01-01-2026
Hoeveel vitamine D is nodig om tijdens de wintermaanden een stabiele serumspiegel te behouden? Een tweejarige interventiestudie onder jongvolwassenen onderzocht vier doseringen. De resultaten tonen dat één dosis zich duidelijk onderscheidt door een consistente en duurzame vitamine D-status, zelfs na een korte onderbreking.
Winterse omstandigheden en de behoefte aan suppletie
Tijdens de wintermaanden zorgt het beperkte zonlicht voor een minimale cutane aanmaak van vitamine D, waardoor serumwaarden gemakkelijk onder de gewenste drempels zakken. Het American Institute of Medicine spreekt van deficiëntie bij niveaus onder 30 nmol/l, beschouwt 30 tot 50 nmol/l als tekort en 50 tot 75 nmol/l als sufficiënt. Waarden boven de 75 nmol/l worden door de meeste experts gezien als voldoende, omdat hogere vitamine D-concentraties het parathyroïdhormoon verlagen en de intestinale calciumabsorptie ondersteunen. De vraag is welke dagelijkse dosis nodig is om gezonde jongvolwassenen gedurende de winter boven deze grens te houden.
Onderzoeksaanpak: oplopende doseringen over twee winters
In deze studie doorliepen 35 gezonde jongvolwassenen van 20 tot 25 jaar gedurende twee winters een schema met oplopende doses vitamine D3. Elke fase bestond uit 60 dagen suppletie gevolgd door 30 dagen zonder inname. De dagelijkse doses waren 1000, 2000, 4000 en 8000 ie. Serumwaarden van 25(OH)D werden op tien momenten bepaald. Daarnaast werden calcium, fosfaat en het parathyroïdhormoon gemonitord om de veiligheid te bewaken.
Doseringrespons: van lichte stijging tot scherpe piek
Alle doseringen verhoogden de serumwaarden maar de dynamiek verschilde duidelijk. De laagste dosis van 1000 ie per dag bracht de waarden boven 75 nmol/l, maar na de pauze zakten de concentraties opnieuw onder deze grens. De dosis van 2000 ie per dag liet een consistenter profiel zien waarbij de waarden binnen de aanbevolen range bleven en de terugval na discontinuatie gering was. De hogere doseringen van 4000 en 8000 ie veroorzaakten uitgesproken pieken die vaak boven 100 nmol/l uitkwamen. Na het stoppen trad een snelle en sterke daling op. Dit patroon kan samenhangen met een verhoogde activiteit van het enzym CYP24A1 dat bij hogere doses de metabole omzetting van 25(OH)D versnelt. Hoewel er in deze studie geen afwijkingen in calcium, fosfaat of parathyroïdhormoon optraden, is bekend dat langdurige inname boven 10.000 ie per dag kan leiden tot stapeling van vitamine D3, met risico op hypercalciëmie, hyperfosfatemie en uiteindelijk nierweefselschade. Deze parameters fungeren daarom als belangrijke veiligheidsmarkers bij hogere doseringen.
De optimale dosis voor gezonde jongvolwassenen
Voor situaties waarin hogere gemiddelde waarden gewenst zijn kan 4000 ie per dag tijdelijk worden overwogen, bijvoorbeeld wanneer serumspiegels richting 100 nmol/l moeten stijgen of bij een bevestigd tekort waarvoor soms zelfs 8000 ie per dag gedurende een korte periode wordt ingezet. Deze intensievere schema’s vragen wel om regelmatige controle van 25(OH)D, calcium, fosfaat en het parathyroïdhormoon om eventuele verschuivingen tijdig te signaleren. Voor gezonde jongvolwassenen zonder tekort toont deze studie echter overtuigend aan dat 2000 ie per dag tijdens de wintermaanden de meest effectieve en praktische keuze is. Deze dosis verhoogt de serumspiegel tot een adequaat niveau en houdt deze stabiel, ook na een korte onderbreking. Daarmee is 2000 ie per dag een betrouwbaar, veilig en onderbouwd uitgangspunt voor een gezonde vitamine D status gedurende het winterseizoen.
Referentie
Kralova M et al. Comparison of vitamin D3 supplementation doses of 1,000, 2,000, 4,000 and 8,000 IU in young healthy individuals. In Vivo. 2025;39:452-8.