Groene thee

De bijzondere eigenschappen van groene thee




01-dec-2014

Gezond en lang leven

Figuur 1. Chemische structuur van de belangrijkste groene thee catechines 4
Figuur 1. Chemische structuur van de belangrijkste groene thee catechines 4.

In Oost- en Zuid-Azië (met name China, Japan en India) is van oudsher bekend dat regelmatige consumptie van groene thee bijdraagt aan een gezond en lang leven. Groene thee wordt al 5000 jaar bereid uit de jonge bladeren van de theeplant (Camellia sinensis), aanvankelijk voor gebruik als geneesmiddel (traditionele Chinese geneeskunde, ayurveda), later ook voor dagelijkse consumptie. Nu drinkt tweederde van de wereldbevolking geregeld thee. Van de geconsumeerde thee is 20% groene thee, 78% zwarte thee en 2% oolong thee. De meeste theeplantages bevinden zich in Kenya, China, Sri Lanka en India.(1) Groene thee is ongefermenteerde thee, waarbij de theeblaadjes met stoom worden behandeld, waardoor endogene enzymen worden geïnactiveerd en belangrijke inhoudsstoffen (polyfenolen zoals catechines, zie figuur 1) beschermd worden tegen oxidatie. Bij zwarte thee worden de theeblaadjes aan fermentatie blootgesteld, waardoor uit polyfenolen theaflavinen ontstaan (afwezig in groene thee) en het gehalte aan catechines sterk daalt; oolong thee is de licht gefermenteerde variant. Van alle soorten thee zijn de gezondheidseffecten van groene thee het meest uitgesproken en het beste in kaart gebracht.

Groene thee catechines

Gedroogde groene thee bevat 30-40% polyfenolen (overwegend catechines met daarnaast onder meer flavonolen zoals kaemferol, myricetine, quercetine en fenolzuren zoals galluszuur en chlorogeenzuur), circa 15% eiwitten, 7% lignine, 3-4% aminozuren (waarvan de helft L-theanine), 3-6% cafeïne (de helft minder dan in koffie), 2% organische zuren en 0,5% chlorofyl. Daarnaast bevat groene thee circa 5% koolhydraten en bescheiden hoeveelheden vitamine A, B1, B2, B3 (niacine), C, E en K.(1-5)

Ongeveer 80 tot 90% van de polyfenolen in groene thee zijn catechines (monomere flavanolen); deze bestaan voor circa 48- 59% uit EGCG (epigallocatechinegallaat), 9-19% uit EGC (epigallocatechine), 9-14% uit ECG (epicatechinegallaat) en voor 5-7% uit EC (epicatechine).(2,5,6) Groene thee catechines (met name EGCG) bepalen de karakteristieke kleur en smaak en zijn grotendeels verantwoordelijk voor de gezondheidseffecten van groene thee.

Brede ondersteuning gezondheid

Groene thee catechines (met name EGCG): (1,4,5,8-10)

  • zijn krachtige antioxidanten en vrije radicalenvangers en verhogen indirect de antioxidantcapaciteit door het verhogen van de aanmaak van antioxidantenzymen
  • cheleren (zware) metalen
  • bevorderen de afbraak en uitscheiding van toxines
  • zorgen voor ontstekingsremming en immunomodulatie (betere weerstand, tegengaan allergie en autoimmuniteit) 
  • reguleren de genexpressie
  • hebben antimicrobiële activiteit tegen bepaalde bacteriën, virussen, schimmels en parasieten
  • gaan tandbederf en een slechte adem tegen 
  • verbeteren de glucose- en vetstofwisseling en helpen bij gewichtsbeheersing
  • bevorderen een gezonde darmflora 
  • remmen het ontstaan en de progressie van kanker
  • verminderen psychische en lichamelijke stress
  • beschermen hart en bloedvaten (onder meer door het tegengaan van oxidatieve stress, atherosclerose, hypercholesterolemie en hoge bloeddruk) 
  • beschermen weefsels en organen (waaronder nieren, huid, ogen, botten en gewrichten)
  • verlagen de kans op leeftijdsgerelateerde cognitieve achteruitgang, depressie en neurodegeneratieve ziekten

Groene thee(extract) kan derhalve bijdragen aan de preventie en behandeling van uiteenlopende (leeftijdsgerelateerde) aandoeningen, waaronder hart- en vaatziekten, kanker, allergieën, autoimmuunziekten, chronische ontstekingsziekten, neurodegeneratieve ziekten en diabetes type 2.(1,3,4)

In verschillende humane studies is vastgesteld dat de consumptie van groene thee is geassocieerd met een kleinere kans op sterfte (alle oorzaken, longontsteking, hart- en vaatziekten) en blijvende invaliditeit (door alle oorzaken), hetgeen suggereert dat groene thee inderdaad bijdraagt aan een gezond en lang leven.(9-13)

Veilige inname catechines

In landen waar van oudsher groene thee wordt gedronken is het gebruikelijk om 5 tot 10 koppen groene thee per dag te drinken, maar 20 koppen of meer is ook geen uitzondering. Uitgaande van 100-150 mg catechines/50-60 mg EGCG per kop komt dit neer op een gebruikelijke inname van 500-1200 mg catechines/250-600 mg EGCG per dag.(14) Langdurige inname van groene thee(extract) met maximaal 1200 mg catechines/600 mg EGCG per dag (of nog iets meer) is ongetwijfeld veilig; naar de veilige bovengrens van inname van groene thee polyfenolen wordt momenteel onderzoek gedaan. Met name bij kanker worden hoge doseringen EGCG gebruikt, bijvoorbeeld 2000 mg per dag.

Een hoeveelheid van 50-60 mg EGCG per kop groene thee is overigens een gemiddelde. De hoeveelheid EGCG kan enorm verschillen (in observationele studies worden hoeveelheden tussen 10 en 130 mg EGCG per kop genoemd) en hangt onder meer af van het volume per kop (variërend van 70 tot 240 ml), de gebruikte theevariant, de gebruikte hoeveelheid gedroogde thee, watertemperatuur en aantal minuten dat de thee trekt.(1,5,10) Ook zetten veel mensen in Aziatische landen meerdere keren thee van dezelfde theebladeren, met name als ze veel groene thee drinken; hierdoor daalt de (gemiddelde) hoeveelheid catechines/EGCG per kop. Dit helpt mede verklaren dat de resultaten van observationele studies kunnen wisselen, terwijl preklinische en klinische studies zeer eenduidige resultaten laten zien.

Voedingssupplementen met groene theeextract zijn in de regel gestandaardiseerd op polyfenolen en/of EGCG. Negatieve bijwerkingen worden zelden gezien bij een hoge inname van groene thee polyfenolen. In een enkel geval heeft groene thee-extract een negatieve, meestal reversibele, invloed op de leverfunctie (met verhoging leverenzymen), reden om het gebruik van groene thee-extract af te raden bij ernstige leveraandoeningen.(15,16) Groene thee-extract bevat cafeïne. Bij een zeer hoge inname van groene theeextract (zoals in een studie waarin kankerpatiënten zesmaal daags 1 gram groene thee-extract innamen) kan dit aanleiding zijn tot klachten als bloeddrukverhoging, slapeloosheid, duizeligheid en rusteloosheid.( 6,17,18) Cafeïne in een dosis tot 400 mg per dag heeft geen negatieve effecten bij de meeste volwassenen; bij een groene thee-extract met 65 mg cafeïne per capsule komt dit neer op 6 capsules per dag. De absorptie van groene thee catechines is tot 3 keer hoger bij inname op de nuchtere maag, vergeleken met inname bij de maaltijd.(19,20) Echter is de kans op een negatieve invloed op de leverfunctie groter bij nuchtere inname. Ook wordt een gelijke hoeveelheid groene thee polyfenolen beter opgenomen uit een voedingssupplement dan uit groene thee.(18)

Risicofactoren hart- en vaatziekten

Groene thee polyfenolen hebben een gunstige invloed op verschillende risicofactoren voor hart- en vaatziekten. Dit is uitvoerig in preklinische studies, en in een beperkter aantal klinische studies, aangetoond.(5,20) Groene thee polyfenolen remmen atherosclerose, verlagen de totaal- en LDL-cholesterolspiegel (daling totaalcholesterolspiegel circa 0,015 mmol/l per kop groene thee per dag), verbeteren de insulinegevoeligheid, beschermen LDL-cholesterol tegen oxidatie, verhogen de plasma-antioxidantcapaciteit, verlagen chronische ontsteking (daling amyloïd-α en C-reactief proteïne in serum), verbeteren de endotheelfunctie (waardoor bloedvaten beter verwijden, ook bij roken en kransvatziekte), verminderen arteriële stijfheid, remmen de aggregatie van bloedplaatjes en gaan trombose tegen. (1,5,6,10,21-30) Of groene thee catechines de bloeddruk kunnen verlagen is nog niet helemaal duidelijk; humane studies spreken elkaar tegen.(10,22,31-34) Mogelijk maskeert cafeïne in groene thee (die de bloeddruk kan verhogen) het bloeddrukverlagende effect van catechines; ook zijn er aanwijzingen dat de combinatie van groene thee catechines en L-theanine de bloeddruk beter verlaagt dan groene thee catechines alleen.(5,10,31) Uit een Taiwanese cohortstudie is gebleken dat de kans op hypertensie afneemt naarmate meer groene thee per dag wordt gedronken en gedurende langere tijd (dosisafhankelijke correlatie).(32) In Aziatische landen gaat men ervan uit dat groene thee pas na langere tijd invloed heeft op de bloeddruk.(5)

Bescherming tegen hart- en vaatziekten

In ieder geval is er toenemend bewijs uit grote, goed opgezette observationele studies dat groene thee polyfenolen beschermen tegen hart- en vaatziekten, waaronder beroerte, kransvatziekte en hartinfarct. (1,5,6,22,35) Een meta-analyse van observationele studies concludeert dat consumptie van minimaal 3 koppen groene thee per dag zorgt voor 21% minder kans op een beroerte vergeleken met de consumptie van minder dan 1 kop per dag.(36) In patiënt-controle studies en prospectieve cohortstudies is een inverse associatie gevonden tussen groene theeconsumptie en kransvatziekte (geen beschermend effect van zwarte thee).(37) In een meta-analyse is becijferd dat met verhoging van iedere kop groene thee per dag, de kans op kransvatziekte significant daalt met 10%.(6) Preklinisch onderzoek suggereert dat EGCG hartspiercellen beschermt tegen ischemie-reperfusieschade (mede door remming van STAT-1, Signal Transducer and Activator of Transcription 1), waardoor een hartinfarct minder uitgebreid is en de hartfunctie beter herstelt.(38)

Gezien de werkingsmechanismen van EGCG verwacht een groep wetenschappers, dat EGCG atriumfibrillatie kan tegengaan.( 39) Bij deze hartritmestoornis zijn systemische ontsteking, oxidatieve beschadiging en fibrose (verbindweefseling) van de hartboezem belangrijk in het ziekteproces; EGCG heeft een sterke ontstekingsremmende en antioxidatieve werking en remt de activiteit van matrix metalloproteïnases, enzymen die een rol spe spelen bij fibrose. Onderzoek zal moeten uitwijzen of de wetenschappers gelijk hebben.

Minder sterfte door hart- en vaatziekten

In de Japanse Ohsaki studie (een prospectieve cohortstudie met 40530 volwassenen) is aangetoond dat de consumptie van groene thee is geassocieerd met een kleinere kans op sterfte als gevolg van hart en vaatziekten en andere oorzaken.(12,13) Vergeleken met een lage groene theeconsumptie (minder dan 1 kop per dag) was consumptie van minimaal 5 koppen per dag geassocieerd met 15% en 26% daling van respectievelijk de kans op sterfte door alle oorzaken en sterfte door hart- en vaatziekten.(12) De grootste daling van de sterftekans bij consumptie van minimaal 5 koppen groene thee per dag werd gezien voor beroertes (-37%). Groene thee beschermde vrouwen beter dan mannen; bij vrouwen was de kans te overlijden door een beroerte zelfs 62% lager bij dagelijkse consumptie van minimaal 5 koppen groene thee.(13,40)

Groene thee en kanker

Er is heel veel onderzoek gedaan naar de effecten van groene thee catechines bij de preventie en behandeling van kanker.(4) In experimentele laboratorium- en dierstudies is consistent en eenduidig aangetoond dat groene thee catechines (met name EGCG) de kans op kanker (long, lever, borst, slokdarm, darm, maag, mondholte, alvleesklier, dikke darm, huid, blaas, nier, eierstok, baarmoederhals, prostaat) verlagen, ziekteprogressie remmen, genezing bevorderen en recidivering tegengaan.(1,3,4,17,41) Verschillende werkingsmechanismen van groene thee catechines dragen hieraan bij, waaronder de antioxidatieve activiteit (onder meer bescherming DNA tegen oxidatieve beschadiging, genprotectie), ontstekingsremmende werking, het bevorderen van afbraak en uitscheiding van carcinogenen en het vermogen alle belangrijke epigenetische mechanismen te reguleren. Epigenetica betreft de controle over de expressie van genen, het ‘aan- en uitzetten’ van genen. Deregulatie van epigenetische mechanismen speelt een belangrijke rol bij kanker.(7,16) Naast het remmen van tumorcelproliferatie, induceren van apoptose en moduleren van signaalroutes die cruciaal zijn voor de transformatie en overleving van kankercellen, waaronder MAPK (mitogen activated protein kinases), EGFR (epidermal growth factor receptor), IGF-1 (insulin-like growth factor) en NF-κB (nuclear factor-kappa B) signaalroutes, remmen groene thee catechines ook tumoringroei in omliggend weefsel, angiogenese en metastasering, mede door remming van MMP’s (matrixmetalloproteïnases) en uPA (urokinase-plasminogen activator).(4,19,41) Het bijzondere aan groene thee catechines is dat ze alleen kankercellen opruimen, terwijl gezonde cellen met rust gelaten worden. Waarschijnlijk werken catechines hierbij op synergetische wijze samen.(4,7,16)

Kankerpreventie

Het is niet helemaal duidelijk of het drinken van groene thee de kans op kanker significant verlaagt. De resultaten van humane observationele studies zijn hierin niet eenduidig.(16,42,43) Dit kan te maken hebben met de moeilijkheid om precies vast te stellen hoeveel groene thee catechines iemand dagelijks binnenkrijgt (zie veilige inname catechines). Daarbij is de dagelijkse inname van catechines in veel gevallen vermoedelijk te laag voor een significante bescherming. Mogelijk is consumptie van minimaal 10 koppen groene thee of het equivalent ervan in supplementvorm nodig voor (primaire) kankerpreventie. Japanse vrouwen die dagelijks meer dan 10 koppen groene thee drinken hebben minder kans op alle vormen van kanker; een hogere theeconsumptie is tevens geassocieerd met een kleinere kans op metastases en recidieven van borstkanker.(3) In een Japanse prospectieve studie met 8552 deelnemers, die 11 jaar werden gevolgd, kregen 488 mensen (285 mannen, 203 vrouwen) de diagnose kanker. Degenen die dagelijks minimaal 10 koppen groene thee dronken, hadden (vergeleken met degenen die minder groene thee dronken) een aanmerkelijke lagere kans op met name long-, dikke darm- en leverkanker.(44) Een Chinese patiënt-controle studie (130 mannen met histologisch bevestigde prostaatkanker, 274 gezonde controles) liet zien dat de kans op prostaatkanker significant afneemt naarmate mannen meer groene thee drinken en dit gedurende langere tijd doen, hetgeen wel degelijk suggereert dat groene thee beschermt tegen prostaatkanker.(45) Of groene thee beschermt tegen slokdarmkanker is minder duidelijk.(7,42) Het kan zijn dat de gunstige effecten van groene thee teniet worden gedaan door het te heet drinken van thee. Onderzoek heeft aangetoond dat te hete thee de kans op slokdarmkanker met een factor 3 tot 4 verhoogt.(7) Wat betreft long- Wetenschap & Praktijk kanker geeft een recente meta-analyse aan dat groene thee alleen niet-rokers beschermt tegen deze vorm van kanker. Bij niet-rokers is toename van de groene theeconsumptie met 2 koppen per dag geassocieerd met daling van de kans op longkanker met 18%.(7,46) In een Chinese patiënt-controlestudie (649 vrouwen met longkanker, 675 gezonde controles) hadden niet-rokende vrouwen die geregeld groene thee dronken 35% minder kans op longkanker dan niet-rokende vrouwen die weinig tot geen groene thee dronken; deze significante inverse associatie was dosisafhankelijk.(46,47)

Kankerprogressie

In vooralsnog een beperkt aantal humane studies (chronische lymfatische leukemie, voorstadia prostaatkanker, hoofd-nekkanker, dikke darmkanker, baarmoederhalskanker) is een beschermend effect van groene thee catechines (in doseringen tot 3000 mg groene thee-extract) op tumorprogressie vastgesteld.(48-52) Bij een groep mannen met een voorstadium van prostaatkanker (HGPIN, high-grade prostatic intraepithelial neoplasia) zorgde suppletie met catechines (600 mg/dag met 60% EGCG, gedurende een jaar) voor significante remming van tumorprogressie vergeleken met placebo (9% tegenover 30%), met significante verbetering van IPSS (International Prostate Symptom Score) en kwaliteit van leven.(48) Het beschermende effect van catechinesuppletie hield zeker 2 jaar aan.(53) Groene thee catechines zijn interessant voor de preventie en behandeling van (beginnende) prostaatkanker, vooral omdat prostaatkanker zich heel langzaam ontwikkelt.(16,54) Italiaanse onderzoekers constateren dat groene thee catechines in toenemende mate worden ingezet bij mannen met niet-vergevorderde prostaatkanker.(16)

Het uitstrijkje (of PAP-test) biedt de mogelijkheid om voorstadia van baarmoederhalskanker op te sporen. Bij een afwijkende PAP-test kan suppletie met groene thee-extract worden overwogen. Suppletie met EGCG (200 mg/dag), vooral in combinatie met een zalf met EGCG, zorgde in een klinische studie voor significante verbetering van cervicale afwijkingen (chronische cervicitis, milde dysplasie, gematigde dysplasie en ernstige dysplasie) bij 51 vrouwen die waren besmet met het HPV-virus.(52) EGCG gaat kanker tegen en heeft tevens een antivirale werking tegen het HPV-virus.

Vooralsnog wordt het gebruik van groene thee-extract vanwege de antioxidantwerking afgeraden gedurende reguliere kankertherapie, alhoewel er synergetische effecten zijn waargenomen (zoals met tamoxifen) en groene thee-extract in hoge doseringen mogelijk pro-oxidatieve effecten heeft.(1)

Metabool syndroom en diabetes

Groene thee(extract) is gunstig voor de glucose- en vetstofwisseling en kan ingezet worden voor de preventie en behandeling van metabool syndroom en diabetes type 2. In een recente meta-analyse zijn de resultaten van 17 gerandomiseerde klinische studies naar het effect van groene thee op de insulinegevoeligheid en bloedglucosespiegel samengevat. De conclusie is dat consumptie van groene thee (met name catechines) zorgt voor significante verlaging van de nuchtere bloedglucosespiegel, nuchtere insulinespiegel en HbA1c-spiegel, met name bij mensen met (aanleg voor) metabool syndroom.(55) Japans bevolkingsonderzoek laat zien dat de kans op niet-insulineafhankelijke diabetes 33% lager is bij consumptie van minimaal 6 koppen groene thee per dag vergeleken met maximaal 1 kop groene thee per week.(57) Een meta-analyse concludeert dat de consumptie van minimaal 4 koppen groene thee per dag voldoende is voor significante bescherming tegen diabetes type 2.(58)

Bij mensen met diabetes type 2 kan groene thee(extract) de glycemische controle verbeteren, verdere achteruitgang van de pancreasfunctie (door bescherming bètacellen tegen oxidatieve beschadiging) en diabetescomplicaties (zoals hart- en vaatziekten, diabetische nefropathie, diabetische retinopathie) tegengaan.(59,60) Groene thee gaat diabetesgeïnduceerde autonome disfunctie van het cardiovasculaire systeem tegen (dierstudie).(60) Autonome disfunctie uit zich onder meer in afname van de hartritmevariabiliteit (een onafhankelijke voorspeller van plotse hartdood) en toename van arteriële bloeddrukvariabiliteit (geassocieerd met beschadiging van (eind)organen waaronder nieren en ogen). Onlangs is ontdekt dat groene thee/EGCG het enzym 11β-hydroxysteroid dehydrogenase type 1 (11β-HSD1) krachtig remt; dit enzym is primair verantwoordelijk voor regulatie van de intracellulaire cortisolspiegel.( 61) Er is sterk wetenschappelijk bewijs dat 11β-HSD1 een belangrijke rol speelt in de pathogenese van onder meer insulineresistentie, diabetes type 2, hypertensie, dislipidemie en obesitas.

Vetstofwisseling en overgewicht

Mensen die geregeld groene thee drinken hebben een lage BMI (body mass index) en een lager percentage lichaamsvet dan mensen die dit niet doen.(62,63) Verschillende preklinische en klinische studies laten zien dat groene thee catechines overgewicht tegengaan en de vetzuuroxidatie tijdens rust en inspanning verhogen, met name bij langdurige suppletie.(8,63-66) Ook zijn er aanwijzingen uit dieronderzoek dat catechines uit groene thee het uithoudingsvermogen tijdens lichamelijke inspanning dosisafhankelijk verhogen, maar meer onderzoek is nodig of dit bij mensen ook het geval is.(63,64) Een metaanalyse van 14 klinische studies heeft bevestigd dat het geregeld drinken van groene thee resulteert in een significant lagere totaal- en LDL-cholesterolspiegel.(67) Mechanismen die bijdragen aan een goede vetstofwisseling en gezond lichaamsgewicht: remming van het enzym catechol-O-methyltransferase (waardoor de afbraak van noradrenaline wordt geremd en thermogenese en vetzuuroxidatie worden gestimuleerd), verbetering van insulinegevoeligheid, modulatie van de genexpressie van enzymen die betrokken zijn bij de vetstofwisseling in vetweefsel, spieren en lever (verhoging thermogenese en bèta-oxidatie van vetzuren, remming proliferatie en differentiatie van vetcellen), verlaging van de vetopname, verhoging van de vetuitscheiding en verhoging van de afbraak en uitscheiding van toxines (gewichtstoename wordt mede bevorderd door toxische belasting).(62-64,68) Cafeïne in groene thee(extract) versterkt de effecten van catechines op de vetstofwisseling. In een humane studie is aangetoond dat inname van 90 mg EGCG en 50 mg cafeïne (tijdens ontbijt, lunch en diner) de 24-uurs basaalstofwisseling verhoogt met toename van de vetverbranding.(69) In een tweede studie met gezonde jonge mannen zorgde eenmalige inname van groene thee- extract (1020 mg groene thee polyfenolen waarvan 408 mg EGCG) voor significante toename van de vetverbranding (+17%) tijdens gematigde inspanning met verbetering van insulinegevoeligheid (+13%) en glucosetolerantie.(70) Een studie met proefpersonen met overgewicht suggereert dat suppletie met groene thee catechines de gunstige effecten van sport op gewichtsafname, afname van buikvet en serumtriglyceridenspiegel versterkt.(71) Proefpersonen met overgewicht of obesitas namen gedurende 12 weken dagelijks een drankje in met 625 mg catechines en 39 mg cafeïne of alleen 39 mg cafeïne (controlegroep), terwijl ze iedere week minimaal 180 minuten matig intensief trainden. Deelnemers in de catechinegroep vielen iets meer af; het percentage lichaamsvet was vergelijkbaar met de controlegroep maar de catechinegroep verloor significant meer buikvet en had een significant lagere nuchtere triglyceridenspiegel (indicatie voor een hogere insulinegevoeligheid) dan de controlegroep.(71) Tijdens het volgen van een dieet kan de basaalstofwisseling dalen. Er zijn bewijzen dat groene thee catechines voorkomen dat de stofwisseling tijdens het afvallen ‘in de spaarstand gaat’ en helpen om op streefgewicht te blijven.(64,72)

Huidveroudering, wondheling en acne

In-vitro studies en dieronderzoek hebben aangetoond dat groene thee catechines (orale inname, zalf) de wondheling bevorderen en de huid beschermen tegen zonnebrand, immunosuppressie, huidkanker en (vroegtijdige) veroudering door UVstraling.( 73-75) In een humane studie namen 60 vrouwen gedurende 12 weken dagelijks een drankje in met 1402 mg groene thee catechines of placebo om de invloed van catechines op de huid vast te stellen.(73) Suppletie met groene thee catechines had een significante, positieve invloed op de huidstructuur, verbeterde de microcirculatie (+29%) en zuurstofvoorziening van de huid en verminderde UV-geïnduceerde erytheem (daling met 16% en 25% na respectievelijk 6 en 12 weken). In een tweede studie resulteerde suppletie met 500 mg groene thee catechines gedurende 24 maanden in significante afname van UVgeïnduceerde huidbeschadigingen, erytheem en teleangiëctasieën (blijvend verwijde, zichtbare bloedvaatjes vlak onder de huid).(76) Recentelijk is in verschillende preklinische en klinische studies waargenomen dat EGCG (in de vorm van een zalf of 5% lotion) acne significant verlicht door ontstekingsremming, verlaging van de talgproductie en antimicrobiële activiteit tegen Propionibacterium acnes.(77,78)

Artritis en osteoporose

Preklinische studies wijzen op een veelbelovende antireumatische en kraakbeenbeschermende activiteit van EGCG en andere groene thee catechines, mede door sterke ontstekingsremming, remming van oxi- Wetenschap & Praktijk datieve stress, verlaging van de expressie en activiteit van matrix metalloproteïnases (MMP-1, MMP-13) die de extracellulaire matrix afbreken en bescherming van kraakbeenproteoglycanen en type II collageen.( 79) In een diermodel voor reumatoïde artritis zorgde toevoeging van EGCG aan drinkwater voor afname van de incidentie en ernst van de gewrichtsaandoening.(79) In een andere dierstudie zorgde intraperitoneale toediening van EGCG (20 mg/kg) voor significante verlichting van artritis. Het ontstekingscytokine interleukine-1β is waarschijnlijk de belangrijkste aanjager bij osteoartritis. EGCG remt in-vitro dosisafhankelijk de door IL-1β geïnduceerde expressie van 29 eiwitten (waaronder IL-6, IL-8, TNF-α) in chondrocyten (afkomstig uit gewrichten met osteoartritis) die een rol spelen bij kraakbeenafbraak en voorkomt dat IL-1β de aanmaak van kraakbeenproteoglycanen en type II collageen in chondrocyten remt.(80) Meer klinisch onderzoek naar de chondroprotectieve effecten van EGCG/groene thee catechines bij reuma en osteoartritis is gewenst.

In-vitro studies, dierstudies en humane epidemiologische studies doen vermoeden dat groene thee polyfenolen helpen bij de preventie van osteopenie, geassocieerd met chronische ontstekingsziekten (waaronder reuma, SLE en IBD) en (postmenopauzale) osteoporose.(81-83) In een dierstudie werd verlies aan botmassa, geïnduceerd door chronische ontsteking, significant tegengegaan door toevoeging van groene thee polyfenolen aan drinkwater (0,5%, overeenkomend met de consumptie van 4 koppen groene thee per dag door de mens).(81) Suppletie met groene thee polyfenolen resulteerde in een hoger botmineraalgehalte en hogere botdichtheid (dijbeen), een iets hogere serumosteocalcinespiegel (een biomarker voor botvorming), een lagere serum-TRAP spiegel (tartraat-resistente zure fosfatase is een biomarker voor botresorptie), een lager 8-OHdG gehalte in urine (8-hydroxydeoxyguanosine is een biomarker voor oxidatieve beschadiging van DNA) en afname van de expressie van TNF-α en COX-2 (die ontsteking bevorderen) in de milt.(81) Onlangs is een 6 maanden durende placebogecontroleerde studie gepubliceerd waarin de invloed van groene thee polyfenolen (500 mg/dag) en tai chi (3x wekelijks 60 minuten), al dan niet in combinatie, op oxidatieve stress is onderzocht bij 171 postmenopauzale vrouwen met osteopenie (voorstadium van osteoporose).(84) Oxidatieve stress speelt een belangrijke rol in de pathogenese van postmenopauzale osteoporose. Beide interventies, apart en in combinatie, zorgden voor sterk significante afname van 8-OhdG in urine, vergeleken met placebo. De interventies hadden bovendien een additief effect, waarbij significante verhoging van de ratio BAP/TRAP werd gezien (BAP, bone-specific alkalische fosfatase is een biomarker voor botvorming, TRAP is een biomarker voor botafbraak). Tevens resulteerde suppletie met groene thee polyfenolen en/of beoefening van tai chi in verbetering van de spierkracht bij de postmenopauzale vrouwen met osteopenie.(85)

Cognitieve achteruitgang en neurodegeneratieve aandoeningen

EGCG kan de bloedhersenbarrière passeren en heeft beschermende en herstellende effecten laten zien in een reeks in-vitro en diermodellen voor neurodegeneratieve aandoeningen waaronder leeftijdsgerelateerde cognitieve achteruitgang, ALS, de ziekte van Duchenne, multiple sclerose, de ziekte van Huntington, de ziekte van Alzheimer, beroerte en de ziekte van Parkinson.( 20,86-88) Epidemiologische humane studies wijzen op een inverse relatie tussen de consumptie van groene thee en de incidentie van cognitieve achteruitgang, beroerte en neurodegeneratieve aandoeningen.( 86,87,89-91) In Japans onderzoek (1003 mensen van 70 jaar en ouder) was consumptie van 1 of minimaal 2 koppen groene thee per dag geassocieerd met daling van de kans op cognitieve achteruitgang met respectievelijk 38% en 54%, vergeleken met consumptie van minder dan 3 koppen groene thee per week. Van zwarte thee, oolong thee en koffie kon geen beschermend effect worden aangetoond.( 91) In een placebogecontroleerde klinische studie (91 proefpersonen met milde cognitieve achteruitgang, 40-75 jaar) had suppletie gedurende 16 weken met groene thee-extract (1440 mg/dag) en L-theanine (240 mg/dag) een gunstige invloed op geheugen en alertheid (betere score Rey-Kim memory test en Stroop color-word test, toename theta hersengolven, indicatie voor cognitieve alertheid).(92) De neuroprotectieve en neuroregeneratieve effecten van EGCG zijn mede toe te schrijven aan verlaging van oxidatieve stress, ijzerchelatie, ontstekingsremming, bescherming tegen ischemie-reperfusieschade, modulatie van neuronale signaalroutes (waaronder PKC [proteïnekinase C], MAPK [mitogen-activated protein kinases] en proteïnekinase A), verbetering van celmetabolisme en mitochondriale functie, stimulering van neurietuitgroei en remming van apoptose door regulatie van genen die betrokken zijn bij celoverleving en celdood.(86,90,91) Momenteel wordt in verschillende humane klinische studies onderzocht of suppletie met EGCG invloed heeft op multiple sclerose (hierbij wordt gekeken of EGCG in een dosis van 800 mg/ dag invloed heeft op hersenbeschadigingen, hersenatrofie, spierzwakte en vermoeide spieren), beginnende parkinson (wordt EGCG goed verdragen en heeft het effect op het ziekteproces), de ziekte van Huntington (heeft suppletie met 1200 mg EGCG per dag gedurende 12 maanden invloed op cognitieve achteruitgang en wordt deze dosering goed verdragen) en de ziekte van Duchenne (wordt EGCG goed verdragen en zijn er gunstige effecten waarneembaar).(20,86)

Antimicrobiële werking

Groene thee catechines, met name EGCG en ECG, hebben antimicrobiële effecten tegen een reeks grampositieve en gramnegatieve bacteriën, virussen, schimmels en parasieten. Antimicrobiële activiteit tegen (entero)pathogenen is onder meer aangetoond tegen Staphylococcus aureus, Propionibacterium acnes, Helicobacter pylori, HIV (humaan immunodeficiëntievirus), Pseudomonas aeruginosa, Vibrio parahemolyticus, Clostridium (difficile, perfringens), Escherichia coli, Bacillus cereus, Plesiomonas shigelloides, Blastocystis hominis, Listeria monocytogenes, Plasmodium falciparum en Candida albicans.(93-106) Het is gunstig groene thee catechines naast antibiotica in te zetten vanwege synergetische activiteit tegen onder meer Helicobacter pylori, MRSA (methicillineresistente Staphylococcus aureus, synergie met bèta-lactam antibiotica), vancomycineresistente enterococcen, EHEC (enterohemorragische E. coli, synergie met levofloxacine) en multiresistente Pseudomonas aeruginosa.(93,95- 98,101,107) Er zijn aanwijzingen dat EGCG de gevoeligheid van MRSA voor methicilline verbetert.(95) Groene thee-extract kan ook goed in combinatie met een probioticum worden ingezet.(107) Groene thee catechines stimuleren de vermeerdering van probiotische melkzuurbacteriën (prebiotisch effect), terwijl enteropathogenen (zoals Staphylococcus aureus, Streptococcus pyogenes, Clostridium difficile) worden aangevallen.(99,107) Groene thee catechines remmen vermoedelijk aanhechting van pathogenen aan huid en slijmvliezen en beschadigen de celmembraanfosfolipiden van pathogene micro-organismen.

Bescherming tegen griep en verkoudheid

De combinatie van groene thee catechines en L-theanine verhoogt de weerstand (L-theanine bevordert de activiteit van γδ T-lymfocyten) en verlaagt de kans op griep en verkoudheid.(15,108-110) Dit is onder meer aangetoond in een placebogecontroleerde studie met 200 gezondheidswerkers die tussen november 2009 en april 2010 dagelijks 378 mg groene thee catechines en 210 mg L-theanine innamen (of placebo).(108) De incidentie van griep was significant lager in de catechine/theaninegroep (4,1% tegenover 13,1% in de placebogroep). In een kleine prospectieve cohortstudie was driemaal daags gorgelen met een vloeistof met groene thee catechines (200 mcg/ml, waarvan 60% EGCG) ook effectief in het voorkomen van griep bij ouderen in een verpleeghuis.(109) Bij Japanse kinderen is in observationeel onderzoek een beschermend effect tegen griep gezien bij consumptie van 1 tot 5 koppen groene thee per dag.(15) In Japan is uit een grote prospectieve cohortstudie gebleken dat vrouwen die geregeld groene thee drinken (minimaal 1 kop per dag), significant minder kans hebben te overlijden aan longontsteking dan vrouwen die dit niet doen. Bij mannen was in dit onderzoek geen sprake van significante bescherming.(11)

Allergieën en auto-immuunziekten

EGCG heeft immunomodulerende en anti-allergische eigenschappen en verlicht mogelijk allergische astma.(111) In een diermodel voor allergische astma was suppletie met EGCG (25 mg/kg), 20 minuten voorafgaand aan blootstelling aan het allergeen, effectief in het terugdringen van de allergische reactie in de longen. Dit is mede toe te schrijven aan bescherming van de activiteit van het enzym e- NOS (endotheliaal stikstofoxidesynthase) waardoor de endogene NO-spiegel op peil blijft, vermindering van ontstekingsinfiltraat, remming van mestcelactivatie (en histamine-afgifte) en regulatie van mucus genexpressie in luchtwegepitheel waardoor overmatige slijmvorming wordt voorkomen.(111,112)

In een aantal dierstudies is waargenomen dat EGCG auto-immuunziekten kan ver- Wetenschap & Praktijk lichten, waaronder reumatoïde artritis, inflammatoire darmziekten, de ziekte van Sjögren, diabetes type 1 en multiple sclerose.(113-115) Er is niet veel bekend over de werkingsmechanismen van EGCG bij auto-immuniteit, maar vermoedelijk zijn ontstekingsremming en inhibitie van CD4+ T-cellen van belang. De laatste jaren is er toenemende aandacht voor de rol van Th17-cellen en T-regulatiecellen (Treg) bij auto-immuunziekten (de rol van Th1/ Th2-disbalans staat ter discussie). Multiple sclerose is een T-cel gemedieerde auto-immuunziekte; in een diermodel voor multiple sclerose remde EGCG het ziekteproces op dosisafhankelijke wijze.(114) EGCG remde de proliferatie van autoreactieve T-cellen, verlaagde de productie van proinflammatoire cytokines, verlaagde het aantal Th1- en Th17- cellen en verhoogde het aantal Treg cellen in lymfklieren, milt en centrale zenuwstelsel.(113,114) De EGCGdosis om T-cellen effectief te beïnvloeden of multiple sclerose te verlichten bij proefdieren is 360 mg/kg/dag, wat omgerekend neerkomt op een dosis van 26 mg/kg/dag voor mensen (1820 mg EGCG per dag voor een persoon van 70 kilogram).(113) Deze dosis is haalbaar voor mensen met een auto-immuunziekte; in een klinische studie verdroegen de meeste proefpersonen met chronische lymfatische leukemie een zeer hoge dosis EGCG (2x daags 400-2000 mg EGCG gedurende 6 maanden) zonder significante bijwerkingen. Gebruik van een voedingssupplement met groene thee-extract of pure EGCG is aan te raden, aangezien het niet haalbaar is elke dag 2,5 liter groene thee te drinken. De onderzoekers van de dierstudie menen dat mensen met een auto-immuunziekte kunnen overwegen om EGCG te proberen en niet te wachten tot de effectiviteit van EGCG is aangetoond in toekomstige klinische studies.(113) Momenteel is er geen bovengrens van inname voor EGCG vastgesteld en de tolerantie verschilt per individu. Het is daarom aan te raden de dosis EGCG langzaam op te voeren en te kijken hoe het middel wordt verdragen. Daarnaast is het belangrijk de leverfunctie goed in de gaten te houden aangezien hoge doses EGCG toxisch voor de lever kunnen zijn.

Overige toepassingen van groene thee(extract)

  • Overactieve blaas: in dieronderzoek (postmenopauze diermodel) is aangetoond dat suppletie met EGCG symptomen van een overactieve blaas (aandrang, vaak moeten plassen, ‘s nachts plassen, aandrangincontinentie) dosisafhankelijk vermindert en deze blaasdisfunctie door oestrogeentekort dosisafhankelijk kan voorkomen.(116,117)
  • Leiomyoom (vleesboom): circa 50- 70% van de premenopauzale vrouwen heeft een vleesboom, een oestrogeenafhankelijke tumor in de baarmoederwand. Deze kan veel gezondheidsklachten veroorzaken (ernstig vaginaal bloedverlies, bloedarmoede, pijn in het bekken, pijn bij het vrijen, onvruchtbaarheid, grotere kans op miskraam), terwijl de behandelingsmogelijkheden beperkt zijn. In een placebogecontroleerde studie zorgde suppletie met groene thee-extract (800 mg/dag met 45% EGCG) gedurende 4 maanden voor significante afname van het volume van de vleesboom met gemiddeld 32,6% (in de placebogroep was de vleesboom met gemiddeld 24,3% in omvang gegroeid).(118) Daarnaast nam de ernst van de klachten significant af met 32,4% en verbeterde de kwaliteit van leven significant. Het gemiddelde bloedverlies nam af van 71 ml naar 45 ml per maand. De onderzoekers zagen geen negatieve effecten van suppletie met groene thee-extract. De studie is in lijn met preklinisch onderzoek, waarin is aangetoond dat EGCG de proliferatie van humane leiomyoomcellen remt en apoptose induceert, mede door remming van catechol-O-methyltransferase. In een dierstudie nam de omvang van vleesbomen tot 80% af door toevoeging van EGCG (1,25 mg/kg/dag) aan het drinkwater.(119,120)
  • Endometriose: in-vitro en dieronderzoek suggereert dat suppletie met EGCG endometriose tegengaat (remming proliferatie en stimulering apoptose endometriumcellen, remming angiogenese).(121,122) 
  • Chronisch vermoeidheidssyndroom: suppletie met EGCG helpt mogelijk bij chronisch vermoeidheidssyndroom (dierstudie).( 20,123) 
  • Psychische stress, angststoornis, depressie: EGCG heeft een angstremmende werking, mogelijk door interactie met GABA (gamma-aminoboterzuur) type A receptoren (dierstudie).(124) Observationele studies suggereren dat groene theeconsumptie beschermt tegen psychische stress en depressie bij ouderen.(125,126) De consumptie van minimaal 4 koppen thee verlaagde de kans op milde en ernstige depressie bij mensen van 70 jaar en ouder met 44%, vergeleken met consumptie van minder dan 1 kop groene thee per dag.(87)
  • Niet-alcoholische leververvetting(127)
  • Chronisch nierfalen: groene thee catechines verlagen oxidatieve stress, athespe rosclerose en ontsteking bij mensen met nierfalen die hemodialyse ondergaan.(128)

Interacties

  • Groene thee catechines verminderen mogelijk de opname van ijzer (in mindere mate dan zwarte thee); neem voor de zekerheid een groene thee-extract en ijzersupplement niet gelijktijdig, maar op een ander tijdstip van de dag in.
  • Groene thee-extract (vooral in hoge doseringen) kan in theorie de werking van trombocytenaggregatieremmers (zoals acetylsalicylzuur, clopidogrel) versterken.
  • Groene thee-extract bevat vitamine K en kan in theorie de werking van de coumarinederivaten (antistollingsmedicatie) warfarine, fenprocoumon en acenocoumarol verlagen.
  • Groene thee-extract versterkt de werking van corticosteroïden bij huidaandoeningen.
  • Groene thee-extract remt de ontwikkeling van resistentie tegen bèta-lactam antibiotica (penicillines, cefalosporines en overige bèta-lactam antibiotica).
  • Dieronderzoek suggereert dat groene thee-extract de farmacokinetiek van clozapine verandert (langere tijd alvorens maximale bloedspiegel is bereikt, lagere maximale bloedspiegel).
  • Groene thee-extract en alfaliponzuur hebben mogelijk synergetische effecten met betrekking tot ontstekingsremming, tegengaan oxidatieve stress en tegengaan plaquevorming bij alzheimer. 
  • Groene thee catechines beschermen de nieren tegen beschadiging door cyclosporine en tacrolimus (dieronderzoek). (129,130)
  • Met bèta-lactam antibiotica heeft groene thee(extract) synergetische antimicrobiële activiteit tegen MRSA (methicillineresistente Staphylococcus aureus); met levofloxacine heeft groene thee(extract) synergetische activiteit tegen de EHECbacterie (enterohemorragische E. coli).(10,98

Referenties

  1. Juneja LR et al. Green tea polyphenols, nutraceuticals of modern life. CRC Press 2013. 
  2. Lin YS et al. Factors affecting the levels of tea polyphenols and caffeine in tea leaves. J Agric Food Chem. 2003;51(7):1864-73. 
  3. Khan Net al. Tea polyphenols for health promotion. Life Sci. 2007;81(7):519-33. 
  4. Khan N et al. Multitargeted therapy of cancer by green tea polyphenols. Cancer Lett. 2008;269(2):269-280. 
  5. Alexopoulos N et al. Role of green tea in reduction of cardiovascular risk factors. Nutrition and dietary supplements 2010;2:85-95.
  6. Wang ZM et al. Black and green tea consumption and the risk of coronary artery disease: a meta-analysis. Am J Clin Nutr 2011;93:506-15.
  7. Yuan JM. Green tea and prevention of esophageal and lung cancers. Mol Nutr Food Res. 2011; 55(6):886-904. 
  8. Ichinose T et al. Effect of endurance training supplemented with green tea extract on substrate metabolism during exercise in humans. Scand J Med Sci Sports. 2011;21:598-605.
  9. Tomata Y et al. Green tea consumption and the risk of incident functional disability in elderly Japanese: the Ohsaki Cohort 2006 Study. Am J Clin Nutr 2012;95:732-9. 
  10. Nantz MP et al. Standardized capsule of Camellia sinensis lowers cardiovascular risk factors in a randomized, double-blind, placebo-controlled study. Nutrition. 2009;25:147-154. 
  11. Watanabe I et al. Green tea and death from pneumonia in Japan: the Ohsaki cohort study. Am J Clin Nutr. 2009;90:672-9. 
  12. Kuriyama S et al. Green tea consumption and mortality due to cardiovascular disease, cancer, and all causes in Japan: the Ohsaki study. JAMA. 2006;296:1255-1265. 
  13. Kuriyama S. The relation between green tea consumption and cardiovascular disease as evidenced by epidemiological studies. J Nutr. 2008;138:1548S-1553S. 
  14. EFSA Panel on Dietetic Products, Nutrition and Allergies (NDA), Scientific Opinion on the substantiation of health claims related to Camellia sinensis (L.) Kuntze (tea), including catechins from green tea, and contribution to the maintenance or achievement of a normal body weight (ID 1107, 1112, 1544, 2716), increased betaoxidation of fatty acids leading to a reduction in body fat mass (ID 1123, 1124, 3698), and maintenance of normal blood glucose concentrations (ID 1115, 1545) pursuant to Article 13(1) of Regulation (EC) No 1924/2006. EFSA Journal 2010;8(10):1791. 
  15. Park M et al. Green tea consumption is inversely associated with the incidence of influenza infection among schoolchildren in a tea plantation area of Japan. J Nutr. 2011;141:1862-1870. 
  16. Davalli P et al. Anticancer activity of green tea polyphenols in prostate gland. Oxid Med Cell Longev. 2012;2012:984219. 
  17. de Mejia EG et al. Bioactive components of tea: cancer, inflammation and behavior. Brain Behav Immun. 2009;23(6):721-31. 
  18. Henning SM et al. Bioavailability and antioxidant activity of tea flavanols after consumption of green tea, black tea, or a green tea extract supplement. Am J Clin Nutr. 2004;80(6):1558-64. 
  19. Chow HHS et al. Effects of dosing condition on the oral bioavailability of green tea catechins after single-dose administration of polyphenon E in healthy individuals. Clin Cancer Res. 2005;11(12): 4627-4633. 
  20. Mähler A et al. Epigallocatechin-3-gallate: a useful, effective and safe clinical approach for targeted prevention and individualised treatment of neurological diseases? The EPMA Journal 2013;4:5. 
  21. Nardini M et al. Role of dietary polyphenols in platelet aggregation. A review of the supplementation studies. Platelets 2007;18:224-43. 
  22. Kokubo Y et al. The impact of green tea and coffee consumption on the reduced risk of stroke incidence in Japanese population: the Japan public health center-based study cohort. Stroke. 2013;44(5):1369-74. 
  23. Tokunaga S et al. Green tea consumption and serum lipids and lipoproteins in a population of healthy workers in Japan. Ann Epidemiol. 2002;12:157-165. 
  24. Inami S et al. Tea catechin consumption reduces circulating oxidized low-density lipoprotein. International Heart Journal. 2007;48:725–732. 
  25. Steptoe A et al. The effects of chronic tea intake on platelet activation and inflammation: a double-blind placebo controlled trial. Atherosclerosis 2007;193:277– 82. 
  26. De BD et al. Epidemiological evidence for an association between habitual tea consumption and markers of chronic inflammation. Atherosclerosis 2006;189:428 –35. 
  27. Abe I et al. Green tea polyphenols: novel and potent inhibitors of squalene epoxidase. Biochem Biophys Res Commun 2000;268:767-71. 
  28. Alexopoulos N et al. The acute effect of green tea consumption on endothelial function in healthy individuals. Eur J Cardiovasc Prev Rehabil. 2008;15(3):300-5. 
  29. Nagaya N et al. Green tea reverses endothelial dysfunction in healthy smokers. Heart 2004;90:1485-1486.
  30. Widlansky ME et al. Acute EGCG supplementation reverses endothelial dysfunction in patients with coronary artery disease. J Am Coll Nutr 2007;26:95-102. 
  31. Winkelmayer WC et al. Habitual caffeine intake and the risk of hypertension in women. JAMA 2005;294:233-5.
  32. Yang YC et al. The protective effect of habitual tea consumption on hypertension. Arch Intern Med. 2004;164:1534-40.
  33. Matsuyama T et al. Catechin safely improved higher levels of fatness, blood pressure, and cholesterol in children. Obesity (Silver Spring). 2008;16:1338–1348.
  34. Hodgson JM et al. Acute effects of tea on fasting and postprandial vascular function and blood pressure in humans. J Hypertens. 2005;23:47-54.
  35. Tanabe N et al. Consumption of green and roasted teas and the risk of stroke incidence: results from the Tokamachi– Nakasato cohort study in Japan. Int J Epidemiol. 2008;37:1030–1040.
  36. Arab L et al. Green and black tea consumption and risk of stroke: a meta-analysis. Stroke. 2009;40:1786-1792.
  37. Sano J et al. Effects of green tea intake on the development of coronary artery disease. Circ J. 2004;68(7):665- 70.
  38. Townsend PA et al. Epigallocatechin-3-gallate inhibits STAT-1 activation and protects cardiac myocytes from ischemia/reperfusion-induced apoptosis. FASEB J. 2004;18(13):1621-3.
  39. Zheng X et al. Green tea may be benefit to the therapy of atrial fibrillation. J Cell Biochem. 2011;112:1709-1712.
  40. Cheng TO. Why is green tea more cardioprotective in women than in men? Int J Cardiol. 2007;122(3):244.
  41. Yang CS et al. Green tea and cancer prevention. Nutr Cancer. 2010;62(7):931-7.
  42. Schramm L. Going green: the role of the green tea component EGCG in chemoprevention. J Carcinogene Mutagene 2013;4:142.
  43. Zhang M et al. Tea consumption and ovarian cancer risk: a case-control study in China. Cancer Epidemiol Biomark Prev 2002;11:713–8.
  44. Sueoka N et al. A new function of green tea: prevention of lifestyle-related diseases. Ann N Y Acad Sci. 2001;928:274-280.
  45. Jian L et al. Protective effect of green tea against prostate cancer: a case-control study in southeast China. Int J Cancer 2004;108(1):130-135.
  46. Tang N et al. Green tea, black tea consumption and risk of lung cancer: a meta-analysis. Lung Cancer. 2009;65:274-283.
  47. Zhong L et al. A population-based case–control study of lung cancer and green tea consumption among women living in Shanghai, China. Epidemiology. 2001;12:695- 700.
  48. Bettuzzi S et al. Chemoprevention of human prostate cancer by oral administration of green tea catechins in volunteers with high-grade prostate intraepithelial neoplasia: a preliminary report from a one-year proof-ofprinciple study. Cancer Res. 2006;66(2):1234-1240.
  49. Tsao AS et al. Phase II randomized, placebo-controlled trial of green tea extract in patients with high-risk oral premalignant lesions. Cancer Prev Res (Phila) 2009;2:931- 941.
  50. Shimizu M et al. Green tea extracts for the prevention of metachronous colorectal adenomas: a pilot study. Cancer Epidemiol Biomarkers Prev 2008;17:3020-3025.
  51. Shanafelt TD et al. Phase I trial of daily oral polyphenon E in patients with asymptomatic Rai stage 0 to II chronic lymphocytic leukemia. J Clin Oncol 2009;27:3808- 3814.
  52. Ahn WS et al. Protective effects of green tea extracts (polyphenon E and EGCG) on human cervical lesions. Eur J Cancer Prev. 2003;12(5):383-90.
  53. Brausi M et al. Chemoprevention of human prostate cancer by green tea catechins: two years later. A followup update. Eur Urol. 2008;54(2):472-473.
  54. Henning SM et al. Tea polyphenols and theaflavins are present in prostate tissue of humans and mice after green and black tea consumption. J Nutr. 2006;136(7):1839- 1843.
  55. Liu K et al. Effect of green tea on glucose control and insulin sensitivity: a meta-analysis of 17 randomized controlled trials. Am J Clin Nutr. 2013;98(2):340-8.
  56. Ihm SH et al. Decaffeinated green tea extract improves hypertension and insulin resistance in a rat model of metabolic syndrome. Atherosclerosis. 2012;224(2):377-83.
  57. Iso H et al. The relationship between green tea and total caffeine intake and risk for self-reported type 2 diabetes among Japanese adults. Ann Intern Med. 2006;144(8):554-62.
  58. Jing Y et al. Tea consumption and risk of type 2 diabetes: a meta-analysis of cohort studies. J Gen Intern Med. 2009;24:557-562.
  59. Ortsäter H et al. Diet supplementation with green tea extract epigallocatechin gallate prevents progression to glucose intolerance in db/db mice. Nutr Metab (Lond). 2012;9:11.
  60. Fiorino P et al. The effects of green tea consumption on cardiometabolic alterations induced by experimental diabetes. Exp Diabetes Res. 2012;2012:309231.
  61. Hintzpeter J et al. Green tea and one of its constituents, epigallocatechine-3-gallate, are potent inhibitors of human 11β-hydroxysteroid dehydrogenase type 1. PLoS ONE 2014;9(1):e84468.
  62. Cichello S et al. The anti-obesity effects of EGCG in relation to oxidative stress and air-pollution in China. Nat. Prod. Bioprospect. 2013;3:256-266.
  63. Wolfram S et al. Anti-obesity effects of green tea: from bedside to bench. Mol. Nutr Food Res. 2006;50:176-187.
  64. Hodgson AB et al. The effect of green tea extract on fat oxidation at rest and during exercise: evidence of efficacy and proposed mechanisms. Adv Nutr. 2013;4:129-140.
  65. Murase T et al. Green tea extract improves running endurance in mice by stimulating lipid utilization during exercise. Am J Physiol Regul Integr Comp Physiol. 2006;290:R1550-6.
  66. Murase T et al. Beneficial effects of tea catechins on diet-induced obesity: stimulation of lipid catabolism in the liver. Int J Obes Relat Metab Disord. 2002;26:1459- 64.
  67. Zheng X et al. Green tea intake lowers fasting serum total and LDL cholesterol in adults: a meta-analysis of 14 randomized controlled trials. Am J Clin Nutr 2011;94:601- 10.
  68. Klaus S et al. Epigallocatechin gallate attenuates dietinduced obesity in mice by decreasing energy absorption and increasing fat oxidation. Int J Obes. 2005;29:615-23.
  69. Dulloo A et al. Efficacy of a green tea extract rich in catechin polyphenols and caffeine in increasing 24-h energy expenditure and fat oxidation in humans. Am J Clin Nutr 1999;70:1040-5.
  70. Venables MC et al. Green tea extract ingestion, fat oxidation, and glucose tolerance in healthy humans. Am J Clin Nutr. 2008;87:778–84.
  71. Maki KC et al. Green tea catechin consumption enhances exercise-induced abdominal fat loss in overweight and obese adults. J Nutr. 2009;139:264-270.
  72. Hursel R et al. Catechin- and caffeine-rich teas for control of body weight in humans. Am J Clin Nutr. 2013;98(6 Suppl):1682S-1693S.
  73. Heinrich U et al. Green tea polyphenols provide photoprotection, increase microcirculation, and modulate skin properties of women. J Nutr. 2011;141:1202-1208.
  74. Neves AL et al. Effects of green tea use on wound healing. Int J Morphol. 2010;28(3):905-910.
  75. White PO et al. Protective mechanisms of green tea polyphenols in skin. Oxid Med Cell Longev. 2012;2012:560682.
  76. Janjua R et al. ALS. A two-year double-blind, randomized placebo-controlled trial of oral green tea polyphenols on the long-term clinical and histologic appearance of photoaging skin. Dermatol Surg. 2009;35:1057-65.
  77. Jung MK et al. Polyphenon-60 displays a therapeutic effect on acne by suppression of TLR2 and IL-8 expression via down-regulating the ERK1/2 pathway. Arch Dermatol Res. 2012;304(8):655-63.
  78. Yoon JY et al. Epigallocatechin-3-gallate improves acne in humans by modulating intracellular molecular targets and inhibiting P. acnes. J Invest Dermatol. 2013;133(2):429-40.
  79. Ahmed S. Green tea polyphenol epigallocatechin 3-gallate in arthritis: progress and promise. Arthritis Res Ther. 2010;12(2):208.
  80. Akhtar N et al. Epigallocatechin-3-gallate suppresses the global interleukin-1beta-induced inflammatory response in human chondrocytes. Arthritis Res Ther. 2011;13(3):R93.
  81. Shen CL et al. Green tea polyphenols mitigate bone loss of female rats in a chronic inflammation-induced bone loss model. J Nutr Biochem. 2010;21:968-974.
  82. Devine A et al. Tea drinking is associated with benefits on bone density in older women. Am J Clin Nutr 2007;86(4):1243-7.
  83. Muraki S et al. Diet and lifestyle associated with increased bone mineral density: cross-sectional study of Japanese elderly women at an osteoporosis outpatient clinic. J Orthop Sci. 2007;12(4):317-20.
  84. Qian G et al. Mitigation of oxidative damage by green tea polyphenols and tai chi exercise in postmenopausal women with osteopenia. Plos One 2012;7(1):e48090.
  85. Shen CL et al. Effect of green tea and Tai Chi on bone health in postmenopausal osteopenic women: a 6-month randomized placebo-controlled trial. Osteoporos Int. 2012;23(5):1541-52.
  86. Mandel SA et al. Targeting multiple neurodegenerative diseases etiologies with multimodal-acting green tea catechins. J Nutr. 2008;138:1578S-1583S.
  87. Weinreb O et al. Neuroprotective molecular mechanisms of (2)-epigallocatechin-3-gallate: a reflective outcome of its antioxidant, iron chelating and neuritogenic properties. Genes Nutr. 2009;4:283-296.
  88. Haque AM et al. Long-term administration of green tea catechins improves spatial cognition learning ability in rats. J Nutr. 2006;136:1043-1047.
  89. Sutherland BA et al. Neuroprotective effects of (-)-epigallocatechin gallate following hypoxia-ischemiainduced brain damage: novel mechanisms of action. FASEB J. 2005 ;19(2):258-60.
  90. Mandel SA et al. Understanding the broad-spectrum neuroprotective action profile of green tea polyphenols in aging and neurodegenerative diseases. J Alzheimers Dis. 2011;25(2):187-208.
  91. Kuriyama S et al. Green tea consumption and cognitive function: a cross-sectional study from the Tsurugaya Project. AmJ Clin Nutr. 2006;83:355-61.
  92. Park SK et al. A combination of green tea extract and l-theanine improves memory and attention in subjects with mild cognitive impairment: a double-blind placebocontrolled study. J Med Food. 2011;14(4):334-43.
  93. Yanagawa Y et al. A combination effect of epigallocatechin gallate, a major compound of green tea catechins, with antibiotics on Helicobacter pylori growth in vitro. Curr Microbiol. 2003;47(3):244-9.
  94. Williamson MP et al. Epigallocatechin gallate, the main polyphenol in green tea, binds to the T-cell receptor, CD4: Potential for HIV-1 therapy. J Allergy Clin Immunol. 2006;118(6):1369-74.
  95. Radji M et al. Antimicrobial activity of green tea extract against isolates of methicillin-resistant Staphylococcus aureus and multi-drug resistant Pseudomonas aeruginosa. Asian Pac J Trop Biomed. 2013;3(8):663-7; discussion 666.
  96. Archana S et al. Comparative analysis of antimicrobial activity of leaf extracts from fresh green tea, commercial green tea and black tea on pathogens. J Appl Pharm Sci. 2011;1(8):149-152.
  97. Boyanova L. Comparative evaluation of the activity of plant infusions against Helicobacter pylori strains by three methods. World J Microbiol Biotechnol. 2013 Dec 31.
  98. Cho YS et al. Antibacterial effects of green tea polyphenols on clinical isolates of methicillin-resistant Staphylococcus aureus. Curr Microbiol. 2008;57:542-546.
  99. Al-Mohammed HI et al. Effect of green tea extract and cysteine proteases inhibitor (E-64) on symptomatic genotypes of Blastocystis hominis in vitro and in infected animal model. Int J Curr Microbiol App Sci. 2013;2(12):228- 239.
  100. Lee H et al. In vitro anti-adhesive activity of green tea extract against pathogen adhesion. Phytother Res. 2009;23:460-466.
  101. Isogai E et al. In vivo synergy between green tea extract and levofloxacin against enterohemorrhagic Escherichia coli O157 infection. Curr Microbiol. 2001;42(4):248-51.
  102. Kohda C et al. Epigallocatechin gallate inhibits intracellular survival of Listeria monocytogenes in macrophages. Biochem Biophys Res Commun. 2008;365(2):310-5.
  103. Sannella AR et al. Antimalarial properties of green tea. Biochem Biophys Res Commun. 2007;353(1):177- 81.
  104. Evensen NA et al. The effects of tea polyphenols on Candida albicans: inhibition of biofilm formation and proteasome inactivation. Can J Microbiol. 2009;55(9):1033- 9.
  105. Hartjen P et al. Assessment of the range of the HIV-1 infectivity enhancing effect of individual human semen specimen and the range of inhibition by EGCG. AIDS Res Ther. 2012;9(1):2.
  106. Hauber I et al. The main green tea polyphenol epigallocatechin-3-gallate counteracts semen-mediated enhancement of HIV infection. Proc Natl Acad Sci U S A. 2009;106(22):9033-8.
  107. Su P et al. Synergistic effect of green tea extract and probiotics on the pathogenic bacteria, Staphylococcus aureus and Streptococcus pyogenes. J Microbiol and biotechnology. 2008;24:1837-1842.
  108. Matsumoto K et al. Effects of green tea catechins and theanine on preventing influenza infection among healthcare workers: a randomized controlled trial. BMC Complem Altern Med. 2011;11:15.
  109. Yamada H et al. Gargling with tea catechin extracts for the prevention of influenza infection in elderly nursing home residents: a prospective clinical study. J Altern Complement Med. 2006;12(7):669-72.
  110. Rowe CA et al. Specific formulation of Camellia sinensis prevents cold and flu symptoms and enhances gamma, delta T cell function: a randomized, double-blind, placebo-controlled study. J Am Coll Nutr. 2007;26(5):445- 52.
  111. Bani D et al. Epigallocatechin-3-gallate reduces allergen- induced asthma-like reaction in sensitized guinea pigs. J Pharmacol Exp Ther. 2006;317(3):1002-11.
  112. Song EJ et al. Effect of epigallocatechin-3-gallate on PMA-Induced MUC5B expression in human airway epithelial cells. Clin Exp Otorhinolaryngol. 2013;6(4):237-42.
  113. Wu D et al. The ability of green tea to alleviate autoimmune diseases: fact or fiction? Expert Rev. Clin. Immunol. 2011;7(6):711-713.
  114. Wang J et al. Epigallocatechin-3-gallate ameliorates experimental autoimmune encephalomyelitis by altering balance among CD4+ T-cell subsets. Am J Pathol. 2012;180(1):221-34.
  115. Yang EJ et al. EGCG attenuates autoimmune arthritis by inhibition of STAT3 and HIF-1α with Th17/Treg Control. PLoS ONE 2014;9(2):e86062.
  116. Juan YS et al. Green tea catechins decrease oxidative stress in surgical menopause-induced overactive bladder in a rat model. BJU Int. 2012;110(6 Pt B):E236-44.
  117. Juan YS et al. Neuroprotection of green tea catechins on surgical menopause-induced overactive bladder in a rat model. Menopause. 2012;19(3):346-54.
  118. Roshdy E et al. Treatment of symptomatic uterine fibroids with green tea extract: a pilot randomized controlled clinical study. Int J Womens Health. 2013;5:477-86.
  119. Zhang D et al. Green tea extract inhibits proliferation of uterine leiomyoma cells in vitro and in nude mice. Am J Obstet Gynecol. 2010;202(3):289.e1-9.
  120. Zhang D et al. Antiproliferative and proapoptotic effects of epigallocatechin gallate on human leiomyoma cells. Fertil Steril. 2010;94(5):1887-93.
  121. Ricci AG et al. Natural therapies assessment for the treatment of endometriosis. Hum Reprod. 2013;28(1):178-88.
  122. Xu H et al. Anti-angiogenic effects of green tea catechin on an experimental endometriosis mouse model, Hum Reprod. 2009;24(3):608-18.
  123. Sachdeva AK et al. Epigallocatechin gallate ameliorates behavioral and biochemical deficits in rat model of load-induced chronic fatigue syndrome. Brain Res Bull 2011;86:165-172.
  124. Vignes M et al. Anxiolytic properties of green tea polyphenol (-)-epigallocatechin gallate (EGCG). Brain Res. 2006;1110(1):102-15.
  125. Niu K et al. Green tea consumption is associated with depressive symptoms in the elderly. Am J Clin Nutr 2009;90:1615-22.
  126. Hozawa A et al. Green tea consumption is associated with lower psychological distress in a general population: the Ohsaki Cohort 2006 Study. Am J Clin Nutr 2009;90:1390-6.
  127. Masterjohn C et al. Therapeutic potential of green tea in nonalcoholic fatty liver disease. Nutr Rev. 2012;70(1):41-56.
  128. Hsu SP et al. Chronic green tea extract supplementation reduces hemodialysis-enhanced production of hydrogen peroxide and hypochlorous acid, atherosclerotic factors, and proinflammatory cytokines. Am J Clin Nutr 2007;86:1539-47.
  129. Mun KC. Effect of epigallocatechin gallate on renal function in cyclosporine-induced nephrotoxicity. Transplant Proc. 2004;36:2133-4.
  130. Zhong Z et al. Reduction of ciclosporin and tacrolimus nephrotoxicity by plant polyphenols. J Pharm Pharmacol. 2006;58:1533-43.
Copyright © 2014 Stichting OrthoKennis. Alle rechten voorbehouden. Op alle teksten, afbeeldingen, foto's, figuren, tabellen en overige informatie op deze website berust het kopijrecht/auteursrecht. Niets van deze website mag zonder toestemming van stichting OrthoKennis worden overgenomen of gekopieerd. Deze informatie mag wel worden bekeken op een scherm, gedownload worden of geprint worden, mits dit geschied voor persoonlijk, informatief en niet-commercieel gebruik, mits de informatie niet gewijzigd wordt, mits de volgende copyright-tekst in elke copy aanwezig is: “Copyright © Stichting OrthoKennis”, mits copyright, handelsmerk en andere van toepassing zijnde teksten niet worden verwijderd en mits de informatie niet wordt gebruikt in een ander werk of publicatie in welk medium dan ook.