Magnesium

een van de meest belangrijke mineralen




01-feb-2015

Inleiding

Het essentiële (macro)mineraal magnesium is uitermate belangrijk voor de gezondheid. Magnesium is wat betreft hoeveelheid het vierde mineraal in het lichaam, na calcium, kalium en natrium. Het lichaam bevat circa 21 tot 28 gram magnesium; 60% daarvan is ingebouwd in botweefsel en tanden; 20% bevindt zich in spieren, 20% in andere zachte weefsels en lever, minder dan 1% circuleert in het bloed. Van alle magnesium bevindt zich 99% in cellen (intracellulair) of in botweefsel en 1% in de extracellulaire ruimte. Onvoldoende inname van magnesium met de voeding leidt tot gezondheidsklachten en vergroot de kans op een reeks chronische ziekten waaronder osteoporose, diabetes type 2 en hart- en vaatziekten. Net als in andere (geïndustrialiseerde) landen bevat de voeding van veel Nederlanders minder magnesium dan is aanbevolen.

Centrale rol in energiestofwisseling en celprocessen

Figuur 1. Magnesium-ATP complex
Figuur 1. Magnesium-ATP complex

Om te kunnen functioneren, beschikken lichaamscellen over energierijke ATP-moleculen (adenosinetrifosfaat). ATP initieert ontelbare biochemische reacties door de afgifte van energie die is opgeslagen in de staart van het molecuul die bestaat uit drie fosfaatgroepen (zie figuur 1). Hierbij ontstaat ADP of AMP (door afsplitsing van respectievelijk 1 of 2 fosfaatgroepen). ADP en AMP worden vervolgens gerecycled tot ATP, een proces dat duizenden keren per dag plaatsvindt. Het aan ATP gebonden magnesium (Mg2+) is essentieel om ATP te kunnen splitsen zodat energie kan vrijkomen. Meer dan 300 enzymen hebben magnesium als cofactor nodig, inclusief alle enzymen die ATP maken of verbruiken en enzymen die betrokken zijn bij de synthese van onder meer DNA, RNA, eiwitten,lipiden, antioxidanten (waaronder glutathion), immunoglobulinen en prostaglandinen.(1,2) Magnesium is zowel betrokken bij het activeren van enzymen als bij het katalyseren van enzymatische reacties.

Andere functies van magnesium:

  • Magnesium is essentieel voor de synthese en activiteit van ‘second messengers’ zoals cAMP (cyclisch adenosinemonofosfaat), die zorgen voor de intracellulaire overdracht van signalen, afkomstig van bijvoorbeeld hormonen en neurotransmitters die aan de celoppervlakte binden. Hierdoor is communicatie tussen cellen mogelijk. 
  • Magnesium speelt een rol in celcyclus en celapoptose. 
  • Magnesium stabiliseert celstructuren zoals DNA, RNA, celmembranen en ribosomen. 
  • Magnesium is betrokken bij regulatie van de calcium-, kalium- en natriumhomeostase (elektrolytenbalans) door het activeren van ATP/ATPase pompen (natrium- kalium, natrium-calcium, natriummagnesium en calcium-magnesium pompen) die zorgen voor het actieve transport van elektrolyten langs de celmembraan en mede de membraanpotentiaal (elektrische spanning over de membraan) bepalen. 
  • Magnesium is een fysiologische calciumantagonist. Magnesium bevordert spierontspanning, terwijl calcium (samen met kalium) zorgt voor spiercontractie (skeletspieren, hartspier, gladde spieren). Magnesium kalmeert en calcium exciteert zenuwcellen. Magnesium remt de bloedstolling, terwijl calcium deze activeert. De concentratie magnesium is intracellulair hoger dan extracellulair; bij calcium is dit omgekeerd. Het in cellen aanwezige magnesium is onder meer van belang voor celstofwisseling, celcommunicatie, regulatie van lichaamstemperatuur, elektrolytenbalans, spiercontractie, zenuwprikkeloverdracht, hartritme, bloeddrukregulatie, immuunsysteem, endocriene systeem en bloedglucoseregulatie. Het in botweefsel opgeslagen magnesium fungeert als magnesiumreservoir en bepaalt mede de kwaliteit van botweefsel; terwijl calcium botweefsel hard maakt, zorgt magnesium voor enige flexibiliteit waardoor botten minder snel breken. Magnesium heeft invloed op de botstofwisseling; magnesium stimuleert calciumafzetting in botweefsel en remt calciumafzetting in zachte weefsels (door verhoging van calcitonine), activeert alkalische fosfatase (nodig voor de botaanmaak) en is essentieel voor binding van vitamine D aan het transporteiwit en omzetting van vitamine D in de actieve, hormonale vorm in lever en nieren.(1,3,4) Gezien de veelzijdige en cruciale functies van magnesium is het zeer begrijpelijk dat een (sluipend) magnesiumtekort verstrekkende gevolgen kan hebben voor gezondheid en welbevinden.(1,5,6)

Magnesium in voeding vaak onvoldoende

Tabel 1. ADH/AI magnesium (mg/dag)
Tabel 1. ADH/AI (aanbevolen dagelijkse hoeveelheid, adequate inname) voor
magnesium,Gezondheidsraad.(11)

Tabel 2. RDA voor magnesium
Tabel 2. RDA (recommended dietary allowances) voor magnesium. (Food and
Nutrition Board, Institute of Medicine)(7)

Goede bronnen van magnesium zijn volkorengranen, (groene) bladgroenten, noten, zaden, peulvruchten, pure chocola, chlorella en spirulina. Drinkwater draagt ook bij aan de magnesiuminname. Ondanks dat veel (onbewerkte) voedingsmiddelen magnesium bevatten, hebben veranderingen in voedselproductie en eetgewoonten ertoe geleid dat veel mensen minder magnesium met de voeding binnen krijgen dan wenselijk is.(6,7,8) Voor de industrialisatie was de magnesiuminname naar schatting 475 tot 500 mg per dag (circa 6 mg/kg/dag), tegenwoordig is de inname honderden milligrammen lager.(1,9,10)

Volgens de Gezondheidsraad krijgt een deel van de Nederlanders (vanaf 13 jaar) tot 110 mg minder magnesium binnen dan de aanbevolen dagelijkse hoeveelheid (ADH).(11) Daarbij moet gezegd dat de door de Gezondheidsraad vastgestelde ADH voor magnesium (tabel 1) al aan de lage kant is.(7,8,11) De Amerikaanse RDA’s voor magnesium zijn hoger dan de Nederlandse ADH’s (zie tabel 2). In de Verenigde Staten heeft de FNB (Food and Nutrition Board) de RDA (recommended dietary allowances, voldoende voor 97-98% van de gezonde mensen) voor magnesium in 1997 verhoogd op basis van balansstudies, die de magnesiumbehoefte nauwkeurig meten (zie tabel 2).(7)

Tabel 3. EAR (estimated average requirement) magnesium, Institute of<br> Medicine.(7,8)
Tabel 3. EAR (estimated average requirement) magnesium, Institute of
Medicine.(7,8)

Verschillende wetenschappers zijn overigens van mening dat de verhouding tussen calcium en magnesium in voeding circa 2:1 dient te zijn en niet veel hoger (maximaal 2,4:1); bij een gebruikelijke aanbeveling van 1000-1200 mg calcium per dag voor volwassenen komt dit neer op een magnesiumbehoefte van 500-600 mg per dag.(1,12,13) Bij het verhogen van de calciuminname (bijvoorbeeld ter preventie van osteoporose) dient de inname van magnesium ook te worden aangepast. De Voedselconsumptiepeiling 2007-2010 van het RIVM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu) laat zien dat in Nederland een aanzienlijk deel van de bevolking (in tabel 3 het percentage tussen haakjes) minder magnesium met de voeding binnen krijgt dan gemiddeld wordt aanbevolen (de EAR, estimated average requirement, is de geschatte dagelijkse hoeveelheid waar 50% van de gezonde volwassenen genoeg aan heeft).(8) Dit varieert van 11% (jongens 9-13 jaar) tot 75% (meisjes 14-18 jaar); van de volwassenen krijgt 21 tot 36% minder magnesium via de voeding binnen dan gemiddeld wordt aanbevolen.

Genoemde ADH, RDA en EAR voor magnesium gelden voor gezonde mensen en zijn waarschijnlijk te laag voor een optimale gezondheid en de preventie van chronische ziekten.(1,14) Daarbij is onvoldoende rekening gehouden met een juiste verhouding tussen calcium- en magnesiuminname. In de praktijk is de magnesiumbehoefte vaak hoger door medicijngebruik of ziekte.

Mogelijke uitingen magnesiumtekort

Een verlaagde magnesiumstatus kan leiden tot allerlei gezondheidsklachten en verstoringen van de elektrolytenbalans; chronische magnesiumdepletie draagt vermoedelijk bij aan het ontstaan en/of de progressie van een reeks (welvaarts) ziekten:(1,4,5,7,14-34)

Maagdarmkanaal

  • Misselijkheid 
  • Braken
  • Verminderde eetlust 
  • Maagpijn 
  • Constipatie 
  • Moeite met slikken Bewegingsapparaat
  • Spierspasmen, spiertrekkingen, tremoren 
  • Spierkramp, beenkramp, rusteloze benen syndroom 
  • Spierpijn (waaronder rugpijn, nekpijn),gespannen spieren 
  • Spierzwakte 
  • Fibromyalgie
  • Osteoporose

Zenuwstelsel, zintuigen

  • Verhoogde stressgevoeligheid, nervositeit
  • Geïrriteerdheid
  • Hyperactiviteit, rusteloosheid, voortdurend bewegen
  • Angst en paniekaanvallen
  • Depressie, apathie
  • Persoonlijkheidsveranderingen
  • Slapeloosheid
  • Slecht geheugen, moeite met leren
  • Duizeligheid
  • Migraine en andere vormen van hoofdpijn (waaronder spanningshoofdpijn)
  • Verminderd gehoor, oorsuizen, tinnitus
  • Ogen overgevoelig voor licht, oren overgevoelig voor geluid
  • Cataract, glaucoom
  • Diabetische retinopathie
  • Doof gevoel, tintelingen (paresthesie)
  • Convulsies

Stofwisseling

  • Suikerverslaving en/of een grote behoefte aan zout
  • Diabetes type 1 en 2
  • Insulineresistentie, metabool syndroom
  • Lage serumcalcium- en/of serumkaliumspiegel, die niet reageert op calcium- respectievelijk kaliumsuppletie, maar wel op (aanvullende) magnesiumsuppletie
  • Intracellulaire verlaging van het kalium- en magnesiumgehalte en intracellulaire verhoging van het natrium- en calciumgehalte (verstoorde activiteit ATP/ATPase pompen en ‘lekke’ celmembranen)
  • Verhoogde serumfosforspiegel, natriumretentie
  • Gebrekkige omzetting vitamine D in actieve vorm, calcitriol (vitamine D-resistentie)

Hart en bloedvaten

  • Hypertensie
  • Dislipidemie (hoog totaalcholesterol en LDL-cholesterol, laag HDLcholesterol)
  • Hartkloppingen, hartritmestoornissen (supraventriculaire tachycardie, atriumfibrilleren), ECG-afwijkingen (torsade de pointes: ventriculaire tachycardie met abnormale QRS complexen in het ECG)
  • Mitraalklepprolaps
  • Vaatkramp, atherosclerose, trombose
  • Ischemische hartziekte, angina pectoris, myocardinfarct, plotse hartdood
  • Congestief hartfalen
  • Beroerte

Luchtwegen

  • Astma
  • COPD

Gynaecologische problemen

  • Zwangerschap: pre-eclampsie, eclampsie, miskraam, laag geboortegewicht
  • PMS (premenstrueel syndroom)
  • Dysmenorroe (menstruatiekramp)

Divers 

  • Nierstenen 
  • Zeer moe, chronisch vermoeidheidssyndroom
  • Benauwd gevoel in de borstholte
  • Colorectaalkanker
  • Levercirrose

Systemische ontsteking en endotheeldisfunctie

Dat een magnesiumtekort bijdraagt aan het ontstaan van chronische (degeneratieve) aandoeningen zoals obesitas, metabool syndroom, diabetes type 2, hypertensie, beroerte en andere hart- en vaatziekten komt waarschijnlijk mede door het bevorderen van oxidatieve stress, systemische ontsteking en endotheeldisfunctie.(1,21,34,35,36)

Bij systemische (laaggradige) ontsteking dringen immuuncellen (leukocyten zoals macrofagen en T-lymfocyten) bloedvaten en vetweefsel binnen, veroorzaken daar een chronische ontsteking waardoor uitgebreide weefselschade optreedt.(37) Leukocyten en adipocyten ter plaatse produceren onophoudelijk ontstekingsbevorderende cytokines zoals interleukine- 6 (IL-6) en tumor necrosisfactor-α (TNF-α), die lokale schade aanrichten maar ook in het bloed komen. De circulerende ontstekingsbevorderende cytokines zorgen ervoor dat de lever de productie van hoog-sensitief C-reactief proteïne (hs-CRP) opvoert (acute fase respons) waardoor de systemische ontsteking verder aangewakkerd wordt.(1,37) Endotheeldisfunctie (cellen die de binnenkant van bloedvaten bekleden, functioneren niet naar behoren)hangt sterk samen met systemische ontsteking. De endotheelcellen produceren minder NO (stikstofoxide), met als gevolg een minder goede vaatverwijding, en produceren door oxidatieve stress en blootstelling aan ontstekingsbevorderende cytokines juist meer cellulaire adhesiemoleculen zoals E-selectine, intercellular adhesion molecule-1 (ICAM-1) en vascular adhesion molecule-1 (VCAM-1). Deze adhesiemoleculen bevorderen het aanhechten van leukocyten aan de vaatwand en maken het mogelijk dat deze ontstekingscellen de vaatwand binnendringen, hetgeen bijdraagt aan de ontwikkeling van atherosclerose.(38)

In humane studies (dwarsdoorsnede onderzoek, prospectieve cohortstudies) zijn significante inverse associaties gevonden tussen de magnesiuminname met voeding en biomarkers van systemische ontsteking waaronder hs-CRP, IL-6 en TNF-α. (1,39)

In dierstudies is aangetoond dat magnesiumdeficiëntie ontsteking van de hartspier veroorzaakt die begint met ontsteking rondom de bloedvaten in het hart.(21) Hartweefsel van dieren met een magnesiumtekort is minder goed bestand tegen ischemie/reperfusie (meer schade als de doorbloeding van het weefsel weer op gang komt na een periode van zuurstofgebrek) en functioneert na herstel significant slechter dan hartweefsel van dieren met een normale magnesiumstatus.(21) Epidemiologische en experimentele studies laten een inverse associatie zien tussen de magnesiumstatus en bloeddruk.(34)

Magnesiumdeficiëntie bevordert stress door activering van de HHB-as (hypothalamus- hypofyse-bijnieras), hetgeen onder meer kan leiden tot angst en depressie. (21,22,34)

In een experimentele studie met 13 postmenopauzale vrouwen (47-75 jaar) is een direct (oorzakelijk) verband gevonden tussen magnesiumtekort, verminderde glucosetolerantie en cardiovasculaire pathologie.(20) In het onderzoek werd de dagelijkse magnesiuminname sterk verlaagd naar 101 mg/dag. In minder dan drie maanden tijd kregen vijf vrouwen hartritme-afwijkingen, waardoor vier van hen de studie voortijdig moesten verlaten. Drie vrouwen kregen last van atriumfibrillatie/ flutter, die verdween met magnesiumrepletie. Magnesiumdepletie leidde tot stijging van de nuchtere bloedglucosespiegel en een verminderde glucosetolerantie, vastgesteld met de intraveneuze glucosetolerantietest. Het magnesiumgehalte was verlaagd in de celmembranen van rode bloedcellen, terwijl de serummagnesiumspiegel binnen de referentiewaarden bleef.

Risicofactoren magnesiumtekort

Verschillende factoren kunnen een magnesiumtekort in de hand werken:( 1,2,4,14,17,21,26,27,40-44,62)

  • Een lage magnesiuminname met de voeding: voorkeur voor geraffineerde voedingsmiddelen, hoge alcoholconsumptie, anorexia, veroudering.
  • Verminderde intestinale absorptie of malabsorptie van magnesium: mogelijke oorzaken zijn langdurige diarree, braken, hoge alcoholconsumptie, ziekte van Crohn, coeliakie, regionale enteritis, verwijdering van een deel van de dunne darm (met name ileum), darmontsteking na bestraling, verminderde maagzuurproductie, hoge inname van calcium of kalium, veel verzadigde vetten in de voeding, veroudering, vitamine D-tekort, blootstelling aan zware metalen (aluminium, lood, cadmium). Magnesium wordt in het maagdarmkanaal (met name de dunne darm) opgenomen via passieve (paracellulaire) diffusie en via actieve opname met de TRPM6-transporter. Bij een inname van 300 mg magnesium per dag is de absorptie tussen 30 en 50%. Bij een lage magnesiuminname met de voeding of een lagere serummagnesiumspiegel verbetert de magnesiumabsorptie (van 30-40% naar 80%) door verhoging van de actieve magnesiumopname. Er zijn waarschijnlijk mensen bij wie het actieve transportsysteem slecht functioneert (‘poor absorbers’) of geheel afwezig is (primaire magnesiumdeficiëntie). De magnesiumopname is bij hen deels of geheel afhankelijk van passieve diffusie (10-30% opname) waardoor een magnesiumtekort zal ontstaan bij een magnesiuminname die voor anderen voldoende is.
  • Een verhoogde renale magnesiumuitscheiding: mogelijke oorzaken zijn veroudering, langdurige stress, hoge alcoholconsumptie, metabool syndroom, diabetes type 2, hyperthyroïdie, gebruik van bepaalde medicijnen zoals diuretica (zie interacties), hoge inname calcium, koffie, frisdrank, zout, suiker.
  • Verhoogde magnesiumbehoefte: door onder meer zwangerschap, lactatie, zware lichamelijke inspanning.

Vaststellen magnesiumtekort

Bij magnesiumdeficiëntie is sprake van daling van het totale magnesiumgehalte in het lichaam. Een magnesiumtekort komt veel voor, ook bij mensen met een ogenschijnlijk gezonde leefstijl, en wordt helaas vaak over het hoofd gezien.(1,6,45,46) Dit komt mede door het ontbreken van typische (pathognomonische) symptomen waaraan een magnesiumtekort direct kan worden herkend.(21) Slechts 1% van het magnesium bevindt zich in het bloed, 70% in ionvorm of gekoppeld aan oxalaat, fosfaat of citraat, 20% aan eiwitten gebonden. Bloedonderzoek (extracellulair magnesiumgehalte, magnesiumgehalte in rode bloedcellen) is niet ideaal om een beeld te krijgen van de magnesiumstatus in het hele lichaam (botten, spieren, overige weefsels).(2,6,47) Een magnesiumdeficiëntie gaat lang niet altijd gepaard met een verlaagd magnesiumgehalte in het bloed (hypomagnesiëmie); magnesium kan uit botten of andere weefsels zijn vrijgemaakt om het bloedgehalte te normaliseren. Soms is er hypomagnesiëmie bij een normale magnesiumstatus.(1,14,47-49) De serummagnesiumspiegel wordt vooral bepaald door de balans tussen magnesiumopname (afhankelijk van de hoeveelheid magnesium in voedsel en efficiëntie van intestinale absorptie) en magnesiumuitscheiding. De uitwisseling van magnesium tussen bloed en weefsels verloopt traag.(2,47) De serummagnesiumspiegel wordt normaliter binnen nauwe grenzen gehouden; de intestinale magnesiumabsorptie stijgt bij verlaging van de serummagnesiumspiegel en de renale magnesiumuitscheiding stijgt bij verhoging van de serummagnesiumspiegel. Een serummagnesiumspiegel onder de referentiewaarde (0,75 mmol/l) kan betekenen dat de intestinale magnesiumopname dusdanig laag is dat dit onvoldoende wordt gecompenseerd door de nieren, of dat de toegenomen renale magnesiumuitscheiding onvoldoende wordt gecompenseerd door een efficiëntere magnesiumopname in het maagdarmkanaal.(47) Een verlaagde serummagnesiumspiegel betekent meestal dat er (op termijn) sprake is van magnesiumdeficiëntie en dat magnesiumsuppletie nodig is.(1,14) Metingen van magnesium in serum, rode bloedcellen en urine zijn bruikbaar, de gouden standaard voor het bepalen van de totale magnesiumstatus is vooralsnog de magnesium (intraveneuze) belastingtest.(1,6,14) Bij de belastingtest wordt 30 mmol elementair magnesium (1 mm = 24 mg) langzaam, gedurende 8 tot 12 uur, intraveneus toegediend en de magnesiumuitscheiding gemeten in 24-uurs urine. (1,47,51) Bij een (latent) magnesiumtekort is de renale magnesiumuitscheiding significant verminderd. Mensen met een goede magnesiumstatus scheiden ten minste 90% van het magnesium weer uit in de 24-uurs urine; bij magnesiumdeficiëntie wordt minder dan 75% van het magnesium binnen 24 uur uitgescheiden.(1)

Het magnesiumgehalte in rode bloedcellen is een betere indicator voor de magnesiumstatus dan het serummagnesiumgehalte; in een studie met ouderen had niemand een te lage serummagnesiumspiegel, maar was het magnesiumgehalte in rode bloedcellen bij 57% van hen te laag.(50) Het meten van magnesium in rode bloedcellen scoort weer slechter dan de magnesium belastingtest; slechts 60% van de gevallen die op basis van de magnesium belastingtest een magnesiumdeficiëntie hebben, worden herkend.(1) Contraindicaties voor de magnesium belastingtest zijn een verminderde nierfunctie, gebruik van medicijnen die de nierfunctie beïnvloeden (zoals diuretica, cyclosporine, cisplatine) en ernstige maagdarmproblemen.(1,47) De belastingtest wordt vooral gebruikt om een magnesiumtekort uit te sluiten bij mensen die mogelijk een magnesiumtekort hebben, maar bij wie de bloedwaarden normaal zijn.(1,14)

Bij een serummagnesiumspiegel <0,75 mmol/l is sprake van (ernstige) magnesiumdeficiëntie; bij een serummagnesiumspiegel tussen 0,75 en 0,85 mmol/l is het goed een magnesium belastingtest te doen om te zien of er sprake is van magnesiumtekort.(47) Overigens wordt hypomagnesiëmie ook wel gedefinieerd als een serummagnesiumspiegel <0,9 mmol/l.(2) De magnesium belastingtest kan overwogen worden bij mensen met normale magnesiumbloedwaarden, maar met gezondheidsklachten of (risicofactoren voor) ziekten die passen bij een magnesiumtekort.

Magnesiumsuppletie

Bij een verlaagde magnesiumstatus is het allereerst belangrijk het eetpatroon te verbeteren en meer magnesiumrijke voedingsmiddelen te consumeren. In het algemeen kan bij magnesiumsuppletie een (onderhouds)dosering van 200 tot 400 mg per dag worden aangehouden. Hogere, therapeutische doseringen (400-800 mg per dag) zijn mogelijk, mits de gebruikte magnesiumverbinding bij de betreffende persoon geen (maagdarm)klachten veroorzaakt en er geen risicofactoren voor hypermagnesiëmie zijn (zie veiligheid en bijwerkingen). Organische magnesiumverbindingen zoals aminozuurchelaten (magnesiumbisglycinaat), gluconaten en citraten worden beter opgenomen dan anorganische magnesiumverbindingen (oxides, carbonaten). Organisch gebonden magnesiumbisglycinaat wordt onveranderd door het darmslijmvlies opgenomen; dan pas wordt het magnesium afgesplitst. Hierdoor vindt opname sneller plaats en wordt deze niet belemmerd door een gebrek aan maagzuur of de aanwezigheid van andere mineralen zoals calcium.

Interacties

  • Alcohol leidt tot magnesiumdepletie. (1,14) Preklinisch onderzoek suggereert dat magnesiumsuppletie beschermt tegen ethanolgeïnduceerde vaatkramp en vasculaire schade in de hersenen.(52) Bij alcoholontwenning kan verhoging van de magnesiuminname slapeloosheid tegengaan en de GGT-serumspiegel verlagen (serum gamma-glutamyltransferase is een indicator voor leverdisfunctie en een marker voor alcoholconsumptie).(53,54)
  • Verschillende medicijnen kunnen de magnesiumstatus verlagen waaronder laxeermiddelen, thiazidediuretica, lisdiuretica, bèta-2 agonisten, digoxine, antibiotica (aminoglycosides, gentamycine, amfotericine, carbenicilline), ACE-remmers, cisplatine, carboplatine, cyclosporine, pentamidine, foscarnet, tacrolimus, corticosteroïden, antihistaminica, immunosuppressiva, thioridazide, en cetuximab. (1,21,55,56) Magnesiumsuppletie kan nodig zijn. 
  • Magnesiumsuppletie vermindert neurotoxiciteit van isoproterenol en renale toxiciteit van cisplatine.(56,57)
  • Protonpompremmers verlagen de magnesiumabsorptie en kunnen hypomagnesiëmie veroorzaken.(58) Extra inname van magnesium kan nodig zijn.
  • Magnesium kan de absorptie en/of werkzaamheid van medicijnen zoals antibiotica (tetracyclines, fluorochinolonen), bifosfonaten, chloorpromazine, digoxine en schildklierhormoon verlagen. Neem een magnesiumsupplement bij voorkeur minimaal twee uur voor of na medicijnen in.
  • Suppletie met magnesium en calcium vermindert oxaliplatine-gerelateerde neurotoxiciteit.(59)
  • Kaliumsparende diuretica kunnen de magnesiumuitscheiding verlagen. Pas in dat geval op met magnesiumsuppletie.
  • Magnesium kan de werking van spierverslappers versterken.
  • Magnesium kan de behoefte aan orale antidiabetica verlagen door verbetering van de glycemische controle.
  • Een magnesium- en calciumtekort verhoogt de opname en (neuro)toxiciteit van aluminium.(60)
  • Een hoge zinkinname remt de magnesiumabsorptie.(61)
  • Vitamine B6 is een belangrijke synergist van magnesium

Veiligheid en bijwerkingen

Maagdarmklachten zoals diarree en misselijkheid kunnen optreden bij doses vanaf 250-350 mg magnesium per dag. De UL (upper limit) voor magnesiumsuppletie (magnesium uit voeding wordt niet meegerekend) is mede daarom vastgesteld op 250 mg/dag (EFSA, Europa), respectievelijk 350 mg/dag (FNB, Verenigde Staten).(7,14) Vooral magnesiumcarbonaat, magnesiumchloride, magnesiumoxide en magnesiumgluconaat veroorzaken maagdarmklachten.(63) Magnesium in de vorm van aminozuurchelaten (zoals magnesiumbisglycinaat) wordt uitstekend opgenomen en geeft veel minder kans op bijwerkingen zoals diarree.

Magnesium heeft een lage toxiciteit bij mensen met een normale nierfunctie; een teveel aan magnesium wordt snel uitgescheiden door de nieren.(64) Er zijn een paar situaties waarbij hypermagnesiëmie kan optreden: bij een verminderde nierfunctie (contra-indicatie voor magnesiumsuppletie), sterk verminderde darmperistaltiek (bijvoorbeeld na narcose, door anticholinergica of door een darmobstructie, waardoor de magnesiumabsorptie aanzienlijk toeneemt) en/of een extreem hoge magnesiuminname.(1)

Vergiftigingsverschijnselen (toxische hypermagnesiëmie met roodheid in het gezicht, misselijkheid, braken, verlies van spierreflexen, spierzwakte, somnolentie, bradycardie, hypotensie, ademhalingsdepressie, coma) zijn zeldzaam en alleen waargenomen bij doses boven 2500 mg magnesium per dag (ten minste tien keer de UL).(14) Meestal was sprake van inname van zeer hoge doseringen zelfzorgmiddelen met magnesium (laxeermiddelen, maagzuurremmers, pijnstillers) waarbij de magnesiuminname meer dan 5000 mg/ dag bedroeg.(65) Bij hypermagnesiëmie is de serummagnesiumspiegel hoger dan 1,2 mmol/l; symptomen van toxiciteit ontstaan meestal bij een serumspiegel hoger dan 1,7-2,6 mmol/l.(1,14,65) Bij magnesiumdeficiëntie kan de serummagnesiumspiegel normaal zijn; een magnesiumintoxicatie gaat altijd gepaard met hypermagnesiëmie.(1)

Referenties

  1. Watson RR et al. Magnesium in human health and disease. Humana Press, 2013. ISBN 9781627030434.
  2. Assessment of magnesium deficiency. BMJ Best Practice. http://bestpractice.bmj.com/best-practice/monograph/ 1137.html
  3. Zittermann A. Magnesium deficit – overlooked cause of low vitamin D status? BMC Medicine 2013;11:229. 
  4. National Institutes of Health, Office of Dietary Suppements. http://ods.od.nih.gov/factsheets/Magnesium-HealthProfessional/ 
  5. Saris NE et al. Magnesium. An update on physiological, clinical and analytical aspects. Clin Chim Acta. 2000;294(1– 2):1–26.
  6. Witkowski M et al. Methods of assessment of magnesium status in humans: a systematic review. Magnes Res. 2011;24(4):163-80.
  7. Food and Nutrition Board, Institute of Medicine. Magnesium. Dietary Reference Intakes: Calcium, Phosphorus, Magnesium, Vitamin D, and Fluoride. Washington DC, National Academy Press; 1997:190-249.
  8. van Rossum CT et al. Dutch National Food Consumption Survey 2007-2010. Diet of children and adults aged 7 to 69 years. RIVM report number 350050006/2011.
  9. Altura BM et al. Cardiovascular risk factors and magnesium relationships to atherosclerosis, ischemic heart disease and hypertension. Magnesium Trace Elem 1991-1992;10:182-192.
  10. Costello RB et al. A review of magnesium intake in the elderly. A cause for concern? Magnes Res. 1992;5:61–7.
  11. Gezondheidsraad. Naar een voldoende inname van vitamines en mineralen. Den Haag: Gezondheidsraad, 2009; publicatienr. 2009/06.
  12. Bolland MJ et al. Vascular events in healthy older women receiving calcium supplementation: randomised controlled trial. BMJ. 2008;336(7638):262–6.
  13. Rowe WJ. Calcium-magnesium-ratio and cardiovascular risk. Am J Cardiol. 2006;98:140.
  14. Tolerable upper intake levels for vitamins and minerals. Scientific Committee on Food, Scientific Panel on Dietetic Products, Nutrition and Allergies. European Food Safety Authority 2006;107-116. ISBN 9291990140.
  15. www.magnesiumeducation.com
  16. Cox MI et al. Red blood cell magnesium and chronic fatigue syndrome. Lancet 1991;337:757-760.
  17. Das B et al. Serum magnesium level in patients with liver cirrhosis. Int J Biol Med Res. 2011;2(3):709-711.
  18. Huang CL et al. Mechanism of hypokalemia in magnesium deficiency. J Am Soc Nephrol. 2007;18:2649-2652.
  19. Dahle LO et al.The effect of oral magnesium substitution on pregnancy-induced leg cramps. Am J Obstet Gynecol. 1995;173(1):175-80.
  20. Forrest H et al. Dietary magnesium deficiency induces heart rhythm changes, impairs glucose tolerance, and decreases serum cholesterol in post menopausal women. J Am Coll Nutr. 2007;26:121–32.
  21. Whang R et al. Magnesium homeostasis and clinical disorders of magnesium deficiency. Ann Pharmacother. 1994;28(2):220-26.
  22. Sartori SB et al. Magnesium deficiency induces anxiety and HPA axis dysregulation: modulation by therapeutic drug treatment. Neuropharmacology. 2012;62(1):304-12.
  23. Serefko A et al. Magnesium in depression. Pharmacol Rep. 2013;65(3):547-54.
  24. Agarwal R et al. Mechanisms of cataractogenesis in the presence of magnesium deficiency. Magnes Res. 2013;26(1):2-8.
  25. Agarwal R et al. Pathogenetic role of magnesium deficiency in ophthalmic diseases. Biometals 2014;27(1):5-18.
  26. Ford ES et al. Intake of dietary magnesium and the prevalence of the metabolic syndrome among U.S. adults. Obesity (Silver Spring). 2007;15(5):1139–46.
  27. Larsson SC et al. Magnesium intake and risk of type 2 diabetes: a meta-analysis. J Intern Med. 2007;262(2):208-14.
  28. Gontijo-Amaral C et al. Oral magnesium supplementation in asthmatic children: a double-blind randomized placebocontrolled trial. Eur J Clin Nutr. 2007;61:54-60.
  29. Del Gobbo LC et al. Circulating and dietary magnesium and risk of cardiovascular disease: a systematic review and metaanalysis of prospective studies. Am J Clin Nutr 2013;98:160-73.
  30. Rylander R. Magnesium in pregnancy blood pressure and pre-eclampsia, a review. Pregnancy Hypertens. 2014;4(2):146- 149.
  31. Hornyak M et al. Magnesium Therapy for periodic leg movements-related insomnia and restless legs syndrome: an open pilot study. Sleep 1998;21:501-5.
  32. Sun-Edelstein C et al. A. Role of magnesium in the pathogenesis and treatment of migraine. Expert Rev Neurother. 2009;9:369-79.
  33. Schürks M et al. Update on the prophylaxis of migraine. Cur Treat Options Neurol 2008;10:20–9.
  34. Kupetsky-Rincon EA et al. Magnesium: novel applications in cardiovascular disease – a review of the literature. Ann Nutr Metab 2012;61:102-110.
  35. Mazur A et al. Magnesium and the inflammatory response: potential physiopathological implications. Arch Biochem Biophys. 2007;458(1):48–56.
  36. Song Y et al. Dietary magnesium intake in relation to plasma insulin levels and risk of type 2 diabetes in women. Diabetes Care. 2004;27(1):59–65.
  37. Kumar V. Robbins basic pathology , 7th ed updated. Philadelphia: Elsevier Science, 2005.
  38. Endemann DH et al. Endothelial dysfunction. J Am Soc Nephrol. 2004;15(8):1983–92.
  39. Song Y et al. Magnesium intake, C-reactive protein, and the prevalence of metabolic syndrome in middle-aged and older U.S. women. Diabetes Care. 2005;28(6):1438–44.
  40. Fung TT et al. The association between magnesium intake and fasting insulin concentration in healthy middle-aged women. J Am Coll Nutr. 2003;22(6):533–8.
  41. Paolisso G et al. Hypertension, diabetes mellitus, and insulin resistance: the role of intracellular magnesium. Am J Hypertens. 1997;10(3):346–55.
  42. He K et al. Magnesium intake and incidence of metabolic syndrome among young adults. Circulation. 2006;113(13):1675–82.
  43. Guerrero-Romero F et al. Oral magnesium supplementation improves insulin sensitivity in non-diabetic subjects with insulin resistance. A double-blind placebo-controlled randomized trial. Diabetes Metab. 2004;30(3):253–8.
  44. Johnson S. The multifaceted and widespread pathology of magnesium deficiency. Med Hypotheses 2001;56(2):163-170.
  45. Killilea DW et al. A connection between magnesium deficiency and aging: new insights from cellular studies. Magnes Res. 2008;21:77–82.
  46. Barbagallo M et al. Magnesium homeostasis and aging. Magnes Res. 2009;22:235–46.
  47. Arnaud MJ. Update on the assessment of magnesium status. J Nutr. 2008;99 Suppl 3:S24–36.
  48. Liebscher DH et al.. About the misdiagnosis of magnesium deficiency. J Am Coll Nutr. 2004;23:730S–1.
  49. Franz KB. A functional biomarker is needed for diagnosing magnesium deficiency. J Am Coll Nutr. 2004;23:738S–41.
  50. Zekeriya U et al. Intra-erythrocyte magnesium levels and their clinical implication in geriatric outpatients. J Nutr Health Aging. 2010;14(10):810–814.
  51. Gullestad L et al. The magnesium loading test: reference value in healthy subjects. Scand J Clin Lab Invest. 1994;54:23–31.
  52. Ema M et al. Alcohol-induced vascular damage of brain is ameliorated by administration of magnesium. Alcohol. 1998;15(2):95-103.
  53. Kolla BP et al. Pharmacological treatment of insomnia in alcohol recovery: a systematic review. Alcohol Alcohol. 2011;46(5):578-85.
  54. Hornyak M et al. Magnesium treatment of primary alcoholdependent patients during subacute withdrawal: an open pilot study with polysomnography. Alcohol Clin Exp Res. 2004;28(11):1702-9.
  55. Sabbagh F et al. Impact of cyclosporine A on magnesium homeostasis: clinical observation in lung transplant recipients and experimental study in mice. Transplantation. 2008;86(3):436-44.
  56. Jin YT et al. Magnesium attenuates isoproterenol-induced acute cardiac dysfunction and β-adrenergic desensitization. Am J Physiol Heart Circ Physiol 2007;292:H1593–H1599.
  57. Oka T et al. Magnesium supplementation and high volume hydration reduce the renal toxicity caused by cisplatin-based chemotherapy in patients with lung cancer: a toxicity study. BMC Pharmacology and Toxicology 2014;15:70.
  58. Ito T et al. Association of long-term proton pump inhibitor therapy with bone fractures and effects on absorption of calcium, vitamin B12, iron, and magnesium. Curr Gastroenterol Rep. 2010;12(6):448-457.
  59. Khattak MA. Calcium and magnesium prophylaxis for oxaliplatin-related neurotoxicity: is it a trade-off between drug efficacy and toxicity? The Oncologist 2011;16:1780-178.
  60. Groyer RA. Toxic and essential metal interactions. Annu Rev Nutr. 1997;17:37-50.
  61. Spencer H et al. Inhibitory effects of zinc on magnesium balance and magnesium absorption in man. J Am Coll Nutr. 1994;13(5):479-484.
  62. Schwartz R et al. Metabolic responses of adolescent boys to two levels of dietary magnesium and protein. I. Magnesium and nitrogen retention. Am J Clin Nutr. 1973;26(5):510-518.
  63. Ranade VV, Somberg JC. Bioavailability and pharmacokinetics of magnesium after administration of magnesium salts to humans. Am J Ther 2001;8:345-57.
  64. Musso CG. Magnesium metabolism in health and disease. Int Urol Nephrol. 2009;41:357–62.
  65. Kutsal E et al. Severe hypermagnesemia as a result of excessive cathartic ingestion in a child without renal failure. Pediatr Emerg Care 2007;23:570-2.
Copyright © 2014 Stichting OrthoKennis. Alle rechten voorbehouden. Op alle teksten, afbeeldingen, foto's, figuren, tabellen en overige informatie op deze website berust het kopijrecht/auteursrecht. Niets van deze website mag zonder toestemming van stichting OrthoKennis worden overgenomen of gekopieerd. Deze informatie mag wel worden bekeken op een scherm, gedownload worden of geprint worden, mits dit geschied voor persoonlijk, informatief en niet-commercieel gebruik, mits de informatie niet gewijzigd wordt, mits de volgende copyright-tekst in elke copy aanwezig is: “Copyright © Stichting OrthoKennis”, mits copyright, handelsmerk en andere van toepassing zijnde teksten niet worden verwijderd en mits de informatie niet wordt gebruikt in een ander werk of publicatie in welk medium dan ook.