Resumé Choline

Belang voor gezondheid vaak over het hoofd gezien




08-sep-2020

Inleiding

Choline is gedurende het gehele leven van essentieel belang voor een goede gezondheid. Dit belang is echter lange tijd niet goed onderkend. Al tijdens de prenatale periode en eerste levensjaren is veel choline nodig. Choline is van groot belang voor de groei en ontwikkeling van het kind. Een te laag aanbod van choline in deze eerste periode van het leven kan verstrekkende (langetermijn)gevolgen hebben voor de gezondheid. Choline speelt een uitermate belangrijke rol bij de ontwikkeling van de hersenen. Choline is ook betrokken bij programmering van het DNA op epigenetisch niveau: zonder dat de daadwerkelijke DNA-structuur verandert, kunnen bepaalde genen worden ‘aan- of uitgeschakeld’. Via deze programmering beïnvloedt choline de kans op chronische ziekten op latere leeftijd. Een te lage cholinestatus bij volwassenen leidt tot verstoring van de vetstofwisseling in de lever, bevordering van insulineresistentie, DNA-schade en celdood, verandering van genexpressie*, verhoging van het homocysteïnegehalte in het bloed, (niet-alcoholische) leververvetting*, spierafbraak en een slechte werking van de hersenen.

* Zie verklarende woordenlijst.

Bronnen en behoefte

Choline, een B-vitamine-achtige stof, is een essentiële voedingsstof ondanks dat het lichaam het zelf in kleine hoeveelheden kan aanmaken in de lever. Rijke bronnen van choline zijn eieren, vlees, gevogelte, lever, vis, soja en tarwekiemen, terwijl granen, peulvruchten, noten, fruit, groenten en zuivel kleinere hoeveelheden bevatten. De choline-inname kan worden verhoogd met suppletie in de vorm van cholinebitartraat, cholinechloride of fosfatidylcholine.

Vooralsnog is het niet mogelijk gebleken om de hoogte van de cholinebehoefte en daarmee de ADH (aanbevolen dagelijkse hoeveelheid) vast te stellen. Er wordt daarom gebruikgemaakt van de AI (adequate inname) die is gebaseerd op de hoeveelheid choline die nodig is om leverschade door een tekort bij gezonde volwassenen te voorkomen. In 2016 is door de European Food Safety Authority (EFSA) de AI voor choline voor het eerst vastgesteld op 400 mg/dag voor volwassenen en adolescenten, 140-230 mg/dag voor kinderen, 160 mg/dag voor baby’s vanaf 7 maanden, 480 mg/dag voor zwangere en 520 mg/dag voor borstvoedende vrouwen.

Uit onderzoek blijkt dat de cholinebehoefte per individu sterk kan verschillen. De cholinebehoefte is mede afhankelijk van de oestrogeenspiegel en de inname van methionine, folaat, vitamine B12 en betaïne. Daarnaast zijn er mensen met genetische polymorfismen* van enzymen die betrokken zijn bij de stofwisseling van choline en folaat, waardoor hun behoefte aan choline hoger is.

De choline-inname varieert sterk en is vaak lager dan de AI. Risicogroepen voor een (ernstig) tekort zijn vegetariërs, veganisten en zwangere of borstvoedende vrouwen. De veilige bovengrens is vastgesteld op 3500 mg choline per dag voor volwassenen, 3000 mg/dag voor kinderen van 14-18 jaar, 2000 mg/dag voor 9- tot 13-jarigen en 1000 mg/dag voor kinderen van 1-8 jaar.

Functies van choline

Choline is nodig voor de synthese van een aantal belangrijke stoffen met uiteenlopende functies in het lichaam. In de lever en nieren kan choline worden omgezet in betaïne, een belangrijke methyldonor. Betaïne is daarnaast ook betrokken bij de regulatie van de osmotische waarde* van vloeistoffen, met als doel het behoud van homeostase, en heeft ontstekingsremmende eigenschappen. Als methyldonor zorgt het in de lever voor (re)methylering van homocysteïne naar methionine (zie figuur 1a). Folaat doet dit eveneens en normaliter recyclen beide routes ongeveer evenveel homocysteïne. Bij een folaattekort (dan wel een moeizame omzetting van folaat in zijn actieve vorm 5-methyltetrahydrofolaat of een vitamine B12-tekort) is de cholinebehoefte verhoogd, omdat meer choline in betaïne wordt omgezet voor de (re)methylering van homocysteïne. Stijging van de homocysteïnespiegel is geassocieerd met een grotere kans op onder andere hart- en vaatziekten, neuraalbuisdefecten, osteoporose, kanker, cognitieve achteruitgang en dementie.

Een groot deel van choline uit voeding wordt gebruikt voor de synthese van fosfolipiden (fosfatidylcholine en sfingomyeline; zie figuur 1b). Fosfatidylcholine is de belangrijkste bouwsteen van celmembranen en is betrokken bij de vetstofwisseling, transport van vetten en cholesterol en cholesteroluitscheiding met gal. Sfingomyeline vormt de myelineschede* rondom zenuwceluitlopers en zorgt voor een efficiënte zenuwprikkeloverdracht. Choline is ook component van de fosfolipide PAF (platelet-activating factor) dat van belang is voor onder meer bloedstolling en wondheling, innesteling van de bevruchte eicel, foetale ontwikkeling en het op gang brengen van de bevalling.

 figuur 2

Figuur 1. Homocysteïnemetabolisme. (a) homocysteïne wordt ge(re)methyleerd tot methionine en ontvangt de methylgroep van 5-MTHF (5-methyltetrahydrofolaat) of betaïne. Homocysteïne kan ook worden omgezet in cysteïne. (b) Choline is nodig voor de synthese van fosfolipiden.

Choline is tevens een bouwstof van de neurotransmitter* acetylcholine. Deze neurotransmitter heeft tal van functies in het centrale en perifere zenuwstelsel. Acetylcholine zorgt onder andere voor de prikkeloverdracht van de motorische zenuwen naar de skeletspieren. Daarnaast is acetylcholine een belangrijke neurotransmitter in het autonome zenuwstelsel, dat onbewuste processen zoals de ademhaling, hartslag, bloeddruk, (energie)stofwisseling, immuunsysteem en spijsvertering reguleert. Acetylcholine is betrokken bij aandacht, leren en geheugen en is belangrijk voor cognitieve functies, stemming en biologische ritmes.

* Zie verklarende woordenlijst.

Indicaties

Zwangerschap
Zwangere vrouwen of vrouwen die borstvoeding geven, moeten voldoende choline innemen. Transportsystemen in de placenta en borstklieren onttrekken veel choline aan de moeder; het cholinegehalte bij het kind is 6- tot 10-maal hoger dan bij de moeder. Choline is belangrijk voor het functioneren van de placenta waardoor de foetus zuurstof en voedingsstoffen van de moeder ontvangt. Een lage choline-inname tijdens de zwangerschap is geassocieerd met een grotere kans op aangeboren afwijkingen zoals een open ruggetje, hazenlip of hartafwijking. Een verhoogde homocysteïnespiegel bij de moeder tijdens de zwangerschap vergroot de kans op zwangerschapsvergiftiging, foetale groeivertraging, herhaalde miskramen, vroeg- of doodgeboorte en placenta-ruptuur.

Er is veel wetenschappelijk bewijs dat de aanwezigheid van voldoende choline in de pre- en postnatale periode sterk bijdraagt aan een optimale hersenontwikkeling. In een observationeel onderzoek scoorden 7-jarige kinderen van moeders met een hoge choline-inname tijdens het derde trimester van de zwangerschap aanzienlijk beter op het gebied van aandacht, geheugen en probleemoplossend vermogen dan kinderen van moeders met een lage choline-inname (circa 50% van de AI).

Choline beïnvloedt via betaïne de methylering van DNA en histonen*, een belangrijk proces dat de genexpressie* reguleert (ook wel epigenetica genoemd). Via deze (blijvende) epigenetische programmering beïnvloedt choline de kans op chronische aandoeningen op latere leeftijd, zoals hart- en vaatziekten, metabool syndroom en diabetes type 2.

Overgewicht en insulineresistentie
Er is een relatie tussen choline-inname uit voeding en lichaamsgewicht en vetpercentage. Cholinesuppletie is geassocieerd met een afname van BMI, lichaamsvet en leptinespiegel. Een omgekeerde correlatie is aangetoond tussen choline-inname uit voeding en de nuchtere bloedglucose- en insulinespiegel en de mate van insulineresistentie.

Homocysteïnespiegel
Een lage homocysteïnespiegel is belangrijk voor de conditie van hart en bloedvaten en de botkwaliteit. Voldoende inname van choline resulteert in voldoende betaïne voor de (re)methylering van homocysteïne naar methionine. Er bestaat een positief verband tussen de choline-inname uit voeding en de botmineraaldichtheid.

Niet-alcoholische leververvetting
De lever is een belangrijk orgaan voor cholinemetabolisme en -opslag. Choline speelt een rol in de vetstofwisseling en een cholinetekort kan leiden tot niet-alcoholische leververvetting* en leverdisfunctie, ook bij kinderen. Mensen met genetische polymorfismen* voor de cholinestofwisseling lopen het grootste risico hierop.

Astma en hooikoorts
Astmapatiënten kunnen baat hebben bij suppletie met choline naast hun astmamedicatie. Aanvullende suppletie met choline (tweemaal daags 1500 mg) kan leiden tot een afname van de astmaklachten en bronchiale hyperreactiviteit en minder medicijngebruik. Cholinesuppletie (driemaal daags 500 mg) kan ook klachten van hooikoorts verlichten.

Taaislijmziekte
Taaislijmziekte (cystische fibrose) is een ernstige aangeboren aandoening, waarbij de slijmvliezen taai, plakkerig slijm afscheiden. Ophoping van dit slijm veroorzaakt verstopping in organen zoals longen, lever, galwegen, alvleesklier en darmen waardoor deze organen minder goed werken. Bij taaislijmziekte is de cholinebehoefte verhoogd als gevolg van verslechterde heropname van choline via de enterohepatische kringloop* en verhoogde uitscheiding via de ontlasting. Normalisatie van de cholinestatus kan bij mensen met taaislijmziekte tot een verbetering van de longfunctie en afname van leververvetting leiden. Meer onderzoek naar cholinesuppletie bij deze ernstige aandoening is nodig.

* Zie verklarende woordenlijst.

Dosering, contra-indicaties en interacties

Met een dagelijkse inname van 400 mg choline via suppletie wordt samen met choline uit voeding een goede cholinestatus bereikt. Bij mensen met een allergie of overgevoeligheid voor choline, lecithine of fosfatidylcholine is cholinesuppletie gecontra-indiceerd. Een hoge dosis choline kan de bloeddruk en/of bloedglucosespiegel verlagen en het effect van lithium bij bipolaire stoornis verhogen. Choline en DHA (docosahexaeenzuur) hebben een synergetische werking op de hersenfunctie van foetus en jong kind. Choline en folaat hebben synergetische activiteit op het homocysteïnemetabolisme. Methotrexaat verhoogt de cholinebehoefte. Een cholinetekort beïnvloedt de activiteit van leverenzymen die betrokken zijn bij de omzetting en afbraak van medicijnen. Voldoende choline-inname bij medicijngebruik is daarom belangrijk.

Verklarende woordenlijst

Genexpressie - het proces waarbij informatie in een gen wordt vertaald in een eiwit doordat het gen afgelezen wordt.

Niet-alcoholische leververvetting - chronische aandoening waarbij vetten ophopen in de levercellen, niet gerelateerd aan alcoholgebruik.

Polymorfisme - een genetische variatie op een bepaald gen dat relatief veel voorkomt (bij meer dan 1%). Het door het polymorfisme veranderde gen produceert vaak enzymen met een lagere biologische activiteit.

Osmotische waarde - de concentratie van opgeloste stoffen in een bepaalde vloeistof, bijvoorbeeld bloed. Bij een hogere concentratie heeft de vloeistof de neiging water aan te trekken uit een ander compartiment.

Fosfolipiden - fosfaat-bevattende vetachtige stoffen die in alle levende cellen worden aangetroffen.

Myelineschede - wit, vetachtig weefsel dat de zenuwen van het perifere zenuwstelsel omhult. Het zorgt voor isolatie, bescherming en een adequate prikkeloverdracht van de zenuwen.

Neurotransmitter - signaalstof in de hersenen en zenuwen die voor de communicatie tussen zenuwcellen zorgt.

Observationeel onderzoek – onderzoek in een bepaalde populatie waarbij wordt gekeken naar een mogelijk verband tussen twee variabelen zonder dat er interventie plaatsvindt.

Histonen - eiwitten waar het DNA omheen gevouwen zit.

Enterohepatische kringloop - darm-leverkringloop voor hergebruik van galzouten. Galzouten worden, na uitscheiding via de gal in de darm, weer opgenomen uit de darm en naar de lever geretourneerd.

Meer informatie over de toepassingen en de wetenschappelijke achtergronden van choline vindt u in het uitgebreide overzichtsartikel ‘Choline, belang voor gezondheid vaak over het hoofd gezien’.

Copyright © 2014 Stichting OrthoKennis. Alle rechten voorbehouden. Op alle teksten, afbeeldingen, foto's, figuren, tabellen en overige informatie op deze website berust het kopijrecht/auteursrecht. Niets van deze website mag zonder toestemming van stichting OrthoKennis worden overgenomen of gekopieerd. Deze informatie mag wel worden bekeken op een scherm, gedownload worden of geprint worden, mits dit geschied voor persoonlijk, informatief en niet-commercieel gebruik, mits de informatie niet gewijzigd wordt, mits de volgende copyright-tekst in elke copy aanwezig is: “Copyright © Stichting OrthoKennis”, mits copyright, handelsmerk en andere van toepassing zijnde teksten niet worden verwijderd en mits de informatie niet wordt gebruikt in een ander werk of publicatie in welk medium dan ook.