Mogelijk gemaakt door:

Vitamine D-tekort aanvullen tot streefwaarde: simpel rekenen in de praktijk

06-01-2026

De voorziening van vitamine D is grotendeels afhankelijk van aanmaak in de huid onder invloed van uv-straling uit zonlicht. In de praktijk blijkt dat een groot deel van de bevolking, met name in Noordwest-Europa, een suboptimale vitamine D-status of zelfs een daadwerkelijk tekort heeft. Suppletie is in veel gevallen aan te bevelen en in de wintermaanden vaak zelfs noodzakelijk. 

Over de optimale vitamine D-status (uitgedrukt als calcidiol in nmol/l) bestaan verschillende wetenschappelijke en beleidsmatige opvattingen. Deze verschillen hangen samen met de gekozen uitkomstmaten (botgezondheid versus extra-skeletale effecten) en de interpretatie van observationeel en interventiestudies. Algemeen wordt een calcidiolspiegel van 50 of hoger beschouwd als voldoende voor het behoud van bot- en spierfunctie, maar voor optimale gezondheidseffecten is een hogere spiegel (>80 nmol/l) nodig. 

Om een adequaat suppletie-advies te kunnen geven om een vitamine D-tekort op te heffen, kan gebruik worden gemaakt van de zogenoemde formule van Groningen. Deze formule is ontwikkeld als praktische rekenregel om de totale oplaaddosering vitamine D3 te berekenen die nodig is om een tekort aan te vullen. Voor toepassing van de formule is het noodzakelijk dat de actuele vitamine D-status bekend is, bijvoorbeeld via een bloedbepaling bij de huisarts of een gespecialiseerd laboratorium.

Formule van Groningen 
Oplaaddosering vitamine D3 (ie) = 40 × (streefwaarde − serumcalcidiol in nmol/l) × lichaamsgewicht (kg)

Hoe gebruik je de uitkomst in de praktijk? 
De uitkomst is de cumulatieve dosis, dus geen dagdosering. Door deze totale dosis te delen door een gekozen dagelijkse veilige inname, bijvoorbeeld 3000 ie, kan worden berekend hoeveel dagen deze dosering dient te worden gebruikt om de streefwaarde te bereiken.

Voorbeeld:
Bij een persoon van 72 kg is een serumcalcidiolconcentratie van 50 nmol/l vastgesteld. Om een calcidiolconcentratie van 80 nmol/l te bereiken, is een oplaaddosering nodig van: 40 x (80 – 50) x 72 = 86.400 ie vitamine D3. 
Bij een dagdosering van 3000 ie duurt het dan (86.400 / 3000) ongeveer 29 dagen om de gewenste calcidiolconcentratie van 80 nmol/l te bereiken.

Daarna kan worden overgegaan op een onderhoudsdosering. De formule is gevalideerd voor volwassenen met een lichaamsgewicht tot 125 kg. Een herbepaling van de vitamine D-status kan zinvol zijn na circa 8 weken, wanneer een nieuw evenwicht is bereikt.

Volwassenen met obesitas en getinte huid 
Bij volwassenen met obesitas is de vitamine D-behoefte verhoogd. Vitamine D wordt deels opgeslagen in vetweefsel, waardoor de biologische beschikbaarheid afneemt en de stijging van serumcalcidiol na suppletie doorgaans geringer is. Bij (morbide) obesitas wordt daarom geadviseerd de berekende dosis met een factor 1,5 tot 2 te verhogen.

Bij mensen met een getinte of donkere huid is de lichaamseigen vitamine D-aanmaak verlaagd, wat bijdraagt aan gemiddeld lagere serumspiegel. In combinatie met obesitas leidt dit tot een extra verhoogd risico op vitamine D-deficiëntie en kan een hogere suppletiedosering nodig zijn om een adequate vitamine D-status te bereiken.

Kinderen met overgewicht en veilige bovengrenzen 
Kinderen met overgewicht hebben eveneens een verhoogde vitamine D-behoefte. Voor deze groep wordt een dosering van 2-twee- tot driemaal de aanbevolen dagelijkse hoeveelheid geadviseerd, mits deze onder de veilige bovengrens blijft. Bij een vastgesteld tekort kan de dosering maximaal zes weken worden verhoogd tot maximaal 50 microgram (2000 ie) per dag. In Nederland vastgestelde veilige bovengrenzen voor vitamine D bedragen 25 microgram per dag voor kinderen tot 1 jaar, 50 microgram per dag voor kinderen van 1 tot 11 jaar en 100 microgram per dag vanaf 11 jaar.

Referenties 
1. Van Groningen L et al. Cholecalciferol loading dose guideline for vitamin D-deficient adults. Eur J Endocrinol. 2010;162:805–11. 
2. 
Wortsman J et al. Decreased bioavailability of vitamin D in obesityAm J Clin Nutr. 2000;72:690–3.

Terug