Chroom

Chroom is belangrijk voor het koolhydraat-, eiwit- en vetmetabolisme. Chroom maakt deel uit van de glucosetolerantiefactor (GTF) en verhoogt de glucosetolerantie door ondersteuning van de insulinewerking. Daarnaast verbetert chroom de ratio tussen LDL- en HDL-cholesterol in het bloed. Voldoende chroom kan van belang zijn om de vetopslag in het lichaam onder controle te houden. Voeding rijk aan enkelvoudige suikers verhoogt de uitscheiding van chroom.

Bronnen

Groenten, fruit, zuivel, vlees

Tekenen van een mogelijk tekort

Verminderde glucosetolerantie (hyperglycemie, hypoglycemie), verhoogde cholesterol- en triglyceridenspiegel, toename vetmassa (en afname vetvrije massa), gewichtsverlies (bij ernstig tekort), groeiachterstand, perifere neuropathie, atypische depressie. Een chroomtekort verhoogt de kans op diabetes type 2, zwangerschapsdiabetes en hart- en vaatziekten.

Indicaties

  • lage chroominname / chroomtekort
  • (preventie) overgewicht (mede door afname eetlust en eetbuien)
  • metabool syndroom
  • diabetes type 1 en 2
  • diabetes veroorzaakt door corticosteroïden
  • hyperlipidemie (gerelateerd aan insulineresistentie)
  • leeftijdsgerelateerde cognitieve achteruitgang, vroege stadium dementie 
  • atypische depressie (met name bij sterke hunkering naar suiker, gewichtstoename, lethargie)
  • PMDD (premenstruele dysfore stoornis)
  • polycysteus ovarium syndroom (PCOS)
  • ziekte van Turner (ter verbetering glucose- en vetstofwisseling)
  • zware lichamelijk inspanning, infectie, trauma en andere vormen van lichamelijke stress (toename renale chroomuitscheiding)

Contra-indicaties

  • Overgevoeligheid/allergie voor chroom
  • Verminderde nier- of leverfunctie

Gebruiksadviezen

  • Onderhoudsdosering: 200 mcg per dag
  • Algemene therapeutische dosering: 400-800 mcg per dag
De Nederlandse Gezondheidsraad doet geen aanbevelingen voor chroom. In de Verenigde Staten heeft de Food and Nutrition Board wel aanbevelingen gedaan voor chroom (zie tabel). Chroomsuppletie is zeer veilig, zeker als een bovengrens van 1000 mcg per dag (volwassenen) wordt aangehouden.
 

  Leeftijd

  Vrouwen

  Mannen

  0-6 maanden

  0,2

  0,2

  7-12 maanden

  5,5

  5,5

  1-3 jaar

  11

  11

  4-8 jaar

  15

  15

  9-13 jaar

  21

  25

  14-18 jaar

  24

  35

  19-50 jaar

  25

  35

  51 jaar en ouder

  20

  30

  zwangerschap

  29-30

  -

  borstvoeding

  44-45

  -

Adequate inname chroom (mcg/dag)

Interactie

  • Chroom kan de bloedglucosespiegel verlagen; diabetici dienen hiermee rekening te houden.
  • Neem chroom en levothyroxine niet gelijktijdig in; chroom kan de opname van levothyroxine verlagen.
  • NSAID’s (waaronder ibuprofen, indomethacine, naproxen, prixicam, aspirine) kunnen de chroomopname verhogen en de chroomuitscheiding verlagen. Wees terughoudend met chroomsuppletie.
  • Antacida, corticosteroïden, H2-receptorblokkers en protonpompremmers kunnen de chroomstatus verlagen. Verhoging van de chroominname kan gewenst zijn.
  • Chroom kan het (gunstige) HDL-cholesterol verhogen bij mensen die bètablokkers slikken. Bètablokkers kunnen een sterkere werking hebben in combinatie met chroom of kunnen de chroomabsorptie bevorderen. Wees voorzichtig met chroomsuppletie.
  • Chroom en vitamine B3 versterken elkaars werking in het verbeteren van de glucosestofwisseling en bloedglucosespiegel; dit geldt eveneens voor chroom en biotine.
  • Chroom kan de botresorptie remmen; dit effect wordt vermoedelijk versterkt door calcium.
  • Een hoge suikerinname bevordert de chroomuitscheiding.

Veiligheid

Chroom is veilig in de aangegeven doseringen. Het gebruik van chroom kan gepaard gaan met milde maagdarmbezwaren.

Literatuur

1. Sala M et al. A double-blind, randomized pilot trial of chromium picolinate for overweight individuals with binge-eating disorder: effects on glucose regulation. J Diet Suppl. 2017;14(2):191-199.

2. Bai J et al. Chromium exposure and incidence of metabolic syndrome among American young adults over a 23-year follow-up: the CARDIA Trace Element Study. Sci Rep. 2015;5:15606.

3. Sealls W et al. Evidence that chromium modulates cellular cholesterol homeostasis and ABCA1 functionality impaired by hyperinsulinemia. Arterioscler Thromb Vasc Biol. 2011;31(5):1139-1140.

4. Sundararaman PG et al. Serum chromium levels in gestational diabetes mellitus. Indian J Endocrinol Metab. 2012;16(Suppl1): S70–S73.

5. Cefalu WT et al. Characterization of the metabolic and physiologic response to chromium supplementation in subjects with type 2 diabetes mellitus. Metabolism. 2010;59(5):755-62.

6. Krikorian R et al. Improved cognitive-cerebral function in older adults with chromium supplementation. Nutr Neurosci. 2010;13(3):116-22.

7. Heinitz MF. Alzheimer’s disease and trace elements: chromium and zinc. J Orthomol Med. 2005;20(2):89-92.

8. Docherty JP et al. A double-blind, placebo-controlled, exploratory trial of chromium picolinate in atypical depression: effect on carbohydrate craving. J Psychiatr Pract. 2005;11(5):302-14.

9. Brownley KA et al. Chromium supplementation for menstrual cycle-related mood symptoms. J Diet Suppl. 2013;10(4):345-56.

10. Ashoush S et al. Chromium picolinate reduces insulin resistance in polycystic ovary syndrome: randomized controlled trial. J Obstet Gynaecol Res. 2016;42(3):279-85.

11. Saner G et al. Alterations of chromium metabolism and effect of chromium supplementation in Turner's syndrome patients. Am J Clin Nutr. 1983;38(4):574-8.

12. Anderson RA. Chromium metabolism and its role in disease processes in man. Clin Physiol Biochem. 1986;4(1):31-41.

Terug