vetstofwisseling ondersteunt, de glycemische controle bij diabetici verbetert en de alvleesklier beschermt tegen oxidatieve stress door een verhoogde bloedglucosespiegel. Tevens kan mariadistel helpen tegen dyspepsie, ulcus pepticum en hooikoorts. Traditioneel werd mariadistel ook gebruikt ter ondersteuning van de melkproductie bij vrouwen die borstvoeding geven. De Griekse arts Dioscorides (40-90 n.Chr.) adviseerde mariadistel bij slangenbeten en Amerikaanse indianen gebruikten het kruid bij zweren en andere huidaandoeningen. Mariadistel heeft onder meer antioxidatieve, ontstekingsremmende, immunomodulerende, anticarcinogene en cholesterolverlagende effecten, bevordert de galafscheiding en beschermt lever, alvleesklier, nieren en hersenen.

Mariadistel bevat silymarin, bestaande uit verschillende (vetoplosbare) flavonolignanen (met name silybine, isosilybine, silicristine en silydianine); verder bevat mariadistel onder meer flavonoïden, fenolderivaten, betaïne, trimethylglycine, saponinen en fytosterolen. Ondanks dat flavonolignanen (silymarin) worden beschouwd als de belangrijkste medicinale inhoudsstoffen (veel preparaten worden gestandaardiseerd op ten minste 70% silymarin), zijn de gezondheidseffecten van mariadistel toe te schrijven aan (synergie tussen) een veel breder spectrum aan inhoudsstoffen.

Bronnen

Extract uit de vruchten/zaden van Silybum marianum. Bij het extractieproces is het belangrijk dat zowel de lipofiele (flavonolignanen) als hydrofiele (fenolderivaten, flavonoïden) inhoudsstoffen worden verzameld.

Indicaties

  • Toxische leverbelasting (alcohol, medicijnen (zie interacties), drugs, straling, giftige paddenstoelen zoals Amanita phalloides, chemicaliën zoals tolueen en xyleen, lood, ijzer)
  • Alcoholische en niet-alcoholische leververvetting
  • Acute en chronische (virale) hepatitis
  • Levercirrose
  • Galstuwing, (preventie) galstenen
  • Diabetes mellitus (type 1, type 2), diabetische nefropathie
  • Dyspepsie, ulcus pepticum
  • Hooikoorts
  • Kanker (zie interacties en referentie 6)

Contra-indicaties

Overgevoeligheid voor planten uit de Asteraceae-familie.

Gebruiksadviezen

Algemene adviesdosering: 250-1000 mg/dag, verdeeld over de dag bij een maaltijd in te nemen.

Interactie

  • Mariadistel kan de bloedglucosespiegel verlagen. Diabetici dienen met dit effect rekening te houden.
  • Mariadistel vermindert de toxiciteit van cisplatine (nieren), carboplatine (nieren), gentamycine (nieren) en anthracyclines zoals doxorubicine (hart).
  • Mariadistel beschermt de lever tegen beschadiging door hepatotoxische medicijnen waaronder paracetamol, acetylsalicylzuur, tuberculosemiddelen zoals rifampicine, anticonvulsiva zoals carbamazepine, neuroleptica zoals haloperidol, fenothiazines en tricyclische antidepressiva.
  • Zoethout en mariadistel versterken elkaars leverbeschermende eigenschappen.
  • Mariadistel vermindert de toxiciteit en versterkt vermoedelijkde werkzaamheid van het antiaritmicum amiodaron (dierstudie).
  • Mariadistel verlaagt mogelijk de effectiviteit van metronidazol.
  • Leververvetting door tamoxifen wordt tegengegaan door mariadistel.

De kans op significante CYP-gemedieerde (cytochroom P450) interacties bij het gebruik van mariadistel is klein.

Veiligheid

Mariadistel(extract) is zeer veilig in de geadviseerde doseringen. Het kruid kent een lange traditie van gebruik en wordt ook toegepast bij kinderen (paddenstoelvergiftiging), vrouwen die zwanger zijn (intrahepatische cholestase) of borstvoeding geven (bevorderen lactatie) en bij ouderen boven 75 jaar. Mariadistelextract kan in een enkel geval gepaard gaan met milde maagdarmklachten. In dat geval de dosering verlagen of het gebruik (tijdelijk) staken.

Literatuur

1. Abenavoli L et al. Milk thistle in liver diseases: past, present, future. Phytother Res. 2010;24(10):1423-32.

2. Hussain SA. Silymarin as an adjunct to glibenclamide therapy improves long-term and postprandial glycemic control and body mass index in type 2 diabetes. J Med Food. 2007;10(3):543-7.

3. Rafieian-Kopaie M et al. Silymarin and diabetic nephropathy. J Renal Inj Prev. 2012;1(1):3-5.

4. Borrelli F et al. The plant kingdom as a source of anti-ulcer remedies. Phytother Res. 2000;14(8):581-91.

5. Bakhshaee M et al. Effect of silymarin in the treatment of allergic rhinitis. Otolaryngol Head Neck Surg. 2011;145(6):904-9.

6. Greenlee H et al. Clinical applications of Silybum marianum in oncology. Integr Cancer Ther. 2007;6(2):158-65.

7. Gurley BJ et al. Pharmacokinetic herb-drug interactions (part 2): drug interactions involving popular botanical dietary supplements and their clinical relevance. Planta Med. 2012;78(13):1490-514.

Terug