Gesponsord door:

Resumé Vitamine E

Synergie van acht tocoferolen en tocotriënolen

Inleiding

Vitamine E is de belangrijkste vetoplosbare antioxidant uit voedsel en bestaat uit acht aan elkaar verwante vitamine E-verbindingen: vier tocoferolen (alfa, bèta, gamma en delta) en vier tocotriënolen (alfa, bèta, gamma en delta). Naast antioxidantactiviteit heeft vitamine E invloed op de communicatie binnen en tussen lichaamscellen en op de genexpressie. Deze functies zijn mogelijk nog belangrijker voor de gezondheid en het tegengaan van ziekte(progressie) dan de directe antioxidantactiviteit. Vitamine E gaat verouderingsprocessen tegen, ondersteunt de stofwisseling, is essentieel voor de vruchtbaarheid en ondersteunt de gezondheid van onder meer hart en bloedvaten, immuunsysteem, zenuwstelsel, botten, spieren, lever, huid, haar en ogen.

Vitamine E in voeding en voedingssupplementen

Vitamine E is een vetoplosbare vitamine die voornamelijk voorkomt in plantaardige oliën, en daarnaast in noten, zaden, vette vis, eieren, volkorengranen, fruit en groenten. Voeding bevat een mix van tocoferolen en tocotriënolen, waarvan in Europa α-tocoferol en in de Verenigde Staten γ-tocoferol de meest voorkomende verbindingen zijn.(1) Voedingssupplementen bevatten vaak alleen α-tocoferol. Eenzijdige suppletie met α-tocoferol verlaagt echter de concentratie van de andere vitamine E-verbindingen.(2) Het is belangrijk te weten dat de acht vitamine E-verbindingen α-, β-, γ- en δ-tocoferol en α-, β-, γ- en δ-tocotriënol in synergie met elkaar werken. Een combinatie van tocoferolen heeft sterkere antioxidatieve en ontstekingsremmende effecten dan alleen α-tocoferol en de verschillende vitamine E-verbindingen hebben deels overlappende en deels unieke gezondheidseffecten.(3,4) Een vitamine E-supplement bevat daarom bij voorkeur een mix van alle acht vitamine E-verbindingen (tocoferolen en tocotriënolen).

RRR-α-tocoferol is de in de natuur meest voorkomende vorm en heeft van alle vitamine E-verbindingen de hoogste biologische beschikbaarheid.(3,5) Het voorvoegsel ‘RRR-‘ of ‘d-‘ geeft aan dat het de natuurlijke variant betreft, welke vele malen effectiever is dan synthetische varianten (‘dl-’vorm). Synthetische vitamine E wordt soms gebruikt in supplementen, maar heeft minder biologische activiteit en kan mogelijk zelfs het lichaam belasten. Natuurlijke α-tocoferol verhoogt de α-tocoferolplasmaspiegel tweemaal meer dan de synthetische vorm. Synthetische α-tocoferol wordt drie- tot viermaal sneller afgebroken dan natuurlijke α-tocoferol.(4)

Vitamine E in het lichaam

Vitamine E is de belangrijkste vetoplosbare antioxidant uit voeding. In het menselijk lichaam wordt vitamine E teruggevonden in lipidenrijke celstructuren zoals de celmembraan en mitochondriale membraan, en in lipoproteïnen waaronder LDL-cholesterol. Alle vitamine E-verbindingen hebben antioxidantactiviteit en daarnaast beschikt elke verbinding over unieke biologische eigenschappen. Zo heeft γ-tocoferol, dat in plasma en weefsels in vier- tot vijfmaal lagere concentraties voorkomt dan α-tocoferol, unieke ontstekingsremmende en natriuretische* effecten, hebben tocotriënolen een cholesterol-/triglyceridenverlagende en neuroprotectieve werking.(6,7) Een goede vitamine E-status is geassocieerd met een goede weerstand tegen virale en bacteriële infecties en een grotere vaccineffectiviteit.(8-10)

Antioxidantactiviteit
Vanwege de antioxidantwerking speelt vitamine E een belangrijke rol bij de bescherming van meervoudig en enkelvoudig onverzadigde vetzuren, lipoproteïnen zoals LDL-cholesterol, lipiden in de celmembraan, eiwitten en nucleïnezuren tegen oxidatieve beschadiging. Hoewel alle vitamine E-verbindingen antioxidantactiviteit hebben, wordt die van α-tocoferol als de belangrijkste beschouwd, omdat dit de vorm is die het meest in het lichaam aanwezig is door zijn hogere biologische beschikbaarheid ten opzichte van de andere vormen.(3,4) Gamma-tocoferol is daarentegen beter in het neutraliseren van stikstofradicalen dan α-tocoferol, en tocotriënolen hebben een sterkere antioxidantactiviteit dan tocoferolen.(4,11)

Regulatie van genexpressie en celsignalering
Tocoferolen en tocotriënolen hebben ook gezondheidseffecten die niets te maken hebben met antioxidantactiviteit, waaronder regulatie van genexpressie en celsignalering*.(11-13) Deze functies zijn mogelijk nog belangrijker dan de directe antioxidantactiviteit van vitamine E voor het voorkomen van ziekte en vertragen van ziekteprogressie. Via diverse moleculaire mechanismen moduleert vitamine E celsignalering. De positie in de celmembraan van lichaamscellen leent zich uitstekend voor deze functie. Vitamine E in de celmembraan draagt bij aan een juiste stabiliteit, doorlaatbaarheid en vloeibaarheid van de celmembraan, belangrijk voor cel-celcommunicatie. Daarnaast kan vitamine E de activiteit van enzymen en receptoren die betrokken zijn bij de regulatie van celsignalering beïnvloeden.(14) Vitamine E remt de activering van het eiwitcomplex NF-κB dat DNA-transcriptie controleert en een sleutelrol speelt in de immuunrespons en bij (chronische) ontsteking. Bij veel chronische ontstekingsziekten, auto-immuunziekten en kanker is sprake van disregulatie van deze transcriptiefactor.(15) Daarnaast remt γ-tocoferol het ontstekingsenzym COX-2 (cyclo-oxygenase-2) dat betrokken is bij de productie van prostaglandinen, hormoonachtige stoffen die een rol spelen bij ontsteking en pijn.(13,16)

Bescherming tegen ziekte en veroudering
Vitamine E heeft een immuunmodulerend effect door onder meer het verbeteren van de functie van lymfocyten en het reguleren van de productie van ontstekingsmediatoren. Een goede vitamine E-status zorgt voor een betere weerstand tegen infectieziekten.(16) Bij het ouder worden, veroudert ook het immuunsysteem. Dit wordt immunoscenescentie genoemd. Hierbij treedt ook chronische laaggradige ontsteking op, dit wordt inflamm-aging genoemd, een samenvoeging van inflammation (ontsteking) en aging (veroudering). Vitamine E gaat inflamm-aging tegen en vermindert de vatbaarheid van ouderen voor griep en bovenste-luchtweginfecties.(10) Ook draagt vitamine E bij aan een goede wondheling en haargroei.(17,18)

* Zie verklarende woordenlijst

Toepassingen

Hart- en vaatziekten
Onderzoekers suggereren, op basis van resultaten van humane klinische studies dat vitamine E-suppletie (zeer langdurig en in combinatie met andere antioxidanten zoals vitamine C) het effectiefst is in vroege stadia van atherosclerose.(4) Mensen met risicofactoren voor hart- en vaatziekten, waaronder dyslipidemie, diabetes, hypertensie, obesitas en roken, zouden daarom het meest profiteren van vitamine E-suppletie. Vitamine E voorkomt oxidatie van LDL-cholesterol, dat een sleutelrol speelt in de pathogenese van atherosclerose. Daarnaast remt vitamine E andere processen die ervoor kunnen zorgen dat atherosclerose verergert en tot complicaties leidt, zoals ontsteking, verhoogde klontering van bloedplaatjes, verminderd functioneren van cellen die de binnenkant van de vaatwand bekleden en de opname van geoxideerde LDL in de vaatwand.(4,7) Via zijn antioxidantactiviteit, alsmede zijn regulerende werking op de activiteit van diverse enzymen zoals antioxidantenzymen, en de modulatie van genexpressie van met name moleculen die betrokken zijn bij ontsteking, cel-celinteractie en celcyclusregulatie zorgt vitamine E voor deze effecten.(4) Gamma-tocoferol en tocotriënolen verlagen de triglyceriden- en cholesterolspiegel in het bloed en remmen bloedplaatjesaggregatie.(19-21) Tevens kan vitamine E helpen de systolische bloeddruk (bovendruk) te verlagen.(22)

Metabool syndroom
Vitamine E heeft gunstige effecten op diverse aspecten van metabool syndroom, zoals oxidatieve stress, ontsteking, leververvetting, insulineresistentie, dyslipidemie, overgewicht en verhoogde bloeddruk.(23) Bij metabool syndroom, een cluster van risicofactoren voor hart- en vaatziekten, is de behoefte aan vitamine E verhoogd.(24,25) Mensen met metabool syndroom hebben een lagere vitamine E-status (plasmaspiegel α-tocoferol) en hogere spiegels geoxideerde LDL en ontstekingsmarkers dan gezonde mensen, en zijn minder goed in staat hun vitamine E-spiegel effectief te verhogen door middel van suppletie.(24)

Leveraandoeningen
Niet-alcoholische leververvetting is de meest voorkomende leveraandoening en kan overgaan in een ontstoken vervette lever en dan leiden tot blijvende schade aan de lever, leverkanker en leverfalen. Bij diverse leveraandoeningen, waaronder ontstoken vervette lever en acute of chronische virale hepatitis, is vaak sprake van een significant verlaagde vitamine E-status. Inname van (extra) vitamine E is dan zinvol. Vitamine E heeft, mede door zijn antioxidatieve en ontstekingsremmende werking, preventieve en therapeutische effecten bij een (ontstoken) vervette lever.(26,27) Vitamine E-suppletie vermindert ontsteking, celdood en fibrose* in de lever. Vitamine E verbetert de leverfunctie bij leververvetting en remt de ziekteprogressie. Ook beschermt vitamine E (in een dosering van 400-800 ie*/dag) de lever bij chronische hepatitis B en C en ondersteunt vitamine E het immuunsysteem.(28,29)

Diabetes en diabetescomplicaties
Uit onderzoek blijkt dat lage plasmaspiegels van vitamine E geassocieerd zijn met een grotere kans op diabetes type 2.(30) Bij mensen met diabetes type 2 kan vitamine E-suppletie de glykemische controle verbeteren, vooral bij een verlaagde vitamine E-status en gebrekkige glykemische controle.(31,32) Daarnaast kan vitamine E de ontwikkeling en progressie van diabetescomplicaties, zoals beschadiging van zenuwen (diabetische neuropathie), nieren (nefropathie), netvlies van het oog (retinopathie) en hart en bloedvaten, vertragen door diabetes-geïnduceerde oxidatieve beschadiging en ontsteking tegen te gaan.(33,34)

Verminderde vruchtbaarheid
Verhoging van de inname van vitamine E, eventueel in combinatie met andere antioxidanten zoals vitamine C, kan een positieve bijdrage leveren aan de vruchtbaarheid van zowel vrouwen als mannen. Vitamine E kan de uitkomst van vruchtbaarheidsbehandelingen bij de vrouw verbeteren.(35) Bij mannen met idiopathische oligo-asthenospermie kan vitamine E-suppletie, in combinatie met vitamine C en co-enzym Q10, de concentratie en beweeglijkheid van zaadcellen verhogen.(36) Idiopathische oligo-asthenospermie, te lage concentratie zaadcellen in het ejaculaat en verminderde beweeglijkheid, is de meest voorkomende oorzaak van onvruchtbaarheid bij mannen.

Neurodegeneratieve aandoeningen
Vitamine E beschermt hersenen en zenuwen; vooral γ-tocoferol en tocotriënolen hebben sterke neuroprotectieve eigenschappen. De antioxidantwerking van vitamine E verhindert lipidenperoxidatie in hersenweefsel. Ook ontstekingsprocessen, welke in belangrijke mate bijdragen aan neurodegeneratieve ziekten, worden geremd door vitamine E.(37,38) Mensen met de ziekte van Alzheimer of de ziekte van Parkinson hebben gemiddeld een lagere vitamine E-spiegel dan gezonde mensen. Hogere vitamine E-spiegels beschermen tegen snelle ziekteprogressie van alzheimer en verlagen de kans op parkinson.(38) Studies naar de effecten van vitamine E-suppletie op het ontstaan en de progressie van alzheimer en parkinson geven wisselende resultaten.(38)

Overige toepassingen
Bij een aantal aandoeningen zijn in kleinschalig onderzoek positieve effecten van vitamine E-suppletie waargenomen, onder andere bij behandeling van dysmenorroe, PCOS, endometriose, cyclische mastalgie en astma, alsmede preventie van COPD en osteoporose.(39-45)

* Zie verklarende woordenlijst

Dosering en veiligheid

De AI (adequate inname) van vitamine E (α-tocoferol) bedraagt 11 mg TE*/dag voor meisjes vanaf 10 jaar en vrouwen, en 13 mg α-TE/dag voor jongens vanaf 10 jaar en mannen.(46) De AI is een schatting van de dagdosis α-tocoferol die nodig is om vitamine E-deficiëntiesymptomen (anemie, verminderde weerstand, retinitis pigmentosa*, neuromusculaire en neurologische symptomen waaronder ataxie*) te voorkomen. De AI is waarschijnlijk niet de optimale hoeveelheid voor het remmen van veroudering en het voorkomen van (leeftijdsgerelateerde) aandoeningen. Vitamine E heeft een lage toxiciteit.(46) De veilige bovengrens van inname voor α-tocoferol voor volwassenen, gebaseerd op een potentieel risico op bloedingen, bedraagt 300 mg TE/dag (450 ie/dag), hoewel het onwaarschijnlijk is dat α-tocoferol bloedingen veroorzaakt in doseringen tot 537 mg TE/dag (800 ie/dag), ook niet bij mensen die anticoagulantia gebruiken.(46) Welke doseringen vitamine E nodig zijn voor preventie en behandeling van aandoeningen is lastig te bepalen. De in studies gebruikte doseringen variëren grofweg van 100 mg TE/dag tot 537 mg TE/dag. Geoxideerde vitamine E heeft pro-oxidantactiviteit, waardoor het belangrijk is om bij vitamine E-suppletie voldoende vitamine C en andere antioxidanten in te nemen om geoxideerde vitamine E te recyclen, zodat deze weer als antioxidant gebruikt kan worden.(46,47)

Meer informatie over de toepassing en wetenschappelijke achtergronden van vitamine E, vindt u in het uitgebreide overzichtsartikel ‘Synergie van acht tocoferolen en tocotriënolen’.

* Zie verklarende woordenlijst
 
 

Verklarende woordenlijst

TE: d-alfatocoferol-equivalenten. 1 mg TE komt overeen met 1 mg α-tocoferol, 2 mg β-tocoferol, 10 mg γ-tocoferol, 33 mg δ-tocoferol, 3,3 mg α-tocotriënol of 20 mg β-tocotriënol. De biologische activiteit van γ- en δ-tocotriënolen kon niet worden vastgesteld in deze meting, waarin de gemiddelde hoeveelheid α-tocoferol die nodig is om embryo-disintegratie bij 50% van de ratten met vitamine E-gebrek te voorkomen, wordt bepaald inclusief de relatieve hoeveelheid van de andere vitamine E-verbindingen.(48)
Ataxie: een coördinatiestoornis, meestal veroorzaakt door een aandoening in de kleine hersenen (cerebellum).
Celsignalering: of celcommunicatie, het vermogen van cellen om signalen te ontvangen, verwerken en verzenden met zichzelf (intracellulair) en hun omgeving (intercellulair).
ie: internationale eenheden. De activiteit van 1 ie komt overeen met 0,67 mg α-tocoferol.
Fibrose: bindweefselvorming in een orgaan of weefsel.
Natriuretisch: met betrekking tot de uitscheiding van natrium met de urine.
Retinitis pigmentosa: erfelijke oogaandoening met pigmentafzetting in het netvlies en progressieve uitval van fotoreceptoren (met name staafjes).

Referenties

1. Jiang Q et al. Gamma-tocopherol, a major form of vitamin E in diets: insights into antioxidant and anti-inflammatory effects, mechanisms, and roles in disease management. Free Radic Biol Med. 2022;178:347-59.
2. Huang HY, et al. Supplementation of diets with α-tocopherol reduces serum concentrations of γ- and δ-tocopherol in humans. J Nutr. 2003;133:3137-40.
3. Jiang Q. Metabolisms of natural forms of vitamin E and biological actions of vitamin E metabolites. Free Radic Biol Med. 2022;179:375-87.
4. Munteanu A et al. Anti-atherosclerotic effects of vitamin E - myth or reality? J Cell Mol Med. 2004;8:59-76.
5. Reboul E. Vitamin E bioavailability: mechanisms of intestinal absorption in the spotlight. Antioxidants. 2017;6:95.
6. Brigelius-Flohé G. Bioactivity of vitamin E. Nutr Res Rev. 2006;19:174-86.
7. Asbaghi O et al. The effect of vitamin E supplementation on selected inflammatory biomarkers in adults: a systematic review and meta-analysis of randomized clinical trials. Sci Rep. 2020;10:17234.
8. Hemilä H. Vitamin E administration may decrease the incidence of pneumonia in elderly males. Clin Interv Aging. 2016;11:1379-85.
9. Lee GY et al. The role of vitamin E in immunity. Nutrients. 2018;10;1614.
10. Pae M et al. The role of nutrition in enhancing immunity in aging. Aging Dis. 2012;3:91-129.
11. Szewcyk K et al. Tocopherols and tocotrienols – bioactive dietary compounds; what is certain, what is doubt? Mol Sci. 2021;22:6222.
12. Shahidi F et al. Tocopherols and tocotrienols in common and emerging dietary sources: occurrence, applications, and health benefits. Mol Sci. 2016;17:1745.
13. Ungurianu A, et al. Vitamin E beyond its antioxidant label. Antioxidants. 2021;10:634.
14. Zingg JM. Vitamin E: regulatory role on signal transduction. IUBMB Life. 2019;71:456-78.
15. Park MH et al. Roles of NF-κB in cancer and inflammatory diseases and their therapeutic approaches. Cells. 2016;5:15.
16. Lewis ED et al. Regulatory role of vitamin E in the immune system and inflammation. IUBMB Life. 2019;71:487-94.
17. Beoy LA et al. Effects of tocotrienol supplementation on hair growth in human volunteers. Trop Life Sci Res. 2010;21:91-9.
18. Hobson R. Vitamin E and wound healing: an evidence-based review. Int Wound J. 2016;13:331-5.
19. Singh I et al. Effects of gamma-tocopherol supplementation on thrombotic risk factors. Asia Pac J Clin Nutr. 2007;16:422-8.
20. Zaiden N et al. Gamma delta tocotrienols reduce hepatic triglyceride synthesis and vLDL secretion. J Atheroscler Thromb. 2010;17:1019-32.
21. Ziegler M et al. Cardiovascular and metabolic protection by vitamin E: a matter of treatment strategy. Antioxidants. 2020;9:935.
22. Emami MR et al. Effect of vitamin E supplementation on blood pressure: a systematic review and meta-analysis. J Hum Hypertens. 2019;33:499-507.
23. Wong SK et al. Vitamin E as a potential interventional treatment for metabolic syndrome: evidence from animal and human studies. Front Pharmacol. 2017;8:444.
24. Mah E et al. Alfa-tocopherol bioavailability is lower in adults with metabolic syndrome regardless of dairy fat co-ingestion: a randomized, double-blind, crossover trial. Am J Clin Nutr. 2015;102:1070-80.
25. Traber MG et al. Metabolic syndrome increases dietary α-tocopherol requirements as assessed using urinary and plasma vitamin E catabolites: a double-blind, crossover clinical trial. Am J Clin Nutr. 2017;105:571-9.
26. Perumpail BJ et al. The role of vitamin E in the treatment of NAFLD. Diseases. 2018;6:86.
27. Sato K et al. Vitamin E has a beneficial effect on nonalcoholic fatty liver disease: a meta-analysis of randomized controlled trials. 2015;31:923-30.
28. Andreone P et al. Vitamin E as treatment for chronic hepatitis B: results of a randomized controlled pilot trial. Antiviral Res. 2001;49:75-81.
29. Bunchorntavakul C et al. effects of vitamin E on chronic hepatitis C genotype 3: a randomized, double-blind, placebo-controlled study. J Med Assoc Thai. 2014;97(Suppl 11):S31-40.
30. Mayer-Davis EJ et al. Plasma and dietary vitamin E in relation to incidence of type 2 diabetes. Diabetes Care. 2002;25:2172-7.
31. Vafa M et al. Effect of tocotrienols enriched canola oil on glycemic control and oxidative status in patients with type 2 diabetes mellitus: a randomized double-blind placebo-controlled clinical trial. J Res Med Sci. 2015;20:540-7.
32. Xu R et al. Influence of vitamin E supplementation on glycaemic control: a meta-analysis of randomised controlled trials. PLoS One. 2014;9:e95008.
33. Jain AB et al. Vitamin E, its beneficial role in diabetes mellitus and its complications. J Clin Diagn Res. 2012;6:1624-8.
34. Di Vincenzo A et al. Antioxidant, anti-inflammatory, and metabolic properties of tocopherols and tocotrienols: clinical implications for vitamin E supplementation in diabetic kidney disease. Int J Mol Sci. 2019;20:5101.
35. Amin NA et al. Are vitamin E supplementation beneficial for female gynaecology health and disease? Molecules. 2022;27:1896.
36. Kobori Y et al. Antioxidant cosupplementation therapy with vitamin C, vitamin E, and coenzyme Q10 in patients with oligoasthenozoospermia. Arch Ital Urol Androl. 2014;86:1-4.
37. Georgousopoulou EN et al. Tocotrienols, health and ageing: a systematic review. Maturitas 2017;95:55-60.
38. Icer MA et al. Effects of vitamin E on neurodegenerative diseases: an update. Acta Neurobiol Exp. 2021;81:21-33.
39. Agler AH et al. Randomised vitamin E supplementation and risk of chronic lung disease in the Women’s Health Study. Thorax. 2011;66:320-325.
40. Ghaffari J al. Vitamin E supplementation, lung functions and clinical manifestations in children with moderate asthma: a randomized double-blind placebo-controlled trial. Iran J Allergy Asthma Immunol. 2014;13:98-103.
41. Ziaei S et al. A randomised controlled trial of vitamin E in the treatment of primary dysmenorrhoea. BJOG 2005;112:466-9.
42. Pruthi S et al. Vitamin E and evening primrose oil for management of cyclical mastalgia: a randomized pilot study. Altern Med Rev. 2010;15:59-67.
43. Tefagh G et al. Effect of vitamin E supplementation on cardiometabolic risk factors, inflammatory and oxidative markers and hormonal functions in PCOS (polycystic ovary syndrome): a systematic review and meta‐analysis. Sci Rep. 2022;12:5770.
44. Amini L et al. The effect of combined vitamin C and vitamin E supplementation on oxidative stress markers in women with endometriosis: a randomized, triple-blind placebo-controlled clinical trial. Pain Res Manag. 2021;2021:5529741.
45. Vallibhakara SA et al. Effect of vitamin E supplement on bone turnover markers in postmenopausal osteopenic women: a double-blind, randomized, placebo-controlled trial. Nutrients. 2021;13:4226.
46. EFSA, panel on dietetic products, nutrition and allergies. Scientific opinion on dietary reference values for vitamin E as α-tocopherol. EFSA Journal 2015;13:4149.
47. Scientific Committee on Food. Scientific Panel on Dietetic Products, Nutrition and Allergies. Tolerable upper intake levels for vitamins and minerals. 2006:243-52.
48. EFSA opinion on mixed tocopherols, tocotrienoltocopherol and tocotrienols as sources for vitamin E added as a nutritional substance in food supplements. The EFSA Journal. 2008; 640:1-34.

 

Copyright © 2022 Stichting Orthokennis. Alle rechten voorbehouden. Op alle teksten, afbeeldingen, foto's, figuren, tabellen en overige informatie op deze website berust het kopijrecht/auteursrecht. Niets van deze website mag zonder toestemming van stichting Orthokennis worden overgenomen of gekopieerd. Deze informatie mag wel worden bekeken op een scherm, gedownload worden of geprint worden, mits dit geschied voor persoonlijk, informatief en niet-commercieel gebruik, mits de informatie niet gewijzigd wordt, mits de volgende copyright-tekst in elke copy aanwezig is: “Copyright © Stichting Orthokennis”, mits copyright, handelsmerk en andere van toepassing zijnde teksten niet worden verwijderd en mits de informatie niet wordt gebruikt in een ander werk of publicatie in welk medium dan ook.