Apen en halfapen hebben ergens 40-63 miljoen jaar geleden het vermogen verloren om zelf vitamine C te produceren. Dit gebeurde door een genmutatie die leidde tot een niet-functioneel enzym in de laatste stap van de vitamine C-synthese. Deze mutatie kon waarschijnlijk blijven bestaan omdat de vroege primaten* een vitamine C-rijk dieet van fruit en groenten hadden, waardoor er weinig selectiedruk was om de synthese te behouden. De hedendaagse mens is hierdoor voor een goede vitamine C-status nog steeds volledig afhankelijk van de inname van vitamine C-rijke voedingsmiddelen, zoals kiwi’s, citrusvruchten, aardbeien, tomaten, aardappelen, bladgroenten en bessen.
Een tekort aan vitamine C kan brede gevolgen hebben, aangezien vitamine C een cruciale rol speelt bij collageenvorming, immuunfunctie en wondgenezing. Daarnaast beschermt vitamine C tegen oxidatieve stress en ondersteunt het het zenuwstelsel. Suppletie is relevant wanneer de inname via voeding onvoldoende is, bij een verhoogde behoefte door ziekte, stress, roken, inflammatie of herstelprocessen, en wanneer hogere plasmaconcentraties gewenst zijn voor therapeutische toepassingen.
* Zie verklarende woordenlijst
Symptomen die tegenwoordig worden herkend als scheurbuik werden al beschreven in de Egyptische Ebers-papyrus (circa 1550 v.Chr.), waarbij uien en groenten werden toegepast als behandeling. Hippocrates (460-377 v.Chr.) documenteerde later vergelijkbare klinische verschijnselen. Een cruciale stap volgde in de achttiende eeuw, toen de Engelse chirurg James Lind aantoonde dat citrusvruchten de symptomen van scheurbuik konden verminderen, hoewel de onderliggende stof toen nog onbekend was.(1) In de jaren 1920 identificeerde de Hongaarse biochemicus Albert Szent-Györgyi de chemische structuur van vitamine C en introduceerde hij de naam ascorbinezuur, verwijzend naar de anti-scheurbuikwerking.(2) Door onderzoek bij cavia’s, die net als mensen geen vitamine C kunnen aanmaken, toonde hij aan dat vitamine C scheurbuik kon genezen. In de jaren zeventig van de vorige eeuw kwam dr. Linus Pauling, op basis van literatuuronderzoek en eigen ervaring, tot de overtuiging dat hoge doses vitamine C waardevol zijn voor de preventie van verkoudheid, griep, hart- en vaatziekten, infecties en degeneratieve aandoeningen.(3)
Vitamine C komt in het lichaam voor als redoxkoppel* van gereduceerd ascorbaat (ascorbinezuur) en geoxideerd dehydroascorbinezuur. Ascorbaat werkt als antioxidant door donatie van een elektron aan reactieve zuurstof- en stikstofradicalen en wordt daarbij via een tussenstap geoxideerd tot dehydroascorbinezuur. Dit oxidatieproduct is chemisch instabiel en kan verder worden afgebroken, maar kan intracellulair ook worden gerecycled tot ascorbaat, onder andere via glutathion- en enzymafhankelijke reductiesystemen.
Voeding en natuurlijke bronnen
In voeding is circa 80-90% van de vitamine C aanwezig als ascorbinezuur en 10-20% als dehydroascorbinezuur. Het vitamine C-gehalte van groenten en fruit kan sterk variëren, zelfs binnen dezelfde soort, onder invloed van ras, teelt- en oogstomstandigheden, opslag en bereidingswijze. Daarom is het zinvoller de dagelijkse vitamine C-inname op basis van het totale voedingspatroon te beoordelen dan per individueel voedingsmiddel.(4)
Absorptie, distributie, metabolisme en excretie
Vitamine C wordt in het lichaam actief opgenomen via de natriumafhankelijke vitamine C-transporters 1 en 2 (sodium-dependent vitamin C transporters [SVCT]) (zie figuur 1). Deze transporteiwitten zijn verantwoordelijk voor het behoud van vitamine C-concentraties in alle cellen (uitgezonderd erytrocyten), weefsels en extracellulaire vloeistoffen. SVCT1 (gecodeerd door het gen SLC23A1) komt vooral tot expressie in de darmwand en de nieren en reguleert de opname uit de voeding en de terugresorptie van vitamine C in de nieren. SVCT2 (gecodeerd door SLC23A2) is daarentegen aanwezig in veel verschillende weefsels en zorgt met name voor de intracellulaire opname en verdeling van vitamine C.
De intestinale opname van vitamine C is dosisafhankelijk. Bij lage innames wordt ascorbaat efficiënt opgenomen via SVCT1. Naarmate de concentratie in het darmlumen toeneemt, raakt dit transportsysteem verzadigd en neemt de absorptiefractie geleidelijk af. Van een eenmalige dosis tot 100 mg wordt circa 80-90% geabsorbeerd. Bij een inname van 500 mg daalt dit naar circa 63% en bij 1250 mg naar circa 50%.(5) Bij hogere innames (boven de 500 mg) kan het daarom zinvol zijn de totale dagdosering over meerdere innamemomenten te verdelen om de efficiëntie van absorptie te optimaliseren.
Een vergelijkbaar verzadigingsmechanisme treedt op bij de renale terugresorptie. Bij lage plasmaconcentraties wordt ascorbaat vrijwel volledig teruggeresorbeerd. Wanneer langdurig meer dan ongeveer 500 mg/dag wordt ingenomen, ontstaat een stabiele toestand waarin de terugresorptie verzadigd is en het overschot grotendeels via de urine wordt uitgescheiden.(6)
Vitamine C circuleert in het plasma als ascorbaat en wordt van daaruit naar alle weefsels getransporteerd. De hoogste concentraties worden gevonden in de bijnieren (4-10 mM), hersenen (2-10 mM), lever (1 mM) en longen (1 mM). Lagere concentraties komen voor in de nieren (0,3-0,5 mM), het hart (0,2-0,4 mM) en skeletspieren (0,2-0,4 mM) (zie figuur 1).(7) Rode bloedcellen nemen uitsluitend dehydroascorbinezuur op, dat intracellulair direct wordt gereduceerd tot ascorbaat.(8–10)
De eliminatie van vitamine C verloopt voornamelijk via de nieren, terwijl in beperktere mate excretie via de gal plaatsvindt. Daarnaast kan een deel van de vitamine C worden omgezet in metabolieten, zoals oxalaat, die eveneens via de urine worden uitgescheiden.(11)
* Zie verklarende woordenlijst
Figuur 1. Orale absorptie en distributie van vitamine C in het lichaam. Vitamine C wordt in de darm opgenomen via de transporter SVCT1 en vervolgens verdeeld naar weefsels, waar opname in cellen plaatsvindt via SVCT2, onder andere in lichaamscellen en hersenvloeistof. Het transport van de darmcel naar de bloedbaan is nog niet volledig opgehelderd en verloopt waarschijnlijk via een onbekend transporteiwit of via diffusie. Daarnaast spelen verschillende mechanismen een rol in het handhaven van de vitamine C-homeostase in weefsels.(12) ASC: ascorbaat, DHA: dehydroascorbinezuur, mM: millimolair (mmol/l), Na: natrium, SVCT1 en -2: natriumafhankelijke vitamine C-transporter 1 en -2, μM: micromolair (μmol/l).
Aanbevelingen van overheden en adviesorganen
In Nederland bedraagt de aanbevolen dagelijkse hoeveelheid (ADH) voor volwassenen 75 mg/dag, voor zwangeren 85 mg/dag en voor lacterende vrouwen 135 mg/dag.(13) In België is de aanbeveling voor volwassenen 110 mg/dag, 120 mg/dag voor zwangeren en 150 mg/dag tijdens borstvoeding.(14) De Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (EFSA) hanteert een populatiereferentie-inname* (PRI) van 110 mg/dag voor mannen, 95 mg/dag voor niet-zwangere vrouwen, 105 mg/dag voor zwangeren en 155 mg/dag voor vrouwen die borstvoeding geven.(11)
Plasmaspiegels
In de literatuur worden vijf categorieën onderscheiden voor plasma-ascorbaatconcentraties:(15)
Een plasmaconcentratie van 50-69 µmol/l wordt beschouwd als adequaat om alle fysiologische functies van vitamine C te ondersteunen.(16) Bij gezonde mannen wordt een plasmaconcentratie van circa 50 µmol/l bereikt met een dagelijkse inname van 60-100 mg vitamine C; bij gezonde vrouwen wordt deze waarde bereikt met een iets lagere inname.(11,17) Farmacokinetische studies tonen aan dat plasmaverzadiging (70-80 μmol/l) doorgaans wordt bereikt bij een inname van ≥200 mg/dag (zie figuur 2).(6,11,18) Deze hoge plasmaconcentraties kunnen alleen worden gehandhaafd door een dagelijkse inname van vitamine C boven 200 mg/dag.(18) Ook deze plateaufase bereiken vrouwen bij een lagere dosering dan mannen.(17)

Figuur 2. Relatie tussen orale inname van vitamine C en de plasma-ascorbaatconcentratie. Bij gebruik van de aanbevolen dagelijkse hoeveelheid (RDA, in de Verenigde Staten 90 mg/dag voor mannen en 75 mg/dag voor vrouwen) blijft de plasmaconcentratie duidelijk onder het verzadigingsniveau, en zelfs onder het niveau dat als adequaat wordt beschouwd (50-69 mol/l). Dit wijst erop dat hogere innames nodig zijn om verzadigde plasmaspiegels te bereiken.(19)
Optimale inname en hogere doseringen
Veel onderzoeksgegevens laten zien dat een optimale dagelijkse inname van vitamine C hoger ligt dan bovengenoemde aanbevelingen.(17,20) De optimale vitamine C-inname varieert per persoon en is afhankelijk van factoren zoals leeftijd, geslacht, lichaamsgewicht, gezondheidstoestand, stressbelasting en leefstijl.
Een verzadigde plasmaspiegel is geassocieerd met optimale weefselverzadiging en beschermende effecten. Bij deze plasmaconcentraties zijn ook neutrofielen en andere immuuncellen optimaal verzadigd, wat samenhangt met een verbeterde immuunrespons en een lagere gevoeligheid voor luchtweginfecties.(6,21) Daarnaast is een plasmaspiegel van circa 75 µmol/l geassocieerd met een lagere incidentie van cardiovasculaire aandoeningen in vergelijking met lagere spiegels.(22) Deze bevindingen ondersteunen het advies om voor algemeen gezonde volwassenen een dagelijkse totale inname van ten minste 200 mg vitamine C aan te houden om optimale plasmaconcentraties te bereiken.
Bij omstandigheden met verhoogde behoefte, zoals oxidatieve stress, infecties, roken of zware fysieke belasting (zoals een operatie), neemt de vitamine C-turnover toe en dalen plasmaconcentraties sneller. In dergelijke situaties worden hogere doseringen wenselijk, doorgaans 300-1000 mg/dag, en bij specifieke indicaties 2000-8000 mg/dag.(23–31) Ook zijn er interessante data over het gebruik van vitamine C via intraveneuze toediening. In tegenstelling tot orale suppletie kan intraveneus toegediende vitamine C, waarbij de beperkingen door intestinale transporters worden omzeild, leiden tot veel hogere plasma-ascorbaatconcentraties.(3,32)
Samenvattend suggereert het beschikbare bewijs dat een dagelijkse inname van ≥200 mg vitamine C aangewezen is voor optimale plasmaverzadiging en algemene gezondheidsbevordering, terwijl hogere doseringen (300–8000 mg/dag) kunnen worden overwogen bij verhoogde behoefte of specifieke klinische toepassingen. De meest robuuste onderbouwing bestaat echter voor orale doseringen tot circa 2000 mg per dag. De studies waarin nog hogere orale doseringen werden gebruikt zijn relatief beperkt in aantal.
Risicogroepen voor een tekort
De behoefte aan vitamine C kan verhoogd zijn in verschillende situaties, zoals tijdens zwangerschap en lactatie, bij overgewicht, bij intensieve fysieke inspanning, chronische stress of een eenzijdig voedingspatroon. Ook bij aandoeningen zoals eetstoornissen en malabsorptiestoornissen, evenals bij overmatig alcoholgebruik, en bij ouderen en mensen met cardiovasculaire aandoeningen of diabetes kan de behoefte toenemen.(2) Rokers vormen een aparte risicogroep en worden geadviseerd om ongeveer tweemaal zoveel vitamine C per dag in te nemen als niet-rokers.(17)
Volgens de Belgische voedselconsumptiepeiling 2022-2023 bedroeg de gemiddelde vitamine C-inname 72 mg/dag uit voeding. Maar liefst 61% van de bevolking haalde de in België aanbevolen inname niet.(33) Uit de Nederlandse Voedselconsumptiepeiling 2019-2021 blijkt dat verschillende bevolkingsgroepen een verhoogd risico hebben op een lage vitamine C-inname. Vooral jongens en mannen van 14-79 jaar en meisjes en vrouwen van 14-50 jaar blijven relatief vaak onder de in Nederland aanbevolen hoeveelheid; tot 26% van deze groepen haalt de richtlijn niet.(34)
Deze bevindingen passen in een breder beeld. Epidemiologische gegevens laten zien dat een suboptimale vitamine C-status wereldwijd veel voorkomt, met name in sociaaleconomisch kwetsbare groepen. In het Verenigd Koninkrijk werd bijvoorbeeld bij lage-inkomensgroepen een deficiëntie, gedefinieerd als een serumspiegel <11 μmol/l, vastgesteld bij 25,3% van de mannen en 16,1% van de vrouwen.(35)
Hoewel een lage vitamine C-status vaker voorkomt in sociaaleconomisch kwetsbare groepen, laten gegevens zien dat dit probleem zich ook breder voordoet binnen hoge-inkomenslanden. In hoge-inkomenslanden in Noord- en Zuid-Europa varieert de prevalentie van deficiëntie van 0,4 tot 26%.(20) Daarnaast liet een Australische analyse van 107 studies uit 31 landen zien dat 34% van de bevolking van hoge-inkomenslanden een ontoereikende serumspiegel heeft.(36) In een studie onder 7607 Amerikaanse volwassenen had 42% een serumspiegel <50 µmol/l.(15) Deze bevindingen wijzen erop dat een suboptimale vitamine C-status ook in hoge-inkomenslanden een wijdverspreid probleem is en zich niet beperkt tot specifieke risicogroepen.
Symptomen van een tekort
Bij een langdurige inname van minder dan 10 mg vitamine C per dag kunnen binnen 4-12 weken symptomen van scheurbuik optreden. Dit is aangetoond in humane depletieonderzoeken en farmacokinetische studies.(19,37) Vroege en late klinische verschijnselen van scheurbuik omvatten:(2,11)
Klinisch manifeste scheurbuik is tegenwoordig zeldzaam, maar vitamine C-deficiëntie komt nog wel voor. In een vroeg stadium kan dit zich uiten in aspecifieke klachten zoals vermoeidheid en gevoelig tandvlees, waardoor de relatie met een vitamine C-deficiëntie in de praktijk niet altijd wordt herkend.(38) Daarnaast kan een lage vitamine C-inname, onafhankelijk van scheurbuik, bijdragen aan het ontstaan van ijzergebreksanemie door een verminderde absorptie van non-heemijzer in de darm.(39)
Meten van de vitamine C-status
Ascorbaatconcentraties in plasma en leukocyten gelden als valide biomarkers voor de vitamine C-status.(18,40,41) Vanwege de ruime beschikbaarheid van referentiegegevens is plasma-ascorbaat de meest gebruikte maat. Voor een betrouwbare meting dient het bloed nuchter te worden afgenomen. Vitamine C heeft een snelle en dosisafhankelijke farmacokinetiek. Na orale inname stijgt de plasma-ascorbaatconcentratie binnen 1-2 uur aanzienlijk, waardoor een tijdelijke piek ontstaat, gevolgd door verhoogde renale klaring. Deze postprandiale* fluctuaties weerspiegelen de recente inname en niet de basale of weefselstatus, waardoor niet-nuchtere metingen de vitamine C-status kunnen overschatten.
Het meten van de plasma-ascorbaatconcentratie kan zinvol zijn bij mensen bij wie het immuunsysteem niet optimaal werkt, bij ijzer- of koperstapeling, diabetes, maligniteiten of tijdens chemo- of radiotherapie. Plasmaspiegelbepaling is ook te overwegen bij mensen met een voorgeschiedenis van nierstenen die hoge doseringen vitamine C innemen.(21)
* Zie verklarende woordenlijst
Vitamine C in voedingssupplementen is beschikbaar in verschillende chemische en technologische vormen. Veelgebruikte synthetische vormen zijn natuuridentiek L-ascorbinezuur, mineraalascorbaten zoals magnesium- en calciumascorbaat, en vetoplosbare varianten zoals ascorbylpalmitaat. Natuurlijke vitamine C (L-ascorbinezuur) in voedingssupplementen wordt doorgaans gewonnen uit plantaardige bronnen zoals amla, acerola, camu camu en rozenbottel. Daarnaast bestaan er technologisch bewerkte preparaten waaronder liposomale vitamine C en Ester-C.
Bioflavonoïden zoals quercetine, hesperidine en rutine zijn plantaardige polyfenolen die in groente en fruit vaak samen met vitamine C voorkomen en zelf antioxidatieve eigenschappen hebben. Om deze natuurlijke combinatie te benaderen, worden aan sommige supplementen bioflavonoïden toegevoegd, met als doel mogelijke synergetische effecten te ondersteunen.(42)
De belangrijkste onderscheidende kenmerken tussen de verschillende vitamine C-vormen zijn chemische stabiliteit, zuurgraad, biologische beschikbaarheid en verdraagbaarheid. Op basis van deze eigenschappen kan per individu een onderbouwde keuze worden gemaakt voor de meest geschikte supplementvorm.
Ascorbinezuur
Ascorbinezuur (L-ascorbinezuur) is de meest toegepaste vorm van vitamine C in voedingssupplementen. Het kan synthetisch worden geproduceerd of worden geïsoleerd uit natuurlijke bronnen. Beide vormen zijn chemisch identiek en laten in humane studies geen betekenisvolle verschillen zien in biologische beschikbaarheid of fysiologische activiteit.(43) Vitamine C-supplementen op basis van plantaardige (biologisch geteelde) extracten, zoals amla, leveren doorgaans lagere hoeveelheden vitamine C per dosering dan supplementen met synthetisch ascorbinezuur. Deze extracten bevatten naast vitamine C van nature ook kleine hoeveelheden andere bioactieve stoffen, waaronder polyfenolen. Vanwege de lage pH-waarde (hoge zuurgraad) kan ascorbinezuur bij hogere innames of bij gevoelige personen gastro-intestinale klachten veroorzaken.
Mineraalascorbaten (ascorbinezuur gebonden aan mineralen)
Calciumascorbaat en magnesiumascorbaat zijn vormen waarin ascorbinezuur is gebonden aan respectievelijk calcium en magnesium. Deze verbindingen worden aangeduid als gebufferde vormen van vitamine C. Door deze verbinding wordt de zure eigenschap van ascorbinezuur gedeeltelijk geneutraliseerd, waardoor de pH hoger ligt. Mineraalascorbaten worden doorgaans beter verdragen door personen met een gevoelige maag dan ascorbinezuur. Daarnaast leveren mineraalascorbaten naast vitamine C ook een aanvullende hoeveelheid calcium of magnesium, wat kan bijdragen aan de totale inname van deze mineralen.
Ester-C
Ester-C is een gepatenteerd vitamine C-complex op basis van calciumascorbaat dat gedeeltelijk is geoxideerd, waardoor metabolieten van vitamine C zoals threonzuur (L-threonaat) reeds aanwezig zijn. Threonzuur wordt beschouwd als een belangrijke metaboliet en speelt een rol in het intracellulaire transport en behoud van vitamine C. De aanwezigheid van threonzuur en verwante metabolieten kan de biologische beschikbaarheid van vitamine C verhogen en bijdragen aan een langere retentie van vitamine C in immuuncellen.(44–46) Daarnaast zijn er aanwijzingen dat threonzuur reeds in het lichaam opgeslagen vitamine C kan mobiliseren en beschikbaar kan maken voor metabole processen.(46) Door de buffering met calcium is Ester-C pH-neutraal en wordt daardoor veel beter verdragen door mensen met een gevoelige maag.(47,48)
Een in 2025 verschenen systematische review onderzocht de potentiële voordelen van Ester-C ten opzichte van conventioneel ascorbinezuur, liposomale vitamine C en calciumascorbaat. Er was gekeken naar onder meer biologische beschikbaarheid, vitamine C-concentraties in plasma en leukocyten, effect op immuunfunctie en verdraagbaarheid. De conclusie was dat Ester-C beter wordt verdragen, minder maag-darmklachten geeft en betere resultaten laat zien in het verhogen van de vitamine C-concentratie in leukocyten, wat cruciaal is voor de immuniteit.(49) Ester-C liet bij een eenmalige inname van 500 mg een groter stimulerend effect zien op immuuncelfunctie (fagocytose-activiteit van neutrofielen) en toename van aantal natural-killer (NK)-cellen dan ascorbinezuur. Na inname van eenmalig 250 mg was er geen verschil tussen Ester-C en ascorbinezuur.(46,49)
Liposomale vitamine C
Bij een liposomaal vitamine C-supplement is de vitamine C verpakt in kleine bolletjes (liposomen) die bestaan uit een fosfolipiden-dubbellaag. Het doel hiervan is het vergroten van de biologische beschikbaarheid. Er is veel kwaliteitsverschil tussen liposomale vitamine C-supplementen onderling. Het is belangrijk dat er goed wordt nagegaan of zich daadwerkelijk liposomen hebben gevormd en dat deze stabiel zijn. Lang niet alle aanbieders hebben humaan onderzoek gedaan om de verbeterde opname van hun specifieke liposomale vitamine C ten opzichte van niet-liposomale vitamine C te onderbouwen. Voor kwalitatief goede liposomale vitamine C zijn potentiële voordelen beschreven, maar er is meer robuust en consistent bewijs nodig om deze voordelen te bevestigen.(50)
Ascorbylpalmitaat
Over ascorbylpalmitaat is weinig literatuur beschikbaar. Het is een vetoplosbare vorm van vitamine C, die vooral wordt gebruikt in huidverzorgingsproducten. In een studie bij cavia’s bleek het minder biologisch beschikbaar dan ascorbinezuur.(51) Ascorbylpalmitaat wordt in de darm grotendeels gesplitst in ascorbaat en palmitaat waarna vitamine C als ascorbaat wordt opgenomen.(52)
Vitamine C speelt een rol in diverse fysiologische processen. Hieronder worden de belangrijkste, wetenschappelijk onderbouwde biologische functies samengevat.
Normale werking van het immuunsysteem
Preklinisch onderzoek bij muizen laat zien dat vitamine C antivirale immuunreacties in de vroege fase van een infectie ondersteunt, met name tegen het influenzavirus.(53) Vitamine C is essentieel voor de productie van het cytokine type I-interferon tijdens de antivirale respons. Daarnaast stimuleert vitamine C de activiteit van NK-cellen en T-lymfocyten.(46,54–58) Klinische studies tonen in lijn hiermee aan dat vitamine C de functie van granulocyten* verbetert en zo bijdraagt aan de afweer tegen infecties.(59,60)
Antioxidant
Antioxidanten vormen een belangrijke eerste verdedigingslinie tegen oxidatieve stress en dragen zo bij aan het beperken van ontstekingsprocessen. Vitamine C is een krachtige wateroplosbare antioxidant die reactieve zuurstofspecies (ROS) kan neutraliseren en daarmee oxidatieve stress en oxidatieve schade aan lipiden, eiwitten en DNA helpt voorkomen. Daarnaast kan vitamine C andere antioxidanten, zoals vitamine E, regenereren en zo de cellulaire antioxidantcapaciteit ondersteunen. Bij chronische ontsteking neemt het verbruik van vitamine C toe, waardoor de behoefte aan vitamine C toeneemt.(21)
In het oog is vitamine C in hoge concentraties aanwezig waar het oogstructuren beschermt tegen uv-geïnduceerde vrije radicalen die betrokken zijn bij de pathogenese van onder meer cataract en netvliesschade.(61) Vitamine C kan daarnaast ontstekingsremmend werken door de productie van pro-inflammatoire cytokinen zoals IL-1, TNF-α en IL-6, te remmen.(21,62)
Pro-oxidant
Vitamine C werkt in het lichaam meestal als antioxidant. In vitro kan ascorbaat bij hogere concentraties en in aanwezigheid van metaalionen, zoals ijzer en koper, echter pro-oxidatieve reacties stimuleren waarbij onder andere waterstofperoxide ontstaat.(63) Dit mechanisme vormt een belangrijke rationale voor onderzoek naar farmacologische doseringen vitamine C in de oncologie.(1) Met orale suppletie zijn plasmaspiegels maar beperkt te verhogen, doordat de opname in de darm verzadigd raakt en de renale uitscheiding toeneemt. Een eenmalige inname van 1,25 g geeft een tijdelijke piekplasmaspiegel van 135 μmol/l en inname van 3 g elke 4 uur leidt tot piekwaarden rond 220 μmol/l, terwijl met intraveneuze toediening veel hogere (millimolaire) concentraties kunnen worden bereikt.(18,64,65) Een eventuele klinisch relevante pro-oxidantwerking ligt hierdoor vooral in het domein van intraveneuze, farmacologische dosering.
Verlaging van het C-reactieve proteïne
Vitamine C kan ontstekingsprocessen moduleren door remming van de activatie van de transcriptiefactor nucleaire factor kappa B (NF-κB), een centrale regulator van pro-inflammatoire genexpressie. Via dit mechanisme kan vitamine C bijdragen aan verlaging van het C-reactieve proteïne (CRP), een acute-fase-eiwit dat stijgt bij ontsteking, infectie, trauma, kanker, auto-immuunziekten en postoperatief.(66) In een systematische review en meta-analyse werd aangetoond dat suppletie met vitamine C, met name bij doseringen <500 mg/dag, geassocieerd is met een significante daling van CRP bij specifieke subgroepen, waaronder mannen, niet-rokers, gezonde mensen en mensen jonger dan 40 jaar.(66)
Werking van prostaglandinen
Prostaglandinen zijn lokaal werkende signaalstoffen die betrokken zijn bij pijn, koorts en ontstekingsreacties. Ze worden gesynthetiseerd uit arachidonzuur via cyclo-oxygenase-enzymen (COX-1 en -2). Vitamine C kan de vorming van bepaalde pro-inflammatoire prostaglandinen verminderen door remming van de COX-activiteit, mede via zijn redoxwerking. Experimenteel onderzoek laat bovendien zien dat vitamine C in combinatie met acetylsalicylzuur de productie van prostaglandine E2 sterker kan remmen dan acetylsalicylzuur alleen, wat wijst op een synergetisch effect op inflammatoire signaalroutes.(67)
IJzeropname
Vitamine C verhoogt de opname van non-heemijzer uit plantaardige voeding, verrijkte producten en supplementen, maar heeft geen relevant effect op de opname van heemijzer uit dierlijke bronnen. Ascorbinezuur reduceert Fe³⁺ tot het beter oplosbare en opneembare Fe²⁺, waardoor opname in het duodenum wordt bevorderd.(7,68)
Daarnaast vormt vitamine C in de darm stabiele, oplosbare chelaten met ijzer, waardoor precipitatie (neerslaan) wordt voorkomen en de remmende effecten van fytinezuur*, polyfenolen en calcium op de ijzeropname deels worden geneutraliseerd.(68) Systemisch beïnvloedt vitamine C de ijzerstofwisseling vooral indirect. Het draagt bij aan het behoud van ijzer in de Fe²⁺-vorm en ondersteunt zo de beschikbaarheid van ijzer voor transport en opslag.(69)
Uit onderzoek blijkt dat een molverhouding* ascorbinezuur:non-heemijzer van ongeveer 4-6:1 nodig is om de biologische beschikbaarheid van non-heemijzer significant te verhogen. Omgerekend naar massa betekent dit dat circa 40-60 mg vitamine C nodig is per 5 mg non-heemijzer. Deze verhouding is experimenteel vastgesteld in humane absorptiestudies met isotopen en geldt met name bij maaltijden met absorptieremmers zoals fytaten en polyfenolen.(70,71)
Cofactor van enzymen
Vitamine C fungeert als essentiële cofactor voor een groot aantal enzymen en is daarmee onmisbaar voor diverse metabole processen. Zo is het betrokken bij de synthese van carnitine en daarmee bij de energieproductie uit vetzuren. Vitamine C is ook cofactor van enzymen die verantwoordelijk zijn voor de synthese van catecholamines. Catecholamines zijn biologisch actieve stoffen die fungeren als hormonen en neurotransmitters. De belangrijkste catecholamines zijn dopamine, noradrenaline en adrenaline. Ze worden gesynthetiseerd uit het aminozuur tyrosine en spelen een centrale rol in de stressrespons, regulatie van hartslag en bloeddruk en energiemetabolisme. Vitamine C is ook betrokken bij het metabolisme van folaat en aminozuren zoals tyrosine en tryptofaan.(11)
Opbouw van collageen
Vitamine C is cruciaal voor de collageenvorming. Collageen is het belangrijkste structurele eiwit van bindweefsel zoals huid, botten, tanden, kraakbeen, pezen en bloedvaten, en bepaalt de stevigheid en elasticiteit van deze weefsels. Vitamine C is noodzakelijk voor de activiteit van enzymen die betrokken zijn bij de opbouw van collageen. Deze enzymen zijn afhankelijk van ijzer in de gereduceerde Fe²⁺-vorm. Vitamine C houdt ijzer in deze vorm door Fe³⁺ te reduceren tot Fe²⁺. Bij een tekort aan vitamine C raken deze enzymen geïnactiveerd, wat leidt tot een verstoorde bindweefselfunctie en verhoogde kwetsbaarheid van met name de vaatwanden.(11,63,65)
Epigenetica
Vitamine C speelt een belangrijke rol in epigenetische* regulatie. Vitamine C is een essentiële cofactor van specifieke enzymen, TET-enzymen genaamd, die betrokken zijn bij het verwijderen van methylgroepen van DNA (demethylering). TET staat voor Ten-eleven translocation. DNA-demethylering is cruciaal omdat methylgroepen op DNA de expressie van genen kunnen onderdrukken. Door deze methylgroepen te verwijderen, kunnen genen weer actief worden en hun functies vervullen.(7)
Op vergelijkbare wijze spelen andere vitamine C-afhankelijke enzymen een rol bij de demethylering van histonen. Histonen zijn kleine bolvormige eiwitten waar het DNA zich omheen wikkelt, zodat het in de celkern past. Ze regelen daarnaast welke genen actief zijn en spelen daarmee een grote rol in hoe het lichaam werkt en zich aanpast. Door methylgroepen van histonen te verwijderen, maken deze enzymen het DNA toegankelijker voor het aflezen en het tot expressie brengen van genen.(7,63)
* Zie verklarende woordenlijst
Hart- en vaatziekten
Verbetering endotheelfunctie
Oxidatieve stress kan het vaatendotheel beschadigen en daarmee de regulatie van vasodilatatie en vasoconstrictie nadelig beïnvloeden. Vitamine C draagt als antioxidant bij aan bescherming van het endotheel tegen oxidatieve schade.(23) Daarnaast ondersteunt vitamine C de structurele integriteit van bloedvaten via zijn rol in de collageensynthese, wat essentieel is voor de sterkte en elasticiteit van de vaatwand.(11,63)
In een interventiestudie bij mensen met atherosclerose (n=46) leidde suppletie met 500 mg vitamine C per dag gedurende 30 dagen tot een 50% verbetering van de flow-gemedieerde dilatatie* (FMD) vergeleken met placebo.(72) Een meta-analyse laat zien dat suppletie met meer dan 500 mg vitamine C per dag de endotheelfunctie significant verbetert bij mensen met atherosclerose, diabetes en hartfalen, terwijl bij gezonde personen nauwelijks effect werd gevonden.(73)
Relatie met bloeddruk
Een lage vitamine C-status wordt consistent geassocieerd met een hogere bloeddruk.(23,25,74–76) Observationele studies laten zien dat mensen met hypertensie significant lagere plasma-ascorbaatspiegels hebben dan normotensieve personen. In een systematische review uit 2020, waarin 11 cross-sectionele en 7 case-controlstudies werden geïncludeerd, bleek de gemiddelde vitamine C-concentratie bij mensen met hypertensie circa 15 μmol/l lager te zijn. Daarnaast werd een inverse associatie gevonden tussen vitamine C-status en zowel systolische als diastolische bloeddruk, waarbij hogere vitamine C-spiegels samenhingen met lagere bloeddrukwaarden. Een causaal verband kon niet worden afgeleid, omdat alle geïncludeerde studies case-control- en cross-sectionele studies zijn. Volgens de auteurs kan de lagere vitamine C-status bij mensen met een verhoogde bloedruk verschillende oorzaken hebben, zoals een verhoogde uitscheiding, een verhoogd verbruik door oxidatieve stress en gebruik van antihypertensieve medicatie.(23)
Een Australische systematische review laat zien dat vitamine C-suppletie de plasmaspiegel verhoogt, maar dat de respons sterk afhankelijk is van de gezondheidstoestand. Bij gezonde personen bereikt de vitamine C-spiegel een plateau van 70-80 µmo/l bij een inname van ongeveer 200 tot 400 mg/dag. Bij mensen met cardiovasculaire aandoeningen is de stijging van de vitamine C-spiegel bij vergelijkbare innames duidelijk geringer. Zo leidde een inname van 200 mg vitamine C per dag gedurende vier weken tot een stijging van de vitamine C-spiegel van circa 100% bij gezonde mensen met een lage uitgangswaarde, terwijl bij mensen met cardiovasculaire ziekte slechts een stijging van ongeveer 28% werd waargenomen.(74) Dit verschil wijst erop dat bij ziekte een hogere vitamine C-dosering nodig is om een vergelijkbare verzadiging te bereiken als bij gezonde personen, waarschijnlijk als gevolg van verhoogde oxidatieve stress, een versnelde turnover van ascorbaat en een verminderde recyclingscapaciteit. Deze bevindingen ondersteunen het therapeutische gebruik van hogere doseringen vitamine C bij mensen met cardiovasculaire aandoeningen.(77)
In lijn met deze bevindingen laten interventiestudies zien dat vitamine C-suppletie ook gunstige effecten kan hebben op de bloeddruk, met name bij groepen met een verhoogde oxidatieve belasting. Een systematische review van 20 interventiestudies met in totaal 890 deelnemers rapporteerde dat vitamine C-suppletie, met een mediane dosis van 757,5 mg/dag en een mediane interventieduur van 6 weken, resulteerde in een significante daling van de systolische bloeddruk bij mensen met hypertensie (-3,2 mmHg) en bij mensen met diabetes type 2 (-4,6 mmHg).(75) Andere interventiestudies bij hypertensieve volwassenen laten zien dat een gemiddelde inname van circa 500 mg/dag gepaard gaat met een verlaging van de systolische bloeddruk (-4,85 mmHg) en de diastolische bloeddruk (-1,67 mmHg).(24)
Atherosclerose
Vitamine C kan de ontwikkeling van atherosclerose remmen via meerdere, biologisch plausibele mechanismen. Het vermindert oxidatie van LDL-cholesterol, een cruciale stap in plaquevorming in de vaatwand. Daarnaast bevordert vitamine C de omzetting van nitraat naar nitriet en vervolgens naar stikstofmonoxide (NO). NO werkt vaatverwijdend en verbetert de kwaliteit van het vaatendotheel. In een exploratief onderzoek werd gesuggereerd dat de combinatie van nitraat en vitamine C een veelbelovende strategie kan zijn bij de aanpak van hypercholesterolemie en atherosclerose.(78) Verder verlaagt vitamine C het risico op een te hoog cholesterol en galsteenvorming, doordat het de omzetting van cholesterol in galzuren bevordert.(11)
Een aanvullend mechanisme waarmee vitamine C atherosclerose kan remmen, is het verminderen van adhesie van monocyten* aan het endotheel. Dit proces vormt een van de eerste stappen in de ontwikkeling van atherosclerose. In een humane interventiestudie leidde suppletie met 250 mg vitamine C gedurende zes weken tot een significante afname van monocytenadhesie bij mensen met een lage vitamine C-spiegel.(79) Rokers hebben meestal zowel een lagere vitamine C-status als een verhoogde monocytenaccumulatie in de vaatwand. In deze groep resulteerde suppletie met 2000 mg vitamine C per dag gedurende tien dagen in een duidelijke reductie van monocytenplaques, sterker dan bij niet-rokers.(80) Daarnaast draagt vitamine C bij aan stabilisatie van bestaande atherosclerotische plaques, waardoor de kans op ruptuur en klinische complicaties afneemt.(81,82) In een gecontroleerde humane studie werd verder aangetoond dat gecombineerde suppletie met vitamine E (91 mg) en vitamine C (250 mg met vertraagde afgifte) de progressie van atherosclerose bij mannen kan vertragen.(26)
Hartritmestoornissen
Er zijn klinische aanwijzingen dat vitamine C het risico op recidief van hartritmestoornissen kan verlagen na cardioversie. In een gerandomiseerde gecontroleerde studie bij 44 patiënten is gekeken naar het optreden van atriumfibrilleren binnen één week na een succesvolle cardioversie. De interventiegroep ontving vitamine C (2000 mg voorafgaand aan de cardioversie, gevolgd door 1000 mg/dag gedurende zeven dagen), terwijl de controlegroep geen aanvullende behandeling kreeg. In de vitamine C-groep trad bij 4,5% een recidief op, tegenover 36,3% in de controlegroep, een statistisch significant verschil.(27)
In een systematische review waarin het preventieve effect van vitamine C op hartritmestoornissen bij hoogrisicopatiënten werd geëvalueerd, zijn vijftien gerandomiseerde studies geanalyseerd; veertien met patiënten na hartchirurgie en één cardioversiestudie. Gemiddeld werd een reductie van 27% in het optreden van hartritmestoornissen waargenomen, hoewel sprake was van significante heterogeniteit van de resultaten. Bij patiënten na hartchirurgie werd daarnaast een gemiddelde afname van de ziekenhuisopnameduur met 10% gevonden.(83)
Twee aanvullende meta-analyses bevestigen een beschermend effect van vitamine C op het ontstaan van postoperatieve hartritmestoornissen. Vergeleken met placebo ging suppletie met vitamine C gepaard met een duidelijke afname van postoperatieve hartritmestoornissen. De dosering bedroeg in alle studies 2000 mg op de avond vóór de operatie, gevolgd door dagelijks 1000 tot 2000 mg gedurende 4 of 5 dagen. Het waargenomen effect wordt mogelijk verklaard door vermindering van acute oxidatieve stress, die een belangrijke rol speelt bij hartchirurgie.(84,85) Vooralsnog zijn er geen studies beschikbaar die aantonen dat vitamine C het ontstaan van hartritmestoornissen kan voorkomen in de algemene populatie.
Luchtweginfecties
Vitamine C kan de ziekteduur van luchtweginfecties verkorten. Dit blijkt uit een systematische review en meta-analyse van tien studies met in totaal 4520 deelnemers, waarin een significante afname van de ziekteduur werd gevonden, maar geen duidelijk effect op de ernst van de infectie. Wel werd een preventief effect waargenomen. Het aantal luchtweginfecties was lager bij gebruikers van vitamine C. De gebruikte orale vitamine C-doseringen varieerden van 200 tot 8000 mg/dag.(28)
Een systematische review over chronische obstructieve longziekte (COPD), gebaseerd op tien gerandomiseerde studies met 487 deelnemers, laat zien dat een dagelijkse inname van 400 mg vitamine C de longfunctie verbetert en de antioxidantcapaciteit verhoogt.(86) Daarnaast zijn er aanwijzingen dat een dagelijkse inname van 70 mg vitamine C het optreden van recidiverende luchtweginfecties bij kinderen aanzienlijk kan verminderen.(87)
Verkoudheid
De dosering van vitamine C is bepalend voor het effect op verkoudheid. Bij verkoudheid kan suppletie van ≥200 mg vitamine C per dag de duur en ernst iets verkorten, zoals blijkt uit een uitgebreide systematische review en meta-analyse, waarbij de effecten sterker zijn in een koude omgeving en/of bij zware fysieke inspanning en bij kinderen.(29) In de meta-analyse werd vooral bij regelmatige inname van ≥1000 mg/dag een effect gevonden op de ernst en duur van verkoudheid. Bij kinderen resulteerde preventieve suppletie van 1000-2000 mg/dag in een verkorting van de duur van verkoudheid met 18%; bij volwassenen was dit 8% bij een inname van ≥1000 mg/dag. In vijf studies bij personen die werden blootgesteld aan kortdurende, extreme fysieke belasting, zoals marathonlopers en skiërs, halveerde vitamine C in doseringen van 250 tot 1000 mg/dag het risico op verkoudheid.(29) In lijn met deze bevindingen laat een recente systematische review en meta-analyse uit 2023 van dezelfde onderzoeksgroep zien dat ≥1000 mg vitamine C per dag de ernst van verkoudheid met 15-26% vermindert.(88)
Bloedarmoede
Vitamine C kan een ondersteunende rol spelen bij de behandeling van bloedarmoede, met name door de opname van ijzer te verbeteren. Een Poolse systematische review uit 2022 onderzocht het effect van voedingsinterventies op bloedarmoede bij menstruerende vrouwen. In totaal werden 14 gerandomiseerde, gecontroleerde studies geïncludeerd. Bij alle studies bestond de interventie in ieder geval uit ijzersuppletie, al dan niet gecombineerd met vitamine C of vitamine D, of met het verminderen van fytinezuur in de voeding. In de vier studies waarin aanvullende vitamine C werd toegepast, werd de grootste toename in ijzeropname waargenomen, vergeleken met de andere interventies. De vitamine C-inname uit voeding en suppletie varieerde van 165-235 mg/dag, met een interventieduur van 6-16 weken.(89)
Diabetes type 2
Vitamine C kan bijdragen aan verbetering van de glucoseregulatie en het beperken van insulineresistentie. Dit wordt onder meer toegeschreven aan vermindering van oxidatieve stress, wat de insulineafgifte kan verbeteren, en aan remming van ontstekingsprocessen die betrokken zijn bij insulineresistentie.(90) Daarnaast zijn er aanwijzingen dat vitamine C de activiteit van GLUT-4 (glucosetransporter) kan verhogen, waardoor de glucose-opname in spier- en vetcellen toeneemt.(11)
In een meta-analyse uit 2023 werden 22 gerandomiseerde studies met in totaal 1447 patiënten met diabetes type 2 onderzocht. De auteurs concluderen dat vitamine C-suppletie effectiever is dan een controlebehandeling voor het verbeteren van de bloedglucosespiegel, vooral bij gebruik langer dan 12 weken en bij doseringen boven 1000 mg/dag. In sommige studies werd vitamine C gecombineerd met metformine of vitamine E; de controlegroepen kregen placebo, geen behandeling of placebo plus metformine of vitamine E.(90) Een andere meta-analyse laat zien dat het effect van vitamine C op glucosewaarden groter is na ten minste 12 weken suppletie dan in controlegroepen. Het grootste effect werd gevonden op bloeddrukverlaging, met een gemiddelde daling van de systolische bloeddruk van 6,27 mmHg en van de diastolische bloeddruk van 3,77 mmHg.(91)
Bij diabetes type 2 komen verhoogde triglyceride- en LDL-cholesterolwaarden regelmatig voor, wat het cardiovasculaire risico verhoogt. In een systematische review en meta-analyse uit 2021 met 15 gerandomiseerde studies is het effect van vitamine C op het lipidenprofiel bij diabetes type 2 onderzocht. Vitamine C-suppletie had gunstigere effecten bij langere interventies (≥12 weken) dan bij kortdurende suppletie, en het effect was sterker bij doseringen boven 200 mg/dag.(92)
Zwangerschap
De behoefte aan vitamine C is verhoogd tijdens de zwangerschap en bij lactatie, onder andere door actieve overdracht naar de foetus en secretie in de moedermelk.(11) Vitamine C-inname tijdens de zwangerschap is in verband gebracht met verschillende uitkomsten. Een systematische review van 15 gerandomiseerde gecontroleerde studies laat zien dat een lage vitamine C-inname tijdens de zwangerschap geassocieerd is met een verhoogd risico op zwangerschapsdiabetes. Op basis van deze bevinding kan het verhogen van de consumptie van vitamine C-rijke voeding en het handhaven van een adequate vitamine C-bloedspiegel bijdragen aan preventie van zwangerschapsdiabetes.(93)
Vroegtijdig breken van vliezen
In 2024 zijn twee systematische reviews verschenen over de rol van vitamine C bij het voorkomen van vroegtijdig breken van de vliezen (voor de zevenendertigste zwangerschapsweek). Oxidatieve stress speelt hierbij een belangrijke rol, wat een mogelijke beschermende werking van vitamine C ondersteunt. Nath et al. concluderen dat suppletie met bij voorkeur 100 mg vitamine C per dag significant gunstige effecten heeft bij vrouwen met een voorgeschiedenis van vroegtijdig breken van de vliezen.(94) Pejcic et al. tonen aan dat vrouwen met deze complicatie een significant lagere vitamine C-spiegel hebben en dat vitamine C-suppletie het risico lijkt te verlagen. Aanvullend grootschalig en goed opgezet onderzoek is nodig om deze bevindingen te bevestigen.(95)
Roken tijdens zwangerschap
Roken tijdens de zwangerschap wordt sterk ontraden. Bij vrouwen die ondanks intensieve begeleiding blijven roken, kan suppletie met 500 mg vitamine C per dag de longfunctie van de baby verbeteren.(96–98)
Mentale gezondheid
Historische beschrijvingen van scheurbuik vermeldden naast somatische klachten ook neuropsychiatrische symptomen, waaronder neerslachtigheid. Deze vroege observaties worden ondersteund door hedendaags biologisch en klinisch onderzoek. De hersenen bevatten hoge concentraties vitamine C, waar het fungeert als antioxidant en cofactor bij de synthese van catecholamines.(99) Preklinisch onderzoek ondersteunt ook een rol in neuronale ontwikkeling en differentiatie.(100,101)
Observationele studies laten doorgaans een inverse associatie zien tussen vitamine C-inname of -status en depressieve symptomen.(102–104) Uit een systematische review van negen studies bleek dat een vitamine C-deficiëntie samenhangt met symptomen van depressie en cognitieve stoornissen.(105) Daarnaast tonen klinische studies aan dat suppletie met vitamine C gunstige effecten kan hebben op depressie, angst, vermoeidheid en algemeen welbevinden.(106–110) Een meta-analyse van tien studies met in totaal 836 deelnemers rapporteerde dat vooral mensen met bestaande depressieve klachten baat hadden bij suppletie. In de studies waarin een positief effect werd gevonden, varieerde de dagelijkse dosering van 500 tot 1000 mg vitamine C.(110)
Aanvullend onderzoek bij gezonde jongvolwassenen suggereert dat de vitamine C-status ook samenhangt met mentale vitaliteit. Sim et al. vonden in een cross-sectioneel bevolkingsonderzoek een associatie tussen een lage plasma-ascorbaatconcentratie en een verminderde mentale vitaliteit. In de gerandomiseerde studie van dezelfde onderzoekers kregen deelnemers met een plasma-ascorbaatconcentratie <50 μmol/l gedurende vier weken tweemaal daags 500 mg vitamine C of een placebo. Suppletie leidde niet tot verbetering van de stemming of BDNF*-spiegels, maar verhoogde wel werkmotivatie, aandacht en prestaties bij cognitieve taken die langdurige focus vereisen.(111)
Stress
Chronische stress gaat vaak gepaard met verhoogde cortisolspiegels. Een gerandomiseerde studie liet zien dat dagelijkse suppletie met 1000 mg vitamine C verhoogde cortisolspiegels kan helpen verlagen bij vrouwen met chronische stress. Na acht weken waren de cortisolspiegels significant gedaald vergeleken met placebo.(112)
Mondgezondheid
Onderzoek laat zien dat een aanbevolen inname van 75-90 mg vitamine C per dag voor mensen met lage bloedspiegels mogelijk onvoldoende is om bloedend tandvlees te voorkomen. In een systematische review en meta-analyse verminderde vitamine C-suppletie de neiging tot gingivaal bloeden, vooral wanneer de uitgangswaarde laag was (<28 mol/l).(113) Uit meerdere studies blijkt dat vitamine C een optie kan zijn om in te zetten bij mensen die gevoelig zijn voor tandvleesontsteking en voor het behoud van gezond tandvlees, hoewel sommige resultaten tegenstrijdig zijn.(114,115)
Uit een systematische literatuurreview met 14 gerandomiseerde studies en 3 ongecontroleerde studies bleek dat 7 van de 9 studies met vergelijkbare uitkomstmaten gunstige effecten van vitamine C lieten zien op onder andere bloedingsparameters, plaque-index, gingivale index en soms pocketdiepte of terugtrekkend tandvlees.(116) Een andere systematische review (6 gerandomiseerde studies) concludeerde dat vitamine C bloedings- en ontstekingsindices bij gingivitis kan verbeteren, maar dat er geen klinisch relevante winst is op pocketdiepte of weefselherstel bij ernstige parodontitis.(117) De in studies gebruikte doseringen en toedieningsvormen lopen sterk uiteen en zijn niet altijd goed gerapporteerd, waardoor een eenduidig suppletieadvies op basis van de literatuur niet goed te onderbouwen is.
Pijn
Klinisch onderzoek laat zien dat toediening van vitamine C (oraal en/of intraveneus) veilig en effectief kan zijn bij zowel acute als chronische pijn. Het gebruik van opiaten en andere analgetica kan hierdoor mogelijk worden verminderd. Vitamine C kan de effectiviteit van opioïden versterken, waardoor lagere doseringen nodig kunnen zijn en bijwerkingen afnemen.(118,119) Hoge doseringen vitamine C kunnen bovendien ontwenningsverschijnselen bij opioïdengebruik reduceren.(120)
De pijnstillende werking wordt deels toegeschreven aan de antioxidatieve en ontstekingsremmende eigenschappen van vitamine C, waardoor ontstekingsprocessen en weefselschade worden geremd. Daarnaast speelt vitamine C een rol in de synthese van neurotransmitters zoals serotonine en dopamine, die betrokken zijn bij pijnbeleving. Als belangrijke factor bij collageenproductie speelt vitamine C ook een rol bij wondgenezing.
Postoperatieve pijn en het complex regionaal pijnsyndroom
Uit onderzoek blijkt dat een operatie vanwege grote oxidatieve stress zorgt voor een sterk verhoogde behoefte aan vitamine C en een daling van de plasma-ascorbaatspiegel. In deze situatie zijn gangbare vitamine C-doseringen niet meer toereikend om de plasmaspiegel weer te normaliseren.(121) Toediening van een hoge dosering vitamine C (≥500 mg, oraal of intraveneus) pre- en postoperatief kan onder meer zinvol zijn ter vermindering van postoperatieve pijn. Onderbouwing hiervoor komt uit studies bij:
Buikpijn bij endometriose
Twee systematische reviews naar chronische buikpijn bij endometriose laten zien dat de combinatie van vitamine C en vitamine E effectief kan zijn.(125,126) De review van Zheng et al. analyseerde vier studies waarin 1000 mg vitamine C per dag werd gecombineerd met vitamine E (800-1200 IU/dag), met een gemiddelde studieduur van acht weken, met een significante pijnreductie als resultaat.(126) De systematische review van Bayu et al. bevestigt deze bevindingen en rapporteert daarnaast afname van verschillende pijnsymptomen, waaronder chronische bekkenpijn, dysmenorroe en pijn bij het vrijen.(125) De auteurs suggereren dat oxidatieve stress een belangrijke rol speelt in de pathofysiologie van pijn bij endometriose. Antioxidanten zoals vitamine C zouden hierop kunnen aangrijpen door het verminderen van een verhoogde belasting van ROS, wat kan bijdragen aan pijnreductie.
Neurodegeneratieve aandoeningen
Alzheimer
Diverse studies suggereren dat vitaminetekorten een rol kunnen spelen in het ontstaan en de progressie van de ziekte van Alzheimer. In een analyse van 67 publicaties werden vitaminegehalten bij mensen met alzheimer vergeleken met gezonde controlegroepen. Alzheimerpatiënten hadden significant lagere spiegels van meerdere vitaminen, met het grootste verschil voor vitamine C.(127) Niet alleen in het bloed, maar ook in hersenweefsel van alzheimerpatiënten worden lagere vitamineconcentraties van onder andere vitamine C gevonden.(128)
Parkinson
Een meta-analyse van de dosis-responsrelatie tussen antioxidanten en het risico op de ziekte van Parkinson suggereert dat een hogere inname van bepaalde antioxidanten geassocieerd is met een lager risico. Een dagelijkse inname van 50 mg vitamine C, 5 mg vitamine E, 2 mg bètacaroteen en 1 mg zink werd in verband gebracht met een lager risico op parkinson. De kwaliteit van het beschikbare bewijs is echter beperkt en de resultaten zijn niet consistent, waardoor aanvullend onderzoek nodig is.(129,130)
Risico op jicht
Er zijn sterke aanwijzingen dat extra vitamine C het risico op jicht bij mannen verlaagt. Een dagelijkse inname van 1000-1500 mg vitamine C is geassocieerd met een 34% lager risico op jicht, terwijl inname boven 1500 mg samenhangt met een risicoreductie van 45% vergeleken met mannen die geen vitamine C-supplementen gebruiken.(131)
Een mogelijke verklaring is dat vitamine C de serumurinezuurspiegel verlaagt. Een totale vitamine C-inname van ≥500 mg/dag is geassocieerd met een circa 0,6–0,7 mg/dl lagere serumurinezuurspiegel dan een inname <90 mg/dag.(132) Deze orde van grootte komt overeen met resultaten van een gerandomiseerde studie waarin suppletie met 500 mg vitamine C per dag gedurende twee maanden het serumurinezuur met 0,5 mg/dl verlaagde, terwijl in de placebogroep geen verandering werd gezien.(133) Een dergelijke verlaging van de serumurinezuurspiegel kan zich vertalen in een klinisch relevante afname van het risico op jicht.(132)
* Zie verklarende woordenlijst
Algemene onderhoudsdosering: 200-500 mg per dag
Therapeutische dosering: 500-8000 mg per dag
Doordat de opname van vitamine C in de darm enorm daalt bij hoge doseringen, wordt frequente inname van vitamine C met tussenpozen van drie uur aangeraden voor therapeutisch gebruik. Of een inname ieder uur bij een beginnende verkoudheid.(134) Met meerdere innamemomenten op een dag wordt een stabiele plasmaspiegel behouden.
Voor een hoge inname van vitamine C is ascorbinezuur (de goedkoopste en meest gebruikte vorm van vitamine C) niet altijd geschikt, omdat veel mensen deze zure vitamine C minder goed verdragen. Vitamine C in de (niet-zure) vorm van mineraalascorbaten (zoals calciumascorbaat of magnesiumascorbaat) en Ester-C wordt doorgaans beter verdragen door mensen met een gevoelige maag. Biologische vitamine C is beschikbaar uit onder andere de amla-bes (Emblica officinalis, Indiase kruisbes).
Vitamine C is een veilige (wateroplosbare) vitamine, ook in hoge doseringen, en wordt over het algemeen goed verdragen. Bij doseringen boven 3000-4000 mg/dag neemt de kans op diarree, misselijkheid, brandend maagzuur en buikkrampen toe.(11) Deze effecten zijn dosisafhankelijk en reversibel na verlaging of staken van de inname.(2,11) Er is geen officiële aanvaardbare bovengrens (UL) vastgesteld.(135) Het is overigens wel raadzaam om tijdens de zwangerschap niet hoger te doseren dan 1000 mg/dag zonder medisch toezicht, aangezien veiligheidsgegevens bij hogere doseringen beperkt zijn.(11)
Vitamine C bevordert de intestinale absorptie van non-heemijzer. Bij mensen met hemochromatose kan vitamine C ijzerstapeling (ferritine, transferrinesaturatie) verergeren.(68) Deze groep wordt geadviseerd geen vitamine C tijdens de maaltijden in te nemen en vitamine C-suppletie te beperken tot maximaal 500 mg/dag.(136) Hoge doses vitamine C worden ook afgeraden tijdens chemo- of radiotherapie (tenzij onder deskundige begeleiding).
Risico op nierstenen
Een hoge inname van vitamine C uit voedingssupplementen kan theoretisch het risico op nierstenen (calciumoxalaatstenen) verhogen, omdat ascorbaat gedeeltelijk wordt gemetaboliseerd tot oxalaat en de urine-oxalaatuitscheiding kan verhogen. Verschillende prospectieve cohortstudies hebben inderdaad een verband gevonden tussen hoge doses (≥1000 mg/dag) vitamine C-suppletie en een verhoogd risico op nierstenen bij mannen, terwijl dit verband bij vrouwen niet werd waargenomen.(137–139) Daarentegen vond een oudere cohortstudie geen associatie tussen een hoge vitamine C-inname en nierstenen bij mannen.(140) Interessant genoeg hebben ook gerandomiseerde gecontroleerde studies geen aanwijzingen gevonden voor een verhoogd risico op nierstenen bij vitamine C-suppletie, zelfs niet bij hoge doses en gedurende langere tijd.(141) Twee grote cross-sectionele studies lieten zelfs zien dat personen met de hoogste vitamine C-inname een lagere kans op nierstenen hadden dan personen met de laagste inname.(142,143) Dit negatieve verband was het duidelijkst bij vrouwen, personen van 60 jaar en ouder en personen met een BMI van meer dan 30.(143)
Kortom, het verband tussen vitamine C-suppletie en een verhoogd risico op de vorming van nierstenen blijft controversieel. Desondanks worden hoge doses vitamine C ontraden bij mannen met een voorgeschiedenis van nierstenen of mensen met een sterk verminderde nierfunctie.
BDNF: brain-derived neurotrophic factor, een eiwit dat essentieel is voor overleving, groei en differentiatie van neuronen. Het speelt een centrale rol in leren en geheugen. Verlaagde BDNF-spiegels worden geassocieerd met depressie, neurodegeneratieve aandoeningen en cognitieve achteruitgang.
Complex regionaal pijnsyndroom (CRPS): chronische en vaak intense pijnaandoening in de ledematen, meestal volgend op een operatie of letsel.
Epigenetische regulatie: regulering van genexpressie via biochemische mechanismen zoals DNA-methylering en histon-methylering, die bepalen of een gen wordt afgelezen. De codering van het DNA verandert hierbij niet.
Flow-gemedieerde dilatatie (flow-mediated dilation, FMD): niet-invasieve maat voor endotheelafhankelijke vaatverwijding en veelgebruikte surrogaatmarker voor endotheelfunctie in interventiestudies.
Fytinezuur: de opslagvorm van fosfor in zaden, noten, granen en peulvruchten. Het kan zich binden aan mineralen zoals ijzer, zink en calcium, waardoor de opname daarvan kan verhinderen. Fytinezuur wordt daarom gezien als een anti-nutriënt
Granulocyt: type witte bloedcel (leukocyt) van het aangeboren immuunsysteem die gekenmerkt wordt door de aanwezigheid van granulen in het cytoplasma. Granulocyten spelen een belangrijke rol bij de afweer tegen pathogenen door fagocytose en afgifte van antimicrobiële stoffen en reactieve zuurstofspecies.
Molverhouding: verhouding tussen het aantal mol vitamine C en het aantal mol non-heemijzer dat gelijktijdig in het darmlumen aanwezig is tijdens de absorptie. Een molverhouding van 4-6:1 houdt in dat per mol non-heemijzer vier tot zes mol ascorbinezuur nodig is om de opname van non-heemijzer significant te verhogen. Omgerekend naar massa betekent dit dat circa 40-60 mg vitamine C nodig is per 5 mg non-heemijzer.
Monocyten: type witte bloedcellen (leukocyten) die behoren tot het aangeboren immuunsysteem. In de context van cardiovasculaire gezondheid zijn monocyten relevant omdat zij bij endotheelactivatie aan de vaatwand hechten, migreren naar de intima en daar bijdragen aan ontsteking en atherosclerosevorming. Geactiveerde monocyten produceren reactieve zuurstofspecies en cytokinen, wat kan leiden tot endotheelbeschadiging en verminderde vaatfunctie.
Populatiereferentie-inname (PRI): de dagelijkse hoeveelheid van een nutriënt waarvan wordt aangenomen dat deze voorziet in de behoeften van bijna alle gezonde mensen in een populatie.
Postprandiaal: na een maaltijd.
Primaten: een orde in de klasse van zoogdieren waartoe alle soorten halfapen, apen, mensapen en de mens behoren.
Redoxkoppel: een gereduceerde en een geoxideerde vorm van dezelfde stof die door elektronenoverdracht reversibel in elkaar kunnen worden omgezet.
Gepubliceerd op: 23-apr-2026