Richtlijnen voor vitamine D onvoldoende toereikend

27-05-2015

Huidige Nederlandse richtlijnen voor vitamine D onvoldoende toereikend wat betreft de behandeling van een vitamine D-deficiëntie

Een vitamine D-deficiëntie komt veel voor bij ouderen. Dit komt onder andere doordat ouderen onvoldoende in aanraking komen met zonlicht, en doordat de huid naarmate men ouder wordt vitamine D minder gemakkelijk kan synthetiseren. Een retrospectief onderzoek, uitgevoerd in een groot niet-academisch ziekenhuis in Nederland, welke 82 patiënten omvatte met een leeftijd boven de 50 jaar, een botbreuk en een vitamine D-status lager dan 30 nmol/l, liet zien dat suppletie volgens de huidige Nederlandse richtlijnen voor vitamine D (800 IE (20 mcg) vitamine D per dag) niet voldoende toereikend was in het verhogen van de vitamine D-status naar het streefniveau van 50 nmol/l.

Het doel van het onderzoek was om het effect van suppletie met 800 IE (20mcg) vitamine D per dag op het 25(OH) vitamine D-gehalte in het bloedserum te monitoren, bij patiënten met een lage vitamine D-status. Dit om te bepalen of de Nederlandse richtlijn voor vitamine D-suppletie met 800 IE per dag bij mensen boven de 50 jaar en bij mensen met osteoporose wel voldoende is. De onderzoekers hebben daarnaast gekeken naar welke factoren er nog meer van invloed zijn op de stijging van het vitamine D-gehalte in het bloed bij het gebruik van een vitamine D-supplement.

De studie omvatte 82 patiënten met een leeftijd boven de 50 jaar, welke een botbreuk hadden en een vitamine D-status lager dan 30 nmol/l. Het gemiddelde basale 25(OH) vitamine D-niveau van de patiënten was 21,2 nmol/l. Na gemiddeld 9,8 weken suppletie met 800 IE vitamine D per dag was de gemiddelde serumspiegel van vitamine D 48,5 nmol/l. Slechts 45,1% bereikte het streefniveau van >50 nmol/l. De toename van het vitamine D-gehalte in het bloed was gecorreleerd met het basale gehalte aan vitamine D (p <0,05), het tijdsinterval tussen de twee metingen van de vitamine D-status (p <0,05), en kent een omgekeerd evenredig verband met het lichaamsgewicht (p <0,05). De toename was niet gerelateerd aan leeftijd, geslacht of nierfunctie.

Suppletie met de algemeen aanbevolen dosering van 800 IE vitamine D per dag gedurende 10 weken, resulteerde bij meer dan de helft van de patiënten in suboptimale niveaus van het 25(OH) vitamine D-gehalte in het bloedserum. De toename van het vitamine D-niveau was hoger bij patiënten met een laag lichaamsgewicht, en bij patiënten met zeer lage basale vitamine D-niveaus. Deze informatie laat zien dat patiënten met een lage vitamine D-status met hogere doseringen vitamine D zouden moeten worden behandeld dan 800 IE vitamine D per dag. Indien mogelijk moet de vitamine D-waarde in het bloed na ten minste zes maanden van suppletie gemeten worden, waarna de dosering daar dan vervolgens op aangepast dient te worden.

Terug