02-02-2026
Vitamine K speelt een essentiële rol in de bloedstolling. Deze fysiologische functie vormt de basis voor terugkerende vragen over mogelijk interacties tussen vitamine K-suppletie en antistollingsmedicatie. Met name bij de relatief nieuwe en veel voorgeschreven direct werkende orale anticoagulantia (DOAC’s) bestaat onzekerheid over de veiligheid van vitamine K-suppletie. In dit artikel wordt de rol van vitamine K in de bloedstolling toegelicht en wordt het onderscheid tussen de verschillende klassen antistollingsmiddelen verduidelijkt.
Regulatie van stolling en antistolling door vitamine K
Vitamine K is noodzakelijk voor de γ-carboxylering van vitamine K-afhankelijke eiwitten in de lever. Dit betreft zowel stollingsfactoren (factor II, VII, IX en X) als antistollingsfactoren zoals proteïne C en S. Carboxylering is een voorwaarde om deze eiwitten biologisch actief te maken. Meer informatie over deze werking van vitamine K is te lezen op www.orthokennis.nl.(1) Een optimale vitamine K-status draagt daarmee bij aan een evenwichtige regulatie van stolling en antistolling. Vitamine K-suppletie leidt niet tot een overmatige activatie van de bloedstolling, omdat het carboxyleringsproces verzadigbaar is en zowel stollende als antistollende eiwitten ondersteunt. Dit geldt voor zowel vitamine K1 (fylloquinon) als vitamine K2 (menaquinonen).(1,2)
DOAC’s werkzaam waar vitamine K ophoudt
DOAC’s (ook wel NOAC's genoemd, ofwel non-vitamine K afhankelijke orale coagulantia) grijpen aan op een ander niveau van de stollingscascade. Apixaban, edoxaban en rivaroxaban remmen selectief en direct de geactiveerde stollingsfactor Xa, waardoor de bloedstollingscascade wordt onderbroken. Dabigatran remt direct de geactiveerde stollingsfasctor IIa (trombine). Hierdoor wordt de door trombine veroorzaakte bloedplaatjesaggregatie geremd. Deze middelen blokkeren dus reeds geactiveerde stollingsfactoren in de circulatie. De vitamine K-afhankelijke aanmaak en carboxylering van de voorlopers (factor II en X) in de lever staat hier los van. De werking van DOAC’s wordt dan ook niet beïnvloed door de vitamine K-status of door vitamine K uit voeding of supplementen.(3) Dit verklaart waarom bij gebruik van DOAC’s geen dieetbeperkingen ten aanzien van vitamine K gelden en monitoring door de trombosedienst niet nodig is.(3,4)
Vitamine K-antagonisten: direct interactie met vitamine K
Dit is fundamenteel anders bij vitamine K-antagonisten, ook wel genoemd coumarinederivaten, zoals acenocoumarol en fenprocoumon. Deze middelen remmen het enzym vitamine K-epoxide-reductase, waardoor hergebruik van vitamine K in de lever wordt geblokkeerd. Dit leidt tot onvoldoende aanwezigheid van vitamine K voor de productie van vitamine K-afhankelijke stollingsfactoren (II, VII, IX en X) en proteïne C en S in de lever. Extra vitamine K-inname kan hun antistollende werking verminderen en wordt daarom afgeraden. Hoge doses vitamine K worden in dit kader in de reguliere geneeskunde zelfs therapeutisch ingezet als antidotum bij overdosering van vitamine K-antagonisten, wat de directe interactie onderstreept.(5)
Vitamine K en plaatjesaggregatieremmers
Ook bij gebruik van bloedplaatjesaggregatieremmers zoals acetylsalicylzuur is vitamine K-suppletie veilig. Deze middelen remmen cyclo-oxygenase-1 (COX-1) in bloedplaatjes en verminderen daarmee de tromboxaan A2-afhankelijke plaatjesaggregatie.(6) Dit werkingsmechanisme staat volledig los van de vitamine K-afhankelijke synthese en carboxylering van stollingsfactoren in de lever. Vitamine K, zowel K1 als k2, beïnvloedt de werking van acetylsalicylzuur dan ook niet en vormt geen contra-indicatie bij gebruik van deze bloedplaatjesaggregatieremmers.
Praktische implicaties voor vitamine K-suppletie bij antistolling
Samenvattend kan vitamine K-suppletie, zowel K1 als K2, veilig worden gecombineerd met DOAC’s en plaatjesaggreagtieremmers, maar niet met vitamine K-antagonisten. Voor DOAC-gebruikers vormt vitamine K geen contra-indicatie en kan een adequate vitamine K-status zelfs bijdragen aan een fysiologisch gebalanceerde bloedstolling.
Referenties