COVID-19, obesitas en leptine

11-05-2020

Resveratrol en andere nutriënten veelbelovend om ziektebeeld te dempen

Obesitas is een vorm van overgewicht die vaak met ernstige gezondheidsklachten geassocieerd wordt. Van de Nederlanders van 18 jaar en ouder had 50,1% in 2019 matig of ernstig overgewicht en 14,7% obesitas (ernstig overgewicht). Onder de gezondheidsproblemen als gevolg van obesitas zijn hart- en vaatziekten (voornamelijk hoge bloeddruk, hartaandoeningen en beroertes), diabetes en metabool syndroom, aandoeningen van het bewegingsapparaat (vooral artrose – een degeneratieve aandoening van de gewrichten) en kanker. Er is nu ook naar voren gekomen dat een groot deel van de coronapatiënten dat op de intensive care belandt, kampt met overgewicht. Recentelijk lijkt er een doorbraak te zijn gemaakt om beter te begrijpen wat hierbij speelt.

De eerste stap in deze doorbraak vond plaats op de intensive care van het UMC Groningen. Men constateerde dat er een grote gelijkenis bestond tussen alle patiënten die daar beademd werden. Tot 95% van hen kampt met overgewicht. Het is al lang bekend dat mensen met overgewicht een verhoogde leptinespiegel hebben. Leptine is een peptidehormoon met als hoofdwerking de regulatie van het hongergevoel; een verhoogde spiegel zorgt voor een verminderde eetlust. Het hormoon ontstaat in en wordt afgescheiden door vetcellen (adipocyten). Leptine heeft echter nog meer effecten, die ook bij de patiënten met COVID-19 geconstateerd werden. Leptine geeft meer trombose in zowel aderen als slagaderen, veroorzaakt een trage maagontlediging en vermindert het reukvermogen. Omdat al deze effecten bij coronapatiënten op de IC werden waargenomen en in de richting van leptine wezen, startte een onderzoek naar het verband tussen dit hormoon en het ziekteverloop van COVID-19. Bloedonderzoek wees uit dat men in de juiste richting dacht, want bij alle coronapatiënten, ongeacht de ernst van hun ziekte, bleek de leptinespiegel hoger dan bij mensen met hetzelfde gewicht en zonder COVID-19. De vergrote kans op trombose door de verhoogde leptinespiegel zou kunnen verklaren waarom coronapatiënten zo’n last van benauwdheid hebben en waarom zoveel van deze mensen op de intensive care komen te overlijden.

De schade die in de longen ontstaat, lijkt met een viertal factoren te maken te hebben. Ten eerste bindt het coronavirus zich aan een receptor aan de buitenkant van de lichaamscellen, de zogenaamde ACE-2 receptor (ACE-2 staat voor angiotensine-converterend enzym 2; angiotensine is een bloeddrukregulerend hormoon). De prikkelhoest bij COVID-19 komt doordat deze receptor zich ook in de longen bevindt. Hij zit bovendien op vetweefsel. Mensen met meer vetcellen hebben bijgevolg meer geïnfecteerde vetcellen. De verhoogde leptinespiegel bij COVID-19 lijkt te suggereren dat de geïnfecteerde cellen meer leptine afgeven. De tweede factor is dat leptine proinflammatoire eigenschappen heeft. Al zonder COVID-19 hebben zwaarlijvigen een verhoogde leptinespiegel die een ontsteking in het lichaam genereert, ook in de longen. Daarbovenop komt een ontsteking met een disbalans tussen ACE-2 en het hormoon angiotensine II (ATII). Deze factoren worden nog gecompliceerd doordat het coronavirus de leptinespiegel verder verhoogt. De onderzoekers denken dat hierdoor zo’n ernstige beschadiging in de longen ontstaat dat de coronapatiënt aan de beademing moet.

Als de bovengenoemde hypothese juist is, dan zou het verlagen van de leptinespiegel een gunstige invloed op COVID-19 kunnen hebben. De Groningse onderzoekers zochten naar middelen die een verlagende invloed hebben op de leptinespiegel, en kwamen uit bij resveratrol. Ofschoon het wetenschappelijke bewijs nog geleverd moet worden, lijkt resveratrol op drie punten een positief effect op het ziektebeeld te kunnen hebben. Ten eerste vermindert het leptine. Ten tweede is het een antioxidant, dat ook gunstig is. Ten derde herstelt resveratrol de balans tussen ACE2 en AT2. Mogelijk kan deze drievoudige werking van resveratrol de ernst van het ziektebeeld van COVID-19 dempen en mogelijk zelfs voorkomen dat patiënten op de intensive care belanden.

Naast resveratrol zijn er nog andere fytonutriënten die een gunstige invloed hebben op de leptinespiegel. Voorbeelden hiervan zijn berberine, curcumine en quercetine.

Berberine vermindert de concentratie van de belangrijkste adipokines, signaalstoffen zoals leptine die door de adipocyten worden afgescheiden. Het heeft daardoor naast zijn antioxidatieve ook een anti-inflammatoire werking. Dit effect van berberine treedt al na 4 uur op.

Curcumine vermindert de concentratie van leptine uit adipocyten aanzienlijk en heeft net als resveratrol antioxidatieve eigenschappen. Bovendien heeft curcumine ook bewezen anti-inflammatoire en immunostimulerende eigenschappen.

Er zijn daarnaast aanwijzingen uit dieronderzoek dat suppletie met quercetine de leptinespiegel verlaagt. Ook deze flavonoïde heeft antioxidatieve en anti-inflammatoire eigenschappen.

Terug