23-02-2026
Magnesium is betrokken bij meer dan driehonderd enzymatische processen en speelt een rol in energiestofwisseling, spierfunctie, zenuwgeleiding en glucoseregulatie. Omdat de inname wereldwijd vaak ontoereikend is, wordt suppletie regelmatig ingezet. Daarbij is niet alleen de dosering van belang, maar ook de vorm waarin magnesium wordt aangeboden.
In een recent in-vitro-onderzoek werden vier magnesiumbronnen met elkaar vergeleken: een oplosbare magnesiumbron uit zeewater (magnesiumhydroxide), magnesiumoxide en twee magnesiumbisglycinaatpreparaten. Het doel was om te onderzoeken in hoeverre deze vormen verschillen in intestinale beschikbaarheid.
Vertering nagebootst in een darmcelmodel
Om de situatie in het maag-darmkanaal zo goed mogelijk na te bootsen, werden de supplementen eerst onderworpen aan een gestandaardiseerd gesimuleerd verteringsproces. Dit gebeurde zowel met als zonder toevoeging van een voedselmatrix. Vervolgens werd het verteerde materiaal aangebracht op gekweekte darmepitheelcellen, de zogenoemde Caco-2-cellen. Deze cellen vormen in het laboratorium een barrière die sterk lijkt op het darmepitheel. In een zogenoemd transwell-systeem kunnen onderzoekers meten hoeveel magnesium daadwerkelijk door deze cellaag heen wordt getransporteerd. Dat transport wordt gebruikt als maat voor de beschikbare hoeveelheid magnesium voor opname.
Verschillen zichtbaar in aanwezigheid van voedsel
De resultaten tonen een significante interactie tussen magnesiumbron en aanwezigheid van voedsel. Wanneer de magnesiumbronnen mét voedsel werden verteerd, werd vanuit de magnesium uit zeewaterconcentraat meer magnesium door het darmepitheel getransporteerd dan vanuit een van de onderzochte bisglycinaatvormen.
Wanneer de supplementen zonder voedselmatrix werden verteerd, werden geen duidelijke verschillen tussen de magnesiumvormen gevonden. Dit wijst erop dat de interactie met voedingscomponenten een rol speelt bij de uiteindelijke beschikbaarheid van magnesium in dit model.
Structuur en oplosbaarheid
De onderzoekers analyseerden ook de fysische eigenschappen van de magnesiumbronnen. De magnesium uit zeewaterconcentraat bleek grotendeels een minder geordende, niet-kristallijne structuur te hebben, terwijl de andere vormen meer kristallijn waren opgebouwd. Een minder geordende structuur kan bijdragen aan het gemakkelijker vrijkomen van magnesiumionen tijdens de vertering.
Opvallend was dat de magnesium uit zeewaterconcentraat liet een hogere beschikbaarheid zien. Dit suggereert dat niet alleen oppervlakte, maar vooral structuur en oplosbaarheid bepalend zijn voor het gedrag tijdens vertering.
Cellulaire respons
Daarnaast werd gekeken naar de eiwitkanalen TRPM6 en TRPM7, die betrokken zijn bij actieve magnesiumopname. Blootstelling aan de magnesium uit zeewaterconcentraatging gepaard met een lagere activiteit van het TRPM6-gen, terwijl TRPM7 onveranderd bleef. Aangezien TRPM6 juist toeneemt bij lage magnesiumbeschikbaarheid, kan deze afname worden geïnterpreteerd als een aanwijzing voor een relatief hogere beschikbaarheid in dit model.
Betekenis voor de praktijk
Deze studie laat zien dat de biologische beschikbaarheid van magnesium in een Caco-2-model afhankelijk is van de interactie tussen magnesiumbron en voedselmatrix. Magnesiumhydroxide uit zeewater vertoonde een hogere intestinale transportcapaciteit in aanwezigheid van voeding. Hoewel het om een in-vitromodel gaat en directe vertaling naar klinische uitkomsten niet mogelijk is, is het onderzoek zorgvuldig opgezet met gesimuleerde vertering en meting van daadwerkelijk transport door darmcellen.
Referentie
Demehin OA et al. A Comparison of Marine and Non Marine Magnesium Sources for Bioavailability and Modulation of TRPM6/TRPM7 Gene Expression in a Caco-2 Epithelial Cell Model. Nutrients. 2026;18:324.