Vitamine B3

Er zijn 2 vormen van vitamine B3, te weten niacine (nicotinezuur) en niacinamide (nicotinamide, niacine met daaraan gekoppeld een amidegroep). Vitamine B3 is een wateroplosbaar vitamine en heeft een sleutelpositie in de productie van twee van de meest belangrijke co-enzymen in het lichaam: NAD (nicotinamide adenine dinucleotide, coenzym I) en NADP (nicotinamide adenine dinucleotide fosfaat, coenzym II), welke betrokken zijn bij meer dan tweehonderd biochemische reacties. Vitamine B3 kan in het lichaam in beperkte mate gevormd worden uit tryptofaan. 

Vitamine B3 is belangrijk voor de stofwisseling van koolhydraten, vetten, eiwitten en een groot aantal hormonen, neurotransmitters en enzymen en de energieproductie in de cellen. Niacine is goed voor de bloedcirculatie en bevordert een gezonde cholesterolspiegel. Niacine, niet niacinamide (niacine met daaraan gekoppeld een amidegroep), helpt het ongunstige LDL-cholesterol te verlagen en verhoogt gelijktijdig het gunstige HDL-cholesterol. 

In fysiologisch doseringen zijn niacine en niacinamide uitwisselbaar; in hogere doseringen hebben niacine en niacinamide (deels) verschillende effecten. Niacine heeft een gunstige invloed op de vetstofwisseling en de bloedlipidenspiegels (niacinamide heeft dit effect niet), veroorzaakt vaatverwijding (flush) en remt vermoedelijk de bloedstolling en gaat trombose tegen door het verlagen van de fibrinogeenspiegel en het bevorderen van fibrinolyse. Niacine herstelt de endotheelbeschermende activiteit van HDL-cholesterol die is verstoord bij diabetes mellitus. 

Bronnen

Bakkersgist, vlees, granen, peulvruchten, zaden, melk, groene groenten, vis, koffie, thee

Tekenen van een mogelijk tekort

Pellagra (bilaterale symmetrische lichtgevoelige huiduitslag, hyperpigmentatie, ontstoken slijmvliezen in de mond, ontstoken rode en gezwollen tong, hoge speekselaanmaak, vermoeidheid, chronische gastritis, diarree, misselijkheid, angst, depressie, hoofdpijn, dementie)

Indicaties

  • preventie en behandeling vitamine B3-tekort (vitamine B3-deficiëntieziekte pellagra: dermatitis, diarree, dementie)
  • verhoogde B3-behoefte: hyperthyroïdie, diabetes mellitus, levercirrose, diarree
  • dyslipidemie ** (hypertriglyceridemie, laag HDL-cholesterol, hoog LDL-cholesterol) 
  • atherosclerose
  • perifere vasculaire ziekte
  • vaatspasme
  • migraine
  • ziekte van Menière
  • vertigo
  • cholera
  • myocardinfarct (primaire en secundaire preventie)
  • beroerte (preventie)
  • cataract (preventie)
  • dysmenorroe
  • remming veroudering
  • schizofrenie
  • hallucinaties door drugsgebruik
  • ziekte van Alzheimer (ook preventie)
  • leeftijdsgerelateerde cognitieve achteruitgang
  • depressie
  • reisziekte
  • alcoholisme
  • oedeem
  • acne
  • ADHD (niacinamide)
  • premenstruele hoofdpijn
  • gewrichtsontsteking
  • hoge bloeddruk
  • leeftijdsgerelateerde maculadegeneratie
 
** alleen niacine (niet niacinamide) heeft invloed op dyslipidemie

Contra-indicaties

  • Overgevoeligheid voor vitamine B3
  • Leverziekten
  • Ulcus pepticum (zweer van maag en/of twaalfvingerige darm)
  • Jicht
  • Alcoholisme
  • Zeer lage bloeddruk
  • Verminderde nierfunctie

Gebruiksadviezen

  • Algemene adviesdosering:100-500 mg/dag
  • Dyslipidemie (niacine): 500-1500 mg/dag (maximale LDL-verlaging bij 2000-3000 mg/dag)
  • Diarree door cholera: 2000 mg/dag
  • Preventie cataract: 100 mg/dag
  • Maculadegeneratie: 500 mg/dag
  • Hart- en vaatziekten: 1000 mg/dag
  • Diabetes: maximaal 1500 mg/dag (zie veiligheid en bijwerkingen)
 
*Vitamine B3 bij voorkeur in combinatie met een vitamine B-complex innemen (B-vitamines werken in hoge mate samen; tevens om stijging van de homocysteïnespiegel te voorkomen bij doses niacine boven 1000 mg/dag).

Maximale dosis: 3000 mg/dag

Interactie

  • Antibiotica, orale contraceptiva, isoniazide en alcohol kunnen de vitamine B3-status negatief beïnvloeden. Inname van extra vitamine B3 kan dan gewenst zijn.
  • Niacine remt de afbraak van anticonvulsiva als primidon, fenobarbital en carbamazepine, wat de kans op overdosering en toxiciteit van deze middelen vergroot.
  • Een hoge inname (meer dan 500 mg) van niacine dient vermeden te worden bij een verminderde leverfunctie, galblaasziekten, astma, jicht, hartaritmie, darmontstekingen, migraine, een actieve ulcus pepticum en bij het gebruik van bloedverlagende medicijnen.
  • Niacine in hoge doseringen (meer dan 500 mg) kan de bloedglucose stofwisseling beïnvloeden. Diabetici dienen hierop bedacht te zijn.

Veiligheid

  • Niacine bevordert insulineresistentie en vermindert de glucosetolerantie op dosisafhankelijke wijze. De bloedglucosespiegel blijft bij mensen zonder diabetes meestal binnen de normaalwaarden; bij diabetici is het goed een maximale dosis van 1,5 gram niacine per dag aan te houden (bij deze dosis is het effect op de bloedglucosespiegel minimaal).
  • Niacine in een dosis boven 50 mg kan een ‘niacine flush’ veroorzaken met het rood worden van gezicht, armen en borst (soms met lichte zwelling van de huid) en een branderig, prikkelend en/of jeukend gevoel en soms hoofdpijn. Deze verschijnselen houden doorgaans 30 minuten tot een uur aan. Deze reactie kan heftig zijn, maar is ongevaarlijk en van voorbijgaande aard. Er is hierbij geen sprake van een allergische reactie. Deze flush kan beperkt worden door de dosis geleidelijk op te voeren en niacine te combineren met een vitamine B-complex en vitamine C. De niacine flush wordt ook tegengegaan met quercetine, luteoline of appelpectine.
  • Niacine is een suprafysiologische dosis verlaagt de uitscheiding van urinezuur, waardoor de kans op hyperuricemie en jicht kan toenemen.
  • Een dosis niacine boven 3 gram per dag kan toxisch zijn voor de lever (verhoogde leverfunctietesten, geelzucht) en maagdarmklachten veroorzaken (misselijkheid, braken, zuurbranden, gebrek aan eetlust, winderigheid, diarree, maagzweer).
  • Niacine kan een allergische reactie verergeren door de afgifte van histamine te stimuleren. 
  • Een dosis niacine vanaf 1000 mg per dag kan de homocysteinespiegel significant verhogen; door naast niacine ook vitamine B6 te geven wordt stijging van de homocysteïnespiegel voorkomen.
Terug