Welke dosering zink bij virale infecties?

13-08-2020

Alle cellen in ons lichaam hebben zink nodig. Het is onder meer essentieel voor een goed functionerend immuunsysteem en adequate antivirale respons. Een hoge concentratie zink in de cel gaat de replicatie van diverse RNA-virussen* tegen. Zink zorgt voor stabilisatie van de celmembraan waardoor virussen moeilijker binnen kunnen dringen.

Om een goede zinkstatus te bereiken en te behouden is de inname van voldoende zink dus belangrijk. Als algemene onderhoudsdosering kan de richtlijn van 15 mg/dag (voeding plus suppletie) aangehouden worden. Bij een gezonde voeding kan volstaan worden met een multivitamine met zink in een goed opneembare vorm. Indien nodig kan dit worden aangevuld met een apart zinksupplement, enkele keren per week.

Bij een virusinfectie verbruikt het lichaam echter meer zink en is het wenselijk de dagdosering zink tijdelijk te verhogen. Er kan dan bijvoorbeeld gekozen worden voor een therapeutische dosering van driemaal daags 15 mg zink. Om de cellulaire zinkopname te bevorderen, zijn voldoende zinkionoforen** belangrijk. Quercetine kan als zinkionofoor fungeren en heeft bovendien antivirale eigenschappen. Het is dus raadzaam om in dergelijke gevallen het zinksupplement te combineren met een goed opneembaar quercetine-supplement.

Bij langdurig dagelijks gebruik (enkele maanden) van doseringen vanaf 50 mg kunnen de calcium-, magnesium- en koperstatus negatief beïnvloed worden. Zorg in dit geval voor voldoende inname van calcium, magnesium en koper.

* Een RNA-virus is een virus waarvan het erfelijk materiaal uit RNA bestaat; dit in tegenstelling tot een DNA-virus (waarvan het erfelijk materiaal uit DNA bestaat, net als het geval is bij de meeste organismen).
** Een ionofoor of ionendrager is een molecuul, dat ionen door een celmembraan kan transporteren.

Lees meer over zink op de nutriëntenpagina >>>

Terug